email 297633 960 720 gray text sleepers02

dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
lees meer over onze filosofie

gebeten om te weten DRIE

Van muntunie naar eenheidsmunt

euro manneke"Eenheidsmunt" wil een muntstelsel aanduiden waarbij het huidige onevenwicht van de geldstromen tussen de 19 Euro-lidstaten  systematisch wordt gereduceerd en vervangen door economisch verantwoord financieel verkeer, dat de symbiose onder de lidstaten zou bevorderen.

Het laatste woord van de reeds medegedeelde bedenkingen over onze "Muntunie voor Krekels en Mieren" (op www.dwarsliggers dd. 28 feb 2024) was "Tenzij..."
Ziehier dan een vrijblijvende bespiegeling over hoe onze Eurozone zou kunnen bijgetimmerd worden met het oog op een groeiende cohesie tussen de lidstaten, langs gezonde en billijke financiële wegen; mij dunkt.

Duitse lessen

Ter herinnering, en als fundament van de gedachtegang, weze herhaald dat de Deutsche Grundgesetz (grondwet) van 1949 verbiedt dat de jaarlijkse Begroting van de Bondsregering zou gefinancierd worden met ontleende middelen, behoudens noodsituaties die als dusdanig vooraf erkend moeten worden door het Grondwettelijk Hof.
In 1945 toen het Dritte Reich had gecapituleerd en WOII beëindigd was, lag Duitsland letterlijk in puin. Wie in Keulen op een stoel stond, zei men, zag de hele stad! Ontegensprekelijk een onwezenlijke situatie.
Dat kapotte Duitsland is vanaf de jaren '50 uit zijn puin herrezen, en heeft, onder de leiding van bekwame staatslui, prestaties neergezet die bekend werden als Das Wirtschaftswunder. De West-Duitse Bondsrepubliek is heel goed gaan boeren onder het opgelegde strakke financieel beleid, met begrotingstekorten kleiner dan 0,5% van het bbp; meestal zelfs met kleine overschotjes. Nadat Kanselier Kohl, tegen het einde van zijn mandaat, de historische trofee van de Deutsche Hereinigung had binnengehaald, ontstond er begrijpelijkerwijze een financiële noodtoestand, wat aanleiding gaf in 1995 tot een begrotingstekort van 10% van het bbp, en de volgende jaren, onder het mandaat van Kanselier Schroeder, milderde de nood en zakte het deficit tot rond de 4%.


Met het aantreden van Angela Merkel in 2005 kwam ook de Lutherse financiële gestrengheid terug aan de orde, en onder haar leiding werd de overheidsschuld jaar na jaar met kleine beetjes afgebouwd. Uitzonderlijk moest ook zij echter in het rood omwille van de internationale financiële crisis van 2008, en van de coronapandemie na 2018. De ondoordachte "Energiewende" - weg van het nucleaire - die zij heeft afgekondigd na de tsunami van 2011 in Fukushima, werd streng doorgedrukt, en zonder begrotingstekort!
Het kanselierschap van Merkel werpt m.i. het licht op een belangrijke macro-economische realiteit: op het vlak van de Overheid is het financiële model "van de goede huisvader" geen garantie voor de groei en bloei van het economisch leven. De parel die haar was overgedragen door Schroeder in 2005 verloor onder haar bestuur alle glans: de economische en industriële sterkhouder die Duitsland in de Eurozone was, werd een zorgenkind.
Anderzijds had de grondwettelijke financiële grendel toch niet belet dat er zich in Duitsland dat Wirtschaftswunder had voltrokken en decennialang heeft aangehouden. Wat liep er onder Merkel dan plots mis ?
Denkelijk heeft ook de Euro in zijn huidige constructie - naast ondoordachte en economisch destructieve beleidsdaden - daarin een kwalijke rol gespeeld.

De acht jaar kanselierschap van Schroeder (1997-2005) tijdens dewelke de hereniging van Oost- en West-Duitsland moest geconsolideerd worden, waren dus financiële hoogconjunctuur geweest voor het Duitse bankwezen. Toen Merkel dan plots op de rem ging staan en de Bondsregering terug budgettaire overschotjes ging kweken (i.p.v. krediet op te vragen) moesten de banken hun businessmodel herzien. Met de invoering van de Euro in 1999 was ondertussen het wisselrisico binnen de hele Eurozone uitgeschakeld, en hadden de banken (wissel-) veilige toegang tot de kredietmarkt ook in de armlastige lidstaten. Zij zouden daar gretig gebruik van maken. Het spaargeld vond nu zijn weg binnen de hele Eurozone; dit vooral ten bate van sommige deficitaire Overheidsthesaurieën.
Daarnaast was in Duitsland zelf de behoefte aan consumentenkrediet beginnen krimpen door de remmende politieke opties inzake de arbeidsmarkt. De massale import van goedkope werkkrachten, op vraag van het industriële patronaat, vóór 2015 vooral uit Turkije, en daarna bijkomend door roekeloze immigratie van "asielzoekers", heeft van de arbeider in Duitsland grotendeels een armoedzaaier gemaakt, en de noodzaak tot arbeidsbesparende en productiviteitsbevorderende investeringen uitgeschakeld. "Creative destruction", het industriele leitmotiv van Schumpeter, was niet meer aan de orde.
Het levenskrachtige Duitsland werd "de zieke man" van Europa door toedoen van een Euro die het spaargeld hielp vluchten, en een vloed aan immigranten die het loonpeil drukten.
(Daar moest een "Alternative" uit geboren worden.)

Andere aanpak

Zoals in een vroeger artikel reeds vastgesteld, blijkt de Eurogroep niet bij machte de nodige budgettaire discipline bij zijn leden af te dwingen, teneinde Ponzi-achtige openbare schuldopbouw in de Eurozone te stoppen. Het is daarom aangewezen een pertinent addendum aan de oprichtingsakte van de EUR  toe te voegen om die zwakheid op te heffen.

Vroeger bracht men de jaarlijks terugkerende uitgavenposten van de Overheid onder in de "Gewone Begroting" en de overheidsinvesteringen in de "Buitengewone Begroting". De Europese Administratie gebruikte liever het onderscheid "Verplichte -" versus "Niet-verplichte Uitgaven". Financieel is dat onderscheid zeer belangrijk. Wat de Overheid volgend jaar "verplicht", dus onontkoombaar, zal moeten uitgeven, moet veiligheidshalve begroot worden ten laste van haar te verwachten "gewone" jaarlijkse inkomsten. Indien echter uitzonderlijke uitgaven worden overwogen, bijv. voor nuttige openbare investeringen, kan beroep gedaan worden op tijdelijk geleende middelen, waarvan de intrestlasten, en op termijn de terugbetaling, "verplicht" worden en daarom jaarlijks in de gewone begroting moeten worden opgenomen.
Het zou m.i. een belangrijke institutionele versteviging van de EUR zijn indien de Eurolanden zich zouden formeel verbinden om, op legislatuur-termijn, hun nationale "gewone" begrotingen niet meer te financieren met geleende middelen; analoog wat Duitsland succesvol deed voor zijn D-Mark.
Alhoewel er geen groot principieel bezwaar is tegen het bancair financieren van de "buitengewone" uitgaven van de overheden, lijkt het verkieslijk deze zoveel als mogelijk op te vangen door rechtstreekse ontlening bij het publiek, omdat die middelen dan gewoon verhuizen van de privé-depositos naar de rekening van de Thesaurie van de Overheid; dus zonder de geldcreatie die bij krediet vanuit handelsbanken de regel is. Dit betrekt de burger ook beter bij de ontwikkeling en de appreciatie van de schuldpositie van zijn Overheid en is politiek gezond. Bovendien zou dit de banksector ertoe aanzetten de volle aandacht te besteden aan het doorsluizen der privé spaargelden naar de consumptieve-, hypothecaire- en industriële kredietbehoeften van burgers en bedrijven; wat haar primaire taak is.

Met dergelijke "noordelijke" discipline zouden de interne spanningen binnen de huidige muntunie denkelijk al gevoelig afnemen omdat begrotingsdeficits een bron van ongecompenseerde koopkracht zijn en zo van bovenmatige (regionale) import. Om de daaruit groeiende financiële spanningen op te vangen durft al wel gewezen worden naar "transfers", en dan liefst van een onzichtbare, automatische en verdoken soort! Er wordt daarover door enthousiaste EU-minnaars verder gespeculeerd, voortbouwend op het bestaande Cohesiefonds dat de Europese Commissie reeds (weinig doeltreffend) beheert. De zekerste manier om de EU-liefde te ondergraven in de ijverige "mierenlanden", zijn precies deze budgettaire transfers, omdat via deze weg het vooropgestelde doel (economische cohesie bevorderen tussen de lidstaten) al te gemakkelijk uit het oog verdwijnt, ten gunste van meer nabije consumptieve objectieven in de ontvangende lidstaat.

Ware het niet politiek veel verstandiger om te kiezen voor het wegwerken van het onderlinge inkomens-spagaat via klare, controleerbare en evalueerbare wegen, gebouwd op gezonde economische activiteit ? Want dat spagaat is niet het gevolg van gebrek aan geld, maar wel van comparatief te lage productiviteit. En deze opkrikken in de huidige deficitlanden van de Eurozone is van primordiaal belang voor de interne harmonische samenhang der lidstaten. Dat zou grote investeringen vereisen weliswaar. Maar zulk een programma kan met het collectieve spaargeld uit de EU worden gefinancierd; in alle openheid, en voorzien van de nodige resultaatsvoorwaarden en toezichtsmechanismen.

Dit spaargeld mobiliseren en kanaliseren hoeft geen enorm probleem te zijn. Indien de bevoegde Europese Instanties bijv. zouden beslissen om de gespecialiseerde afdeling die reeds onder de vleugels van de EiIB (de Europese internationale Investeringsbank) opereert te verzelfstandigen, en uit te bouwen tot een heuse Ontwikkelingsbank voor Europese Cohesie, dan is het werktuig al voorhanden. Laat men die nieuwe Overheidsbank toe verhandelbare "Cohesie-bonds" uit te geven tegen marktvoorwaarden, dan zal het spaargeld gemakkelijk kunnen toevloeien. En mocht de ECB daar gaan achterstaan, en via haar openmarkt-capaciteit de koers van de uitgegeven Cohesiebonds kordaat  binnen beperkte marges houden, dan zal de toevloed denkelijk massaal zijn.
Geen ondoelmatige en onbetrouwbare transferts van budgettaire middelen o.v.v. geld; maar financiering van de concrete opstuwing van de productiviteit in de deficitaire lidstaten, via investeringen.

Op basis van de inzichten die J.M.Keynes had neergeschreven in zijn opus magnum "General Theory on Employment, Capital and Interest", vulgariseerde hij een belangrijke macro-economische realiteit als volgt: Naties kunnen zich financieel al datgene veroorloven wat ze zelf kunnen maken en doen.
De ECB heeft daar onder Mario Draghi schitterend bewijs van geleverd, met haar redding van ons bankwezen na het instorten van Lehman Brothers en de daaropvolgende liquiditeitscrisis. Hopelijk kan ze de inspirator en mede-operator worden van een gedurfd en gezond financieel beleid, dat onze Eurozone harmonie en welvaart zal brengen.