email 297633 960 720 gray text sleepers02

dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
lees meer over onze filosofie

gebeten om te weten DRIE

Bitterzoet (Neo)-Liberalisme

DALLE Burgers gebukt onder bankierGastauteur Gust Mombaerts beschrijft in deze bijdrage de evolutie van het neoliberale economisch denken.

Het Liberale Kapitalisme had gans de 19de eeuw het economisch en politiek leven beheerst. Het was een eeuw van sterke economische groei, welvaart voor de burgerij en de landbouw, maar doffe ellende voor de arbeidersklasse, wat trouwens tot geweldadige stakingen had geleid. Dus geen "Belle Epoque" voor iedereen! En na 1918 vond het geen remedie om uit de na-oorlogse economische depressie te geraken. Zo groeide het inzicht dat de economie van overheidswege moest worden bijgestuurd. In Duitsland, de verslagen mogendheid die gebukt ging onder de betaling van hoge schadevergoedingen aan de geallieerden, werd onder de stuurloze liberale Weimarrepubliek de armoede ondraaglijk, en namen de Nazis de macht over: Hitler begon onmiddellijk en in volle vaart de infrastructuur te moderniseren en de wapenindustrie uit te bouwen: de werkloosheid was spoedig opgedroogd en na minder dan één decennium voelde het land zich klaar om de vroegere vijanden opnieuw aan te vallen. Ook deze keer pakte het slecht uit: de aanvaller werd verslagen en vernietigd. Maar na die Tweede Wereldoorlog was de wereld zeer veranderd, en de economische ervaring van het interbellum indachtig, zochten de USA een verstandig-gestuurde overgang van oorlogs- naar vredeseconomie, terwijl in West-Europa  geleidelijk een "overleg-economie" werd uitgebouwd, sui generis, die men Rijnland-model heeft genoemd. Zij werd gebouwd op structureel overleg tussen de sociale partners, vakbonden en patroons, in voeling met de Regeringen . Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan waren de resultaten  zeer behoorlijk. Dat liet toe te gaan dromen van méér, en groter,... en vrijer: de liberale ideologie kreeg geleidelijk opnieuw wind in de zeilen, aangeblazen door liberale, vooral Angelsaksische, academici.

"The Road to Serfdom" was een lichtflits geweest die Friedrich Hayek --toen professor aan de London School of Economics--  eind 1944 had ontstoken in de duisternis, waar, naar zijn inzicht, de Britse academische wereld door het oorlogstrauma in gevangen zat. Men was er daar toen overwegend van overtuigd dat het Fascisme dat Europa in de '30erjaren in zijn greep gekregen had, het kapitalistisch antwoord was geweest op het Marxistisch collectivistisch gedachtengoed . Dat bleek onder intellectuelen wervend te zijn omdat het, naar werd beweerd, in de Sovjetunie puike resultaten boekte. Hayek, die te Wenen in een diep-liberale wieg was geboren (°1899), voelde de drang hiertegen stevig  filosofisch te reageren. Zijn boek kreeg grote weerklank, temeer dat het ongeveer gelijktijdig ook door de Universiteit van Chicago werd uitgegeven; het werd er een referentiewerk voor de locale School of Economics.

Het Economisch Liberalisme berust op een axioma, een onbewezen maar als onomstotelijk aanvaarde waarheid, dat de minst-beperkte economische vrijheid van de burgers leidt tot de beste socio-economische resultaten. Onomstotelijk?... Ver van zeker!  Maar dáár dacht Hayek anders over. Met zijn Road to Serfdom zou hij een eigen kapitalistisch antwoord proberen neer te schrijven op zowel het Fascisme als op het Marxistisch-collectivisme. Liberale economisten vreesden toen dat de door J.M.Keynes noodzakelijk geachte, en daarom aanbevolen overheidsbemoeienis in het economisch leven, een stap op een glad en hellend vlak was. Maar de boodschap van Keynes, tijdens de economische crisis van het interbellum uitgebracht, was te duidelijk en te sterk onderbouwd om ze gewoon te negeren. Hayek, die een gewaardeerde collega was van Keynes (+ 1946) had ook ingezien dat de overheid verantwoordelijkheid moest opnemen en sturing geven inzake sociale zekerheid, volksgezondheid en milieu (naast de "evidente" overheidstaken) maar eveneens - en dat is bijzonder - inzake monetaire stabiliteit. Deze laatste problematiek ging een belangrijk reflectieveld worden voor de School of Economics in Chicago, waar Milton Friedman de roerganger was. Het kwantitatieve monetarisme werd er uitgebouwd, in de overtuiging dat hierdoor, los van de politiek, de economie optimaal zou kunnen draaien op (half)automatische piloot.

Dit paradigma, waar de School van Chicago haar neoliberale recepten op heeft geschoeid, was wiskundig onderbouwd. De Westerse regeringen waren er vanaf de 70er-jaren van vorige eeuw ontvankelijk voor, omdat zij radeloos vochten tegen een ontembare en ontwrichtende inflatie. In 1971 was de "dollar-goudstandaard", die in 1945 bij de Akkoorden van Bretton Woods was ingesteld, onhoudbaar geworden (zoals Keynes had voorspeld). President Nixon schafte de (voorgehouden maar niet toegepaste) vaste goudkoers van 35$/onz af (het metaal was op de grondstoffenmarkt al vijfmaal hoger geprijsd) en er werd een regime van gebreidelde zwevende pariteiten ingesteld, waar de landen die tot de dollarzone behoorden moeilijk overweg mee konden. Daar bovenop brak in 1973 de oliecrisis uit die nog verder de inflatie aanjoeg door een brutale prijsschok van 70% voor de ruwe olie. In het Midden-Oosten zou de productie op maandbasis tot 5% kunnen worden teruggeschroefd om het nieuwe prijspeil te bestendigen.


De  School van Chicago had ondertussen met haar denkwerk al hoop gewekt bij het IMF en de Wereldbank, en via die weg kregen "Chicagoboys" de hoge hand in de economische heropbouw van het Chili van Pinochet, na diens staatsgreep en de verdrijving van het marxistisch regime van Allende in 1973. Hun economische resultaten werden hoog gewaardeerd... maar de verhoopte democratie en burgerlijke vrijheden hebben ze niet gebracht.

En dan kwamen, gedurende het '80er decennium, de neoliberalen aan het stuur zowel in de US als het UK. Ronald Reagan en Margaret Thatcher hebben beiden behoorlijke economische resultaten geboekt; maar die waren niet onverdeeld gunstig. Tijdens hun mandaat nam in beide landen de inkomensspreiding tussen het laagste en hoogste deciel dramatisch toe. In het UK groeide ze met 50%; en in de US is ze quasi verdubbeld, samen met een verdubbeling van de openbare schuld; van 4.500 miljard naar bijna 10.000 miljard USD (op vandaag is dat doorgegroeid tot 34.000 miljard!). Reagan ging zeer voortvarend tewerk: belastingvermindering van 30% zowel op de bedrijfswinsten als voor de particuliere inkomens, en de financiële put die daardoor ontstond in de federale thesaurie werd opgevangen door ontleningen op de geldmarkt. De hoop die hij wellicht had gekoesterd, dat de verhoging van de beschikbare inkomens een meer dan evenredige verhoging van de belastbare massa zou meebrengen, was in ieder geval niet uitgekomen.

Toch bleef de gepredikte liberale hoop nog aan kracht winnen; ook omdat er in veel Westerse landen een vicieus belangenkoppel was ontstaan tussen de overheid en het bankwezen. Dit laatste werd zich bewust dat er een goudader-van-krediet openlag en schepte er graag de staatsladen mee vol. De DEREGULERING van het financieel apparaat gaf zoete vruchten. De bankiers werden almaar ingenieuzer in het uitbouwen van hun kredietscheppend vermogen; daartoe hadden ze slechts wat papier nodig (en geloof in elkaar en van de goegemeente).... en dan in 2008: pardoes! In de USA spat de krediet-zeepbel van de immobiliënmarkt open, en de papieren constructies stuiken in elkaar. De Federal Reserve kijkt aanvankelijk toe en laat Lehman Brothers in puin vallen, vooraleer de reddingsboeien uit te gooien naar de talloze sectorgenoten die nu ook hun voegen hoorden kraken en, behoudens overheidshulp in de storm zouden zijn ten onder gegaan.

Ondanks het financiëel puin dat ook hier in Europa op de hoofden viel als gevolg van het Amerikaans débacle, bleef de euro overeind. Het Belgisch bankwezen werd bijzonder hard getroffen door de quasi-ondergang van Fortis en het bankroet van Dexia die slechts door massale overheidsinterventie van de algehele verdamping konden gered worden. KBC daverde op haar grondvesten. Gans de Europese banksector was plots bouwvallig geworden door de massa kredietpapier dat op hun balansen stond en plots grotendeels dubieus was geworden omdat het niet meer te gelde kon worden gemaakt, daar het VERTROUWEN uit de markt verdwenen was. Vooral het onderling vertrouwen tussen banken was bliksemsnel verdampt; het bankwezen was verstijfd en verlamd. Vanaf 2011 kwam er met het aantreden van Mario Draghi, en zijn schrander financieel en monetair inzicht, opnieuw licht aan de horizon: hij heeft de ECB met grote kennis van zaken geleid, en haar resoluut de rol laten spelen van "lender of last resort" die enkel emissiebanken kunnen vervullen. En hij heeft dit gedaan op meesterlijke wijze, zodanig dat het vertrouwen onder de banken terugkwam en hun liquiditeit snel werd hersteld, zonder een inflatoire spiraal op gang te brengen.


In een vroegere beschouwing, met als titel "Kwaadaardig Gezwel", werd reeds gewezen op de "Ponzi-achtige" beleggingen van de depositobanken in de overheidsschuld. Het kwalijk karakter van die beleggingen vloeit vooral voort uit het feit dat de Overheid haar schulden tegenwoordig niet meer afbouwt, maar haar op vervaldag gemakkelijk kan terugbetalen met nieuwe schulden aan te gaan; m.a.w. door haar schuldenberg steeds maar hoger te laten aangroeien.
Het bankwezen werkt daar graag aan mee omdat het alzo quasi-risicoloos, op basis van almaar toenemende klantendeposito's geld kan bij creëren en uitlenen tegen een gegarandeerde comfortabele rente. Dat maakt het voor haar niet meer noodzakelijk om het eigen businessmodel te stoelen op het doorsluizen van het particuliere spaargeld naar productieve investeringen van de bedrijven. En hunnerzijds kunnen bedrijven, door de milde hand van de Overheid (die zich gemakkelijk bancair financiert), subsidiëring van hun investeringen bekomen, en aldus de eigen risico's beperken... door afschuiving naar de aangroeiende schuldenberg waar uiteindelijk de belastingbetaler zal voor opdraaien.

Het "gedereguleerd" neo-liberaal bankwezen, in samenspel met de Westerse onbekwame overheden, bracht ons in een bestel waar het spaargeld niet meer hoeft gerecycleerd te worden naar Schumpeter's "creative destruction": waar vervolgens, die overheden de bedrijfsinvesteringen bijsturen via royale subsidies die ten laste vallen van de belastingbetalende gemeenschap, en waar het bankwezen rente kan innen op geld dat het zelf mag creëren en  quasi-risicoloos uitlenen aan de Overheid: het tegengestelde van wat Hayek en de liberale scholen in Wenen, Freiburg en Chicago op het oog hadden!


Het (Neo-)Liberalisme is behept met een ontembaar virus, dat het axioma uitholt waarop het meent te kunnen rusten, en dat de Angelsaksers "moral hazard" noemen.

DALLE Burgers gebukt onder bankierDALL-E : Burgers gebukt onder neo-liberale bankier

 

 

 

Gust Mombaerts

27 jan 2024