email 297633 960 720 gray text sleepers02

dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
lees meer over onze filosofie

gebeten om te weten DRIE

Een economische toekomst

DALLE Four phases economyGust Mombaerts, economist en gewezen adviseur van de laatste twee Rwandese presidenten gooit een kiezeltje in de rivier van het economisch denken: ongebreidelde vrijheid is niet hét antwoord.

Pre-industrieel

In onze Westerse Wereld evolueert de economie in brede golfbewegingen; een afwisseling van de opgaande en dan weer dalende "conjunctuur". En economen hebben zich vaak over dit fenomeen gebogen om te achterhalen wat de oorzaken van deze instabiliteit zouden kunnen zijn, en hoe haar te dempen. Toen de professor monkelend vertelde dat de Britse econoom William Stanley Jevons had geponeerd dat de economische conjunctuur afhankelijk was van de evolutie der zonnevlekken schoot het auditorium in een lach!  Maar dat was toch wel te vroeg gelachen: Jevons (1835-1882) had opgemerkt dat in de voorbije periode de conjunctuur tamelijk goed de 11-jarige cyclus van de zonnevlekken volgde, en hij vermoedde een verband. Niet zo gek; want in die pre- of vroeg-industriële periode lag het zwaartepunt van de Westerse economie nog duidelijk bij landbouw en voeding, en die werden beïnvloed door de wisselende intensiteit van de zonne-energie.

DALLE pre industrial economyDALL-E: pre-industrieel tijdperk

 
Datzelfde patroon was tijdens de vroege kolonisering nog merkbaar in de streek van de Afrikaanse Grote Meren, waar abnormale droogte en hongersnood ongeveer elke tien jaar tot belangrijke sterfte leidden. Dit drama werd algemeen toegeschreven aan de plaatselijke "overbevolking", maar de oorzaak was wellicht de zonnecyclus, en door een efficiënte landbouwpolitiek werd de invloed van de periodieke droogte uitgevlakt en de voeding van de bevolking veilig gesteld. De regio kende zijn laatste algemene hongersnood in 1941, en dit ondanks de snel verdubbelende bevolkingsaantallen.
In het toenmalig economisch bestel had de periodieke verzwakking van de productiefactor Natuur vaak dramatische gevolgen; en die werden door beter inzicht en verstandig handelen geleidelijk ondervangen.

Industrieel

Met de uitvinding van de stoommachine werd de traditionele energievoorziening door man- en paardenkracht, en enkele wind- en watermolens, plots aangevuld door machinale kracht, die quasionafhankelijk van natuurlijke omstandigheden, overal naar believen kon ingezet worden. Dit zou de poort openen naar een steeds maar groeiende productiecapaciteit, in belangrijke mate gestimuleerd door het mechanisch transport via het spoor en haar stoomlocomotief: de "Industriële Revolutie", zoals zij terecht werd genoemd, was van start gegaan.

DALLE industrial eraDALL-E : Industrieel tijdperk

Dit bracht een tot dan ongekende toename in aantal en gecompliceerdheid van de economische transacties met zich mee, en er moesten enorme kapitalen gevonden worden om de veelbelovende mechanisering te bekostigen. Tevens stroomde overtollige arbeidskracht uit de landbouw over naar de expanderende industrie. Dat liep allemaal niet van een leien dakje; de financiële en monetaire problemen waren een permanente zorg. Het circulerende geld was nog overwegend chartaal, d.i. tastbaar, in munten en bankbriefjes die wettelijk (enkel in theorie) inwisselbaar waren tegen goud. De goudvoorraad kon echter met de groeiende nood aan cash geen gelijke tred houden, wat meebracht dat er alsmaar gesleuteld werd aan de definitie van de Gouden Standaard, zonder echter de periodieke krapte op de geldmarkt te kunnen opheffen. Het patronaat, altijd op zoek naar bijkomend investeringskapitaal, zag zich verplicht haar investeringen maximaal uit eigen middelen te financieren, en drukte daartoe de loonkost bovenmatig. Sociale onrust en opstand werden onvermijdelijk. In 1886 braken grote gewelddadige stakingen uit, waarbij hier en daar in de fabrieken machines werden stuk geslagen. De arbeiders dachten verkeerdelijk dat machines de oorzaak waren van het armzalig loonpeil, en zagen niet in dat zij eerder het middel waren om de productiviteit van de arbeid te bevorderen en aldus een verhoging van de lonen mogelijk te maken.
Een inadequaat monetair en financieel  beleid was de diepere grond van de sociale ellende die de expanderende Industriële Revolutie had meegebracht.

Modern

In die context brak de Eerste Wereldoorlog uit die vanzelfsprekend tot een belangrijke heroriëntering van de economische productie dwong, en grote financiële  gaten zou slagen. De Gouden Standaard moest worden losgelaten. Na vier jaar uitputting en miljoenen gesneuvelde jonge mannen, kreeg men het normaal economisch leven niet terug op de rails. De monetaire inflatie die omwille van de oorlog op gang was gekomen geraakte na 1918 maar niet getemd. Zij bleef jaren aanslepen en verhinderde de economische heropleving. Winston Churchill, die in 1924 in het Verenigd Koninkrijk Minister van Financiën werd, was de overtuiging toegedaan dat de economie in het slop bleef zitten omdat het circulerende geld gewantrouwd werd. Daarom stelde hij opnieuw de verplichte gouddekking in. Dat pakte verkeerd uit: de verstikking van het economisch leven verhevigde nog, en Churchill moest reeds na anderhalf jaar ministerschap ontslag nemen.
Tot overmaat van ramp crashten in 1929 de beurzen wat de financiële en economische onzekerheden verder deed versomberen.

DALLE modern era crashDALL-E : crash

Overheid

Niet te verwonderen dat het Vrije-markt-kapitalisme dat al anderhalve eeuw domineerde, nu ernstig onder de loep werd genomen. In 1867 had Karl Marx reeds met zijn "Das Kapital" stof tot nadenken geleverd. De overtuiging groeide dat er nood was aan (al dan niet radicale) economische bijsturing van overheidswege. In de US kon President Roosevelt in 1935 zijn New Deal afkondigen, gesteund op belangrijke economische overheidsinterventie; en in het VK publiceerde John Maynard Keynes in 1936 zijn magistrale "General Theory on Employment, Interest and Money". Dit boek (geen bedlectuur) heeft het toenmalig economisch denken zeer sterk beïnvloed. Zijn auteur wordt nog regelmatig geciteerd (maar spijtig vaak verkeerd) door te verwijzen naar het door hem geijkt begrip "deficit spending". Keynes had ingezien dat de economische conjunctuur vooral afhankelijk is van de vraag naar (consumptie)goederen, en dat die vraag merkelijk daalt wanneer de werkloosheid stijgt, en dienvolgens de productie teruggeschroefd wordt; wat dan bijkomende afdankingen veroorzaakt en zo de economie verder in een krimpende spiraal dwong.

DALLE John Maynard Keynes Deficit SpendingDALL-E : Deficit Spending

Om die nefaste dynamiek te voorkomen raadde hij aan dat de overheid, bij dalende conjunctuur, belangrijke nuttige investeringswerken zou aanvatten, en deze zou financieren met leningen (niet met verhoging van de belastingen; wat het beschikbaar inkomen zou afromen). Het keynesiaans recept is dus tijdelijke "deficit-spending", om zo de krimp van de tewerkstelling tegentegaan, en aldus de koopkracht op peil te houden en de Vraag naar goederen te ondersteunen; het geleende geld zou tijdens de opnieuw aantrekkende conjunctuur door de overheid terugverdiend worden via toenemende belastinginkomsten, en daarmee worden terugbetaald. (Er weze opgemerkt dat door de oprichting van een sterke Sociale Zekerheid, na het einde van WO II, alsmede door de indexering van de loonschalen, de globale Vraag naar consumptiegoederen thans grotendeels wordt gestabiliseerd; zij verzachten de conjuncturele verzwakkingen aanzienlijk.)

Keynes 1933 

Wikimedia : John Maynard Keynes (1933)


Waarom kon en kan het Vrije-markt-kapitalisme die neergaande spiraal niet zelf afbreken; uit eigen kracht; met haar "Invisible Hand", zoals zij door Liberalen werd genoemd? Het antwoord is: omdat menselijk handelen slechts zwakjes-of-niet ingegeven wordt door een algemeen maatschappelijk belang; mensen zijn doorgaans niet met algemeen belang begaan. Ook van patroons kan men niet verwachten dat zij bij dalende vraag hun productie (en dus aanbod) zouden gaan verhogen om de werkgelegenheid te bevorderen in de hoop de vraag aan te zwengelen. Hun individuele macht op de globale markt is daarvoor veel te klein, en hun bekommernis is louter bedrijfseconomisch: winstgevend blijven, zoniet tenonder gaan.
Conclusie: de Vrije-markt heeft al zeker aan de vraagzijde nood aan bijsturing om op dreef te blijven. Dit kan (moet) begrepen worden als een kerntaak van de overheid. Keynes had die noodzaak ingezien en er een instrument voor aangeprezen: (verstandige) "deficit spending".

 

Joseph Schumpeter ekonomialariaWikimedia : Joseph Schumpeter


Niet zozeer de Vraag maar wel het Aanbod was de fascinatie van de Oostenrijker Joseph Schumpeter, een perfecte tijdgenoot van Keynes (beiden °1883). Hij ontvluchtte Bonn in de vroege dertigerjaren en werd professor in Harvard (Ma). Ook hij wordt vaak vereenzelvigd met een kernbegrip uit zijn economisch denken: "creative destruction"(i.e. "scheppende afbraak"). Hierin speelt de "entrepreneur" de hoofdrol omdat door hem nieuwe of betere producten op de markt worden aangeboden, via efficiëntere productiemethoden, tegen voordeliger prijzen, door incorporatie van nieuwe technologie. Die innovatie verdringt de oudere producten en verouderende fabrieksuitrusting. Dit is uiteraard een heel vooraanstaande factor in het groeiproces van een economie. Men kan er echter moeilijk tegenspraak met Keynes in ontwaren (wat wel vaker gebeurt): terwijl de ene via het stimuleren van werkgelegenheid en vraag de conjunctuurdips wil dempen, wil de andere eerder de productie en productiviteit op langere termijn bevorderen.

 

DALLE creative destructionDALL-E : Creative Destruction


Door de enorme complexiteit die de hedendaagse maakindustrie en de erin toegepaste technologieën kenmerkt, zijn het nu reusachtige bedrijven die met eigen researchafdelingen systematisch mogelijke innovatie opsporen: de ondernemer werd grotendeels gedepersonaliseerd en vervangen door ingenieursafdelingen.

Innoveren dwingt tot investeren en stelt onmiddellijk het probleem van de adequate kredietverschaffing. Dit wordt algemeen gezien als een kerntaak van het bankwezen. Die taak - het doorsluizen van spaargelden naar productieve investeringen -  is echter zo cruciaal voor 's lands economie, dat het vanwege de overheid schuldig verzuim zou zijn haar gewoon aan een (vaak maatschappelijk-inadequate) vrije markt over te laten. Door het feit dat kredietverlening inkomsten genereert is zij ook een handel (weliswaar van een speciale soort) maar toch inherent onderhevig aan bedrijfseconomisch winstbejag en dus niet in de eerste plaats begaan met het maatschappelijk belang. In een dergelijke situatie is reglementering en toezicht van overheidswege aangewezen, zo niet noodzakelijk. Geld en krediet hebben in een moderne economie dermate sturende kracht dat hun intrinsiek politiek karakter onmogelijk nog kan ontkend worden. Zij zijn tevens een hefboom voor de economische macht in de samenleving, en moeten daarom door die samenleving worden beheerst.

 

DALLE complex relationship between innovation investment credit provision in a modern economyDALL-E : Complexe Relatie Innovatie - Investering - Krediet in Moderne Economie

 

Neoliberalisme

Het (neo) liberalisme, dat na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk de wind in de zeilen kreeg, heeft dit economisch inzicht ideologisch proberen wegredeneren, en daardoor de zeer dubieuze toestanden geschapen waar de Westerse economieën in zijn aanbeland. De verschrikkingen die ze hadden beleefd tijdens de oorlogsjaren deed de volkeren schreeuwen naar bevrijding van de autoritaire regimes, en stimuleerde het verlangen naar individuelle vrijheid. Het oude geloof in het economisch liberalisme kwam weer tot leven: de persoonlijke vrijheid werd vereerd als de beste waarborg voor de heropbouw van de verloren welstand en de verdere groei ervan. De economische voorschriften moesten "gedereguleerd" worden; en dat werd steeds verder doorgedreven. Vandaag moet men vaststellen dat die ongebreidelde vrijheid in bepaalde sectoren, onze Europese samenlevingen in een benarde economische situatie heeft gebracht. De financialisering van de kapitalistische economieën hangt als een donkere wolk boven het bestel.

 

DALLE pessimistic view of neoliberalism

DALL-E : Pessimistische kijk op neoliberalisme

Hopelijk zal beter inzicht bij de beleidsverantwoordelijken ons naar betere wegen leiden.

Gust Mombaerts
01 december 2023