email 297633 960 720 gray text sleepers02

dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
lees meer over onze filosofie

gebeten om te weten DRIE

“Op het breukvlak der tijden”

JanRomein1947Dit artikel gaat niet over de lidstaten maar over de EU als één beschaving die, volgens de Dwarsligger van dienst, voor een onzekere toekomst staat.

Inleiding

De titel van deze bijdrage verwijst op een nogal vrijpostige manier naar de titel van een boek van de Noord-Nederlandse historicus Jan Romein. Van hem verscheen postuum “Op het breukvlak van twee eeuwen. De westerse wereld rond 1900” (Querido, 1976).

In zijn hoofdstuk De donkere poort beschrijft Romein hoe Charles Dickens, na een rondreis in de Verenigde Staten in 1868, lyrisch deed over de verbazingwekkende veranderingen die zich in het in de Oude Wereld als achterlijk bekend staande “Nieuw Engeland” hadden voltrokken.

Steeds duidelijker werd, volgens Jan Romein (zie foto), hoe een jong en vaak onbeschaafd – althans in vergelijking met Europa - land erin slaagde een kapitalistische macht te worden. Namen zoals Morgan en Rothschild zijn ook thans bij iedereen bekend. Steeds duidelijker werd de economische dominantie van Amerika.

En dan zegt Jan Romein iets, wat voor deze bijdrage een onderliggende rode draad is: het ging om het idealisme van een jong volk dat zich van alle kanten geplaatst zag voor een uitdagende wereld van duizend mogelijkheden. Een land waarin men zich los kon voelen van alle historische tradities die als remmende banden werken, waarin men op zichzelf was aangewezen en daardoor sterk, soms krampachtig en zelfs exuberant te werk ging.

En die jonge maatschappij bleek, ondanks haar in de ogen van vele hedendaagse waarnemers soms wrede brutaliteit, toch doordesemd van een diep christelijk geloof, dat werkte als een morele bevestiging van hun pioniersgeest.

Neuss

Neuss is een stad in Nordrhein-Westfalen. De stad ligt aan de westelijke oever van de Rijn, tegenover Düsseldorf. Neuss telt tegenwoordig zo’n 150 000 inwoners, ongeveer zoveel als Breda. De stad is zo Duits als maar kan.

Tenminste: zo lijkt het.

In de reguliere, zogeheten kwaliteitspers, werd er geen melding over gemaakt. Maar begin januari 2024 dwongen jonge islamieten hun sharia-eisen op aan ‘ongelovige’ medeleerlingen én aan de docenten. De school waar deze feiten zich afspeelden had geen andere keus dan de hulp van de politie in te roepen. In de ‘grote’ politiek vond de zaak geen weerklank. Kennelijk was de materie te heet, wat dit soort feiten hebben zich in deze streken ook elders voorgedaan.

Telkens gaat het om jongeren van 14,15 jaar die christelijk opgevoede medeleerlingen dwingen zich naar de regels van de islamitische sharia te gedragen: jongens en meisjes gescheiden, geen leergezag van vrouwelijke docenten over mannelijke islamieten en voor meisjes de verplichting om een hoofddoek te dragen.

Dat lijkt een archaïsche houding. Nochtans komt ze van jongelui die opgegroeid zijn in westerse gezinnen waarvan aangenomen werd dat ze voorbeeldig geïntegreerd waren. Hiermee wordt een krantenbericht van enige tijd geleden bevestigd: “Neen meneer: ze integreren niet!”.

Een cultuuromslag

De Verlichting wil mensen, zoals Kant dat zegt, ertoe brengen gebruik te maken van hun eigen verstand, in plaats van hun gedrag kritiekloos door externe krachten te laten voorschrijven.

Het bovenstaande is daarom ook een hoogst bedenkelijke zaak, want jonge kerels die in zogenaamd in een milieu zijn opgegroeid waarin de waarden van de Verlichting tenminste uiterlijk aanvaard worden, draaien daar nu op eigen gezag van weg, om een gedragswijze te omarmen die een mens van na de Verlichting moet verwerpen.

Dat zulke verrassende en voor velen ongetwijfeld onverwachte wending plaatsvindt, lijkt sterk op het misbruiken van de waarden van de Verlichting, met name de vrijheid van denken en doen, om een gedragswijze door te drukken waardoor voor grote aantallen mensen de waarden van de Verlichting onbereikbaar worden gemaakt.

Men moet constateren dat de aanwezigheid van nochtans duizenden Aziaten alvast geen enkel vermoeden doet ontstaan dat ze een dergelijke cultuuromslag op het oog hebben.

Want een heuse cultuuromslag is het wanneer de zuurbevochten principes van de gelijkheid van de geslachten en de voorrang voor democratische regels ten aanzien van de religieuze voorschriften door vaak beloftevolle elementen op een vrij brutale wijze opzij worden geschoven om ze te vervangen door patriarchale principes uit een religie die nog steeds berust op de ideeën van  het Midden-Oosten ten tijde van de Middeleeuwen.

Dat dergelijke feiten zich kunnen voordoen laat inderdaad zien dat er van integratie helemaal geen sprake is. Integendeel: het vermoeden is gewettigd dat de betrokken groepen slechts wachten op het moment dat ze sterk genoeg zijn om de liberale waarden van de Verlichting door hun eigen archaïsche ideeën te vervangen.

Daarmee blijkt de multicultuur die door (extreem)links zo bezongen wordt een droombeeld te zijn, een naïef sprookje, een illusie die vooral een vorm van zelfbedrog is.

Hoe werd dit mogelijk?

Over die vraag vallen dikke boeken te schrijven.

Eigenlijk gaat het voornamelijk om een klein aantal voor iedereen zichtbare verschijnselen, die meestal  door de spraakmakers van de maatschappij verwaarloosd worden.

Een eerste element is de ineenstorting van het geloof in de eigen positieve krachten of nog: het geloof in het vermogen én de opdracht om zelf mee vorm te geven aan de toekomst. In de plaats daarvan zien we de opkomst van een cultuur die doortrokken is van schuldbesef. Schuld om het kolonialisme. Schuld om de vermeende blanke superioriteitspolitiek. Schuld om het racisme.  Schuld om de schade aan de natuur. Schuld voor alles wat misloopt. In het verlengde van deze schuldcultuur zien we de idee van de zelfvernietiging, die we zogenaamd zelf verdiend zouden hebben. Men vindt die cultuur van de zelfvernietiging overvloedig in de wereld van de zogeheten klimaatcrisis met groepen zoals Extinction rebellion, Human extinction en de predikers van de Laatste Generatie. Een ander frappant voorbeeld ook is de opkomst van woke-cultuur, die in plaats van een oproep tot zelfbewustijn verworden is tot de uiting van een aangeprate zelfbeschuldiging, uitdrukkelijk opgelegd door groepen die zich moreel hebben verheven boven alle overtuigingen en verklaringen die onze blanke liberale maatschappij kenmerken, alles met het oog op hun eigen dominantie. Op een wel erg brutale manier wordt ons voor de voeten gesmeten dat al ons gepraat over de waarden van de Verlichting leugens en bedrog is en dat ons maar één ding te doen staat: nederig het hoofd te buigen. Wie dat weigert te doen, laadt de beschulding op zich de voorgewende blanke onrechtvaardigheid te willen handhaven.

Het grote verschil met het verhaal dat Jan Romein ons vertelt, is dat de hedendaagse generatie geen geloof meer heeft in een missie. Ze mist elk geloof in zichzelf. Ze lijdt aan doemdenken. En daardoor verliest ze alle weerbaarheid.

Een tweede element  is de instroom van lieden die opgegroeid zijn in een milieu waarin de twijfel aan de humanistische missie van de mens van de Verlichting enige tijd lang gedempt werd door de idee van een aantrekkelijke materiële vooruitgang, maar dat slechts voorlopig is. Velen uit die groep staan zelf niet sterk genoeg in de schoenen om voluit te gaan voor de waarden die deze materiële welvaart mede mogelijk maakten en om afscheid te nemen van een archaïsche ideologie. Ze leven tot op zekere hoogte nog steeds tussen wal en schip. Van hen valt zeker geen weerbaarheid ten bate van de Verlichting te verwachten. Ze vallen om als dominostenen wanneer ze op onverwachte weerstand stoten. Waarna ze zich aansluiten bij de vermeende zekerheid van een fossiele religie.

Een derde element  is de aberratie van de sociale beweging. Een sociale beweging houdt zich niet alleen maar bezig met de verhoging van de materiële welvaart. Ze doet ook aan volksopvoeding, zoals destijds De Vooruit in Gent en De Volksgazet op hun programma hadden staan. Sociale vooruitgang moet worden aangevuld door menselijke weerbaarheid, want deze laatste neemt sociaal-economische weerbaarheid in haar spoor mee. Maar van die opvoeding tot menselijke weerbaarheid valt in de huidige tijd niet veel meer te merken en de sociale beweging houdt zich vooral met bijkomstigheden bezig, voortsjokkend in de sporen die door de voorgangers van vorige eeuw werden getrokken, zonder zich af te vragen of sociaal bewegen in deze tijd niet meer kan of moet betekenen.

Een vierde element is het bijeentroepen van al te veel nationale elites in een mundiale, antinationale, globalistische klasse, die weet dat ze haar posities maar kan handhaven als ze hun onderlinge banden sterk maken en de afstand met het plebs zo groot mogelijk. Een voorbeeld is het beruchte World Economic Forum. Democratie bevat een dosis onvoorspelbaarheid en dat spoort niet met de door het WEF vooruit geplande communistische toekomst, die bovendien door artificiële intelligentie zou beheerst worden. Een volk heeft echter een eigen, menselijke elite nodig, omdat menselijke wezens leiding behoeven, dat wil zeggen: mensen die de missie van die gemeenschap in de contemporaine tijd concrete vorm geven.

De kloof tussen de genoemde globalistische elite en het volk dreigt zo groot te worden dat ze onoverbrugbaar wordt. Steeds meer worden deze elites de vijand van het volk, dat vervolgens moet beheerst worden. Deze gedachte ontrolt zich concreet voor wie constateert dat organisaties zoals de EU en de Unesco zich geroepen voelen om datgene wat zijzelf als fakenieuws bestempelen met censuur actief te bestrijden en dat zogenoemde nepnieuws straks ongetwijfeld strafbaar te stellen, en tegelijk de strijd te voeren tegen wat zij bestempelen als komplotdenken of misinformatie. Het ontgaat deze elites dat ze hiermee de waarden van de Verlichting – en zelfs die van een vrije wetenschap! - over de haag werpen en zich plaatsen tégenover de vrije pioniers waar Romein over schreef.

Een vijfde element is nauw met het vorige verbonden: het is het bewust systematisch verzwakken van het nationaal besef. Voor wie daaraan zou twijfelen volstaat het kennis te nemen van de nationalistische ijver van ook de modale hedendaagse Amerikaan, voor wie Amerika de veruitwendiging is van een missie en een zijnswijze, al pakt die voor andere volkeren vaak niet zo gunstig uit. Vergelijken we dat even met wat zich te onzent afspeelt. Wij leven in een tijd waarin onze gedachtenwereld internationaliseert, inclusief ons taalgebruik dat het vehikel van die internationalisering wordt. Die ontwikkeling sluit perfect aan bij de wensen van de hoger genoemde elite, die immers lak hebben aan bewuste naties omdat die hun globalistische ideeën doorkruisen.

Het ontgaat ons vaak dat deze internationalisatie ieder van ons persoonlijk degradeert tot de onbenulligheid van een onooglijk lidmaatschap van een onoverzienbare massa die zogenaamd vraagt om massale sturing door een elite, die zich boven die massa verheven waant. Op zijn beurt werkt dat gevoel van onbenulligheid demoraliserend, hetgeen het geloof in een eigen missie van binnenuit aantast. Want wie verzet zich tegen een macht die zichzelf oneindig hoog boven het volk verheft en altijd dezelfde misprijzende boodschap uitstuurt? Bovenop komt het fenomeen van koningen die zich geroepen voelen om zich te verontschuldigen voor de al dan niet echte koloniale uitbuiting door voorgaande generaties - alsof die uitbuiting daarmee  wordt uitgewist. Dergelijke verontschuldigingen ondermijnen de moed en de wil om te presteren, versterken de schuldcutuur waardoor een herhaling van al dan niet ware historische feiten zu uitgesloten worden. Die wil tot presteren is het die we nodig hebben, want de volkeren die al dan niet werden uitgebuit hebben eerder behoefte aan zelfbewuste collega-volkeren, waarmee ze volwassen afspraken kunnen maken.

Alweer zien we hier een stuitend verschil met generaties in het Amerika van 1900, die de groei van hun macht immers mede hebben te danken aan hun nationaal besef.

Tenslotte is er een diepe instorting van het religieus besef, waaruit dan ook geen kracht meer kan worden geput om de uitdagingen van de tijd met een moreel en religieus gefundeerd besef aan te pakken. Alle godsdiensten zijn even goed en egoïstisch materialisme is beter, maar dat komt in werkelijkheid neer op de neergang van de christelijkheid, die niet vervangen wordt door een religieus besef waarin toch nog ruimte blijft voor de waarden van de Verlichting en waardoor diezelfde waarden op een religieus fundament kunnen rusten. Maar de mens is een eeuwige zoeker en heeft behoefte aan een perspectief dat het individu te boven gaat. Zo komt de weg vrij voor een godsdienst die  haar eigen gelovigen wél een fundament schenkt om zichzelf zelfbewust politiek te organiseren.

De Islam als tegencultuur

Tegenover dit alles staat er nu dus een militante islam, waarvan we sinds Neuss nu weten dat ze in werkelijkheid staat tégenover onze liberale maatschappij. Die islam dient zich nu aan als een maatschappelijk en religieus alternatief voor onze Verlichting, als een echte tegencultuur. Met een gelijkaardige religieuze verantwoording voor een nieuwe versie van veroveren inbegrepen.

Hiermee zou zich eenzelfde diepgaande cultuuromslag ontvouwen als die welke we hebben zien plaatsvinden in de vierde eeuw, toen het heidendom op minder dan één eeuw door het christendom werd vervangen.

Voorlopig lijkt het nog niet zo ver te zijn gekomen. Vermoedelijk zitten er nog te veel voordelen van materiële aard vast aan de gehate blanke westerse cultuur. Maar toch zijn er tekenen dat er een sterke tegencultuur aan het groeien is, die de potentie heeft om onze liberale maatschappij weg te blazen. Menige bewoner van Neuss zal dat dezer dagen wel vermoeden.

Zoals Jan Romein in de jaren rondom 1900 een breukvlak zag in Amerika, zo tekent zich in onze tijd een breukvlak af in ons hele waardenpatroon. De waarden van een Verlichting namelijk, die misschien niet alles heeft gebracht wat er ooit van werd verwacht, maar die toch het uitzicht bood op een vrije verantwoordelijkheid, iets wat de mens sinds aeonen niet heeft gekend.

Op het breukvlak der tijden: dramatisch, tragisch en apocalyptisch

Als Jan Romein nog zou leven (hij overleed in 1962) zou hij met minstens even grote verbazing toekijken hoe het er in het westelijke deel van het Europese continent aan toe gaat als toen hij sprak over de gebeurtenissen in ‘Nieuw-Engeland’. Net zoals hij daar een felle cultuuromslag waarnam die zich in slechts enkele tientallen jaren ontvouwde, zou hij nu gewag maken van een buitengewoon snelle algehele ompoling van de oude maatschappij in West-Europa.

Maar hij zou, hoogstwaarschijnlijk, niet met  bewondering het schouwspel gade slaan. Veeleer zou hij de verbijsterde getuige zijn van de aftakeling van een moeizaam bevochte Verlichting en machteloos de ondergang vaststellen van de enige historische beschaving die ooit iets van een democratie wist te organiseren.

Hij zou geschokt zijn door de lankmoedigheid, jazelfs de lafheid, waarmee vele spraakmakers toestaan hoe in ons deel van de wereld alles vernield wordt wat hun voorgangers met zoveel bloed, zweet en tranen tot stand brachten en wat onze landen tot lichtende voorbeelden voor grote delen van de wereld maakten.

Hoewel Romein een minzaam man was, zou hij misschien zelfs boos zijn, als hij zou constateren dat diezelfde spraakmakers zelfs heel bewust aan deze ondergang meewerken.

In deze zin heeft dit breukvlak der tijden iets dramatisch, iets van een sinsitere noodlottigheid en van een tragiek van een superieur gehalte.

De boosaardigheid dringt zich nog méér onweerstaanbaar op, wanneer men ziet hoe machtige plutocratische groepen uit zijn op de verdere versteviging van hun greep op de wereld. En hoe zij, veilig verscholen in hun beschermde milieus en omringd door een legertje helpers die zichzelf een wereldomspannende taak denken toe te meten, in hun globalistische drammerij  tegelijk ook de door de goedmensen gekoesterde allochtonen naar de totale, letterlijk grenzeloze slavernij voeren.

En wij? Wij beleven de tragiek van een cultuurdrama dat uitloopt op de apocalypsiche ondergang van een beschaving.