Print

doodskistGastauteur Dr. Frank Boll stelt zich vragen bij de economische rol van Duitsland in de EU.

Schuld en boete. Een Duits-Europese controverse

Duitsland is veel meer dan het Derde Rijk. Dat wil niet zeggen dat er een finale streep mag getrokken worden onder de periode 1933-1945. Alsof dit enkel maar een periode was als vele anderen.

Maar daarom moeten de Duitsers niet geketend blijven aan dit nazi verleden. Dat stellen Jürgen Habermas, één van de belangrijkste hedendaagse Duitse filosofen, en Joseph Alois Ratzinger, paus Benedictus XVI,  in een gezamenlijk werk. Het Duitse verleden gaat over heel wat meer dan het Derde Rijk. En dat verleden kan ons nog heel wat leren, aldus de Engelsman Peter Watson in het slot van zijn episch verhaal “The German Genius” (2010) met als ondertitel “Europe’s Third Renaissance, the Second Industrial Revolution and the Twentieth Century”. Maar de atmosfeer rond de strijd met dat verleden zowel binnen als buiten Duitsland verdringen deze realiteit en het bewustzijn ervan.  

 

Duitsland en de EU als transferunie

Wie Duitsland zegt, denkt Pruisen, de maker van Duitsland. In zijn meesterwerk “Iron Kingdom The Rise and Downfall of Prussia 1600-1947” (2006) heeft de Australiër Christopher Clark de 18de-eeuwse intellectueel-rijke en tolerante cultuur van Pruisen geschetst. Met als conclusie dat de opheffing van Pruisen door de Geallieerden in 1947 de wereld armer had gemaakt.

Een andere mening stelt dat “volgens de naoorlogse consensus” Duitsland nog altijd moreel verantwoordelijk is voor de Holocaust en daarom moet boeten (“atone for”). Aldus Guy Chazan, verslaggever over Duitsland voor de Financial Times in een artikel van 5 November 2019:

“…the country’s post-war consensus…is based on the idea that Germany still bears moral responsibility for the Holocaust and must atone for the crimes of the Nazi era.”.

Terloops, wie zijn de vertegenwoordigers van die naoorlogse consensus?

Zou deze houding, 75 jaar na 1945, onder meer een voedingsbodem zijn voor de immer grotere transfers binnen de Europese Unie en de eurozone - met Duitsland als grootste gever - en voor de continue uitholling van het oorspronkelijke charter van de Europese Centrale Bank (ECB) dat gebaseerd was op dat van de naoorlogse Bundesbank, de Duitse centrale bank?

Immer grotere transfers en subsidies – ten dele als compensatie voor de onmogelijk geworden devaluaties en revaluaties  - doden de eigen verantwoordelijkheid, leiden tot immobilisme bij de ontvangers, zijn een groeiende politieke splijtzwam, doden de motivatie, werken corruptie in de hand en drukken de groei bij zowel gevers als ontvangers. Dit is een facet, naast andere, van een immer verder achteruitgaand Europa. In lijn met het maxime van de Amerikaanse journalist Henri Louis Mencken (1880-1956): “Nearly all poverty is caused by idealism”. De wereldgeschiedenis leert dat alle landen die het gemaakt hebben dat zelf deden. Of, zoals het Chinese spreekwoord luidt: geef de mensen geen vis maar leer ze vissen.

Zelfs als men het normaal zou vinden dat Duitsland opdraait voor deze subsidies – een controversiële stelling – dan nog is het een verkeerde beslissing omdat het de EU doet ontaarden in een transfersysteem. Eenmaal gestart is er weinig kans op een weg terug. Historische evidentie bevestigt dat.

 

Duitsland, de Bundesbank en de Europese Centrale Bank

De ECB is een uitgesproken politieke instelling geworden met als voornaamste doel de instandhouding van de euro. Terwijl de euro slechts een instrument is om een doel mee te bereiken, d.i. meer politieke éénheid en hogere economische  groei. Maar het tegenovergestelde gebeurde: meer onenigheid en minder groei. Het beleid van de ECB contrasteert met dat van de Bundesbank, de meest succesvolle bank ooit in de ogen van zowel de Duitse bevolking als van menig economist in de wereld. Een gezegde was dat niet alle Duitsers geloven in God, maar dat ze allemaal geloofden in de Bundesbank. Dat zal nooit over de ECB worden gezegd.

De politiek van de ECB ondergraaft een economisch systeem dat tot enkele decennia geleden goed presteerde. De negatieve nominale en reële rentes op zoveel financiële instrumenten gedurende een zo lange periode zijn economisch pervers. Vooral omdat de kapitaalmarkt haar rol van efficiënte allocator van kapitaal niet meer kan spelen.  Of, omdat speculatie wordt gesubsidieerd door de ECB.

 Om de gevolgen van de grote fouten die ze in het verleden maakte te helpen lenigen – excessieve schuldcreatie - probeert de ECB de inflatie te stimuleren, ten einde - onder meer of hoofdzakelijk? - de reële last van de schuld te drukken (1).  Deze stijging van inflatie doet de reële rente die reeds negatief was, verder negatief worden. De reële rente bedraagt nu in Duitsland -4.6%, dit is de ECB deposito rente van -0.5% min een jaar-over-jaar inflatie van 4.1% in september. Maar om de inflatie op te drijven dient de monetaire politiek nog lakser te worden. Waardoor weerom de schulden zullen toenemen. Terwijl inflatie bestrijden over de eeuwen heen de voornaamste taak was van de monetaire politiek in alle landen die economisch succesvol waren.

Als je in een put zit moet je stoppen met graven. Maar centrale banken blijven graven. Zou dat de put minder diep maken?

Buitenissige schuldcreatie, of een opportunistisch korte-termijn beleid om te behagen, ondergraaft op termijn het systeem. Om een crisis te vermijden wordt dan meer van hetzelfde toegepast. Maar dat maakt de eindafrekening enkel zwaarder. Meer schuld drukt de groei van overmorgen, en immer meer schuld drukt immer meer de groei van overmorgen.

Wie daarenboven de welvaartsstaat altijd maar uitbreidt, bagatelliseert werken en sparen. Ook dat ondermijnt ons economisch succesverhaal. Hoe groter het aandeel van de welvaartstaat, hoe zwakker de economie en hoe minder Europa betekent in de wereld (2).

 

Versoepeling van het EU groei en stabiliteitspact

Maar recent dreigt ook Duitsland toe te geven aan dit korte-termijn opportunistisch beleid. Zo maakte Duitsland geen deel uit van de frugale landen die recent gekant waren tegen het hogere dan 50% aandeel van grants of cashgiften in het 750 biljoen euro EU-pandemie-pakket. En tot nu maakt Duitsland ook nog geen deel uit van de acht of zo landen die geen versoepeling wensen van het EU Groei en Stabiliteitspact. Een voor Duitsland onnatuurlijke houding.  Gegeven de huidige besprekingen tussen de socialistische SPD, de Groenen en de liberale FDP lijkt het onwaarschijnlijk dat daar verandering in zal komen. Een toegeving waar toekomstige generaties - die kunnen en willen nadenken - niet enkel in Duitsland, maar ook daarbuiten, spijt van zullen krijgen. Een versoepeling van dat pact zal de eigen verantwoordelijkheid verder ondergraven. Mijd die afhankelijksval. Solidariteit met iedereen wordt snel solidariteit met niemand.

De Franse economist Fédéric Bastiat (1801-1850) sprak reeds over “… la grande fiction à travers laquelle tout le monde s’efforce de vivre aux dépens de tout le monde », een reden waarom hij subsidies afkeurde. Die mentaliteit drukt de groei. En zonder groei en zonder economische sterkte telt Europa minder in de wereld.

Een Belgisch Minister van Staat stelde ooit smalend dat Duitsland meer Europees moest worden, en niet Europa meer Duits. Een voorbeeld van de bovenvermelde naoorlogse consensus? Echter, is dat wel zo gegeven de naoorlogse resultaten geboekt door Duitsland, in vergelijking met die van vele Europese partners, op het vlak van, bij voorbeeld, democratie, economie en burgerlijke deugdelijkheid?  De feiten staven het primaatschap van het Duitse economische model in Europa.  Met 100 als basis in 2005 bedroeg in 2021 het Amerikaanse en Duitse BNP per capita 118, in Japan, Canada, het VK en Frankrijk tussen 106 en 108, en in Italië 92. Duitse economische orthodoxie rendeert. En toch zijn andere landen niet geneigd van Duitsland te leren. Zo bepleitte de Fransman De Larosière, voormalig hoofd van de Banque de France – de Franse centrale bank – en van het Internationaal Monetair Fonds, enkele jaren geleden dat Frankrijk veel kon leren van het Duitse sociale zekerheidssysteem dat veel performanter en goedkoper is dan het Franse. Maar daar werd niet naar geluisterd.

 

Duitsland ongelijk behandeld

In zijn “Reluctant Meister: How Germany’s Past is Shaping its European Future” (2014) oordeelt de Engelsman Stephen Green :

“There is no culture on the planet greater than that of Germany” en

“No country has contributed more to the history of human ideas and creativity. No country has been deeper into the abyss. And no country has seen a more remarkable redemption and renewal.”  (3)

Ook zijn landgenoot Neil MacGregor argumenteerde In zijn “Germany Memories of a Nation” (2014) dat geen natie op zulk een constructieve wijze met zijn nederlaag en zijn verleden in het reine was gekomen als Duitsland.

Contrasteer dat met, bij voorbeeld, het langdurige Franse onvermogen om in het reine te komen met haar Vichy verleden, met het gemak waarmee Frankrijk bij het Congres van Wenen in 1815 wegkwam met de Napoleontische veroverings- en dominantiedrang (4), en het gebrek aan berouw van de Sovjet communisten over de leugens, het bedrog, de terreur en de misdadigheid gedurende meer dan 70 jaar.

In zijn aangrijpende getuigenis “De Goelag Archipel” van 1973 illustreert de Rus Alexander Solzjenitsyn deze contrasten. Tot 1966 werden in West-Duitsland 86.000 nazimisdadigers veroordeeld, terwijl in de Sovjet-Unie ongeveer 10. En vanuit Oost-Duitsland hoort men niets. Wat aan de overkant van de Oder gebeurde, zo de auteur, daar maken we ons druk over. Maar niet over wat in de Sovjet Unie gebeurde. Een land dat 86.000 veroordelingen doorvoerde loutert zich jaar na jaar, stapje voor stapje, van dat kwaad. En wij?  Aldus de Nobelprijswinnaar. (5)

Daarover vermeldt de Fransman Thierry Wolton in de conclusies van zijn trilogie “Une histoire du Communisme Mondial, Les Bourreaux, les Victimes,  les Complices » (2015-2017) dat hij frequent de kritiek kreeg  – vooral  door Franse linkse intellectuelen - dat hij het communisme enkel ”à charge” en nooit “à décharge” had behandeld. Hij vroeg zich af of dezelfde kritiek zou zijn geuit had hij Nazi Duitsland op dezelfde manier behandeld. Hij is niet de enige historicus die zich vragen stelt bij het communisme negationisme, of die zich afvraagt waarom geconfronteerd met twee misdadige systemen, het Communisme zo vaak ontkwam, en nog grotendeels blijkt te ontkomen, aan het odium dat op alle totalitaire systemen kleeft. (6)

 

Het naoorlogse Duitsland in Europa: speelbal of stabiliserende geo-economische half-hegemoon (7)

Alle landen kunnen van elkaar leren. Maar op het gebied van de werking van de democratie, van de economie en va                n burgerlijke deugdelijkheid, kunnen een aantal EU-landen nu meer leren van Duitsland dan omgekeerd. Waarom dat niet erkennen. Zowel individuen als naties kunnen zich optrekken aan voorbeeldfuncties. Zo heeft Duitsland in de voorbije decennia herhaalde malen haar economische beleid minder expansief gemaakt en onpopulair om de langere termijn veilig te stellen. Met succes. En dit zowel onder rechtse als linkse regeringen. Duitslands voorzichtige  fiscale, monetaire en welvaartsbeleid mondde uit in de meest performante economie van Europa.

De basis daarvoor was het ordoliberalisme of de sociale markteconomie, een Duitse versie van het Angelsaksisch liberalisme, maar met een grotere nadruk op het sociale en op mededinging. Het in vergelijking met andere Europese landen geringe aantal stakingen in Duitsland illustreert dat die sociale markteconomie geen loos woord is. Het ordoliberalisme werd toegepast door Ludwig Erhard als Minister van Economie (1949-1963) en als Kanselier (1963-1965) (8)

Dient na-ijver zover te leiden dat zelfs in zogenaamd gerespecteerde media het Duitse beleid vaak als ouderwets en achterhaald  wordt voorgesteld, bij voorbeeld omdat het nieuwe gepolitiseerde beleid van de ECB niet wordt omarmd, of omdat het sceptisch is over complexe financiële producten? Ook in Duitse media. Terwijl tot hiertoe zowel rechtse als linkse Duitse regeringen onpopulaire maatregelen hebben genomen in de korte termijn met het oog op de lange termijn. Daar kan Europa van leren.

De stijgende tirannie van koekjes-bedeling in de korte termijn behelst een negatieve dynamiek tussen media, publieke opinie, partijen, politiek, electoraat en electoralisme die op termijn de democratie zelf ondergraaft. Tot hiertoe heeft het naoorlogse Duitsland meer dan anderen een traditie van zorg voor de langere termijn. Daar ontbreekt het aan in Europa. Omdat geen natie, ook Duitsland niet, lijkt te ontkomen aan het wegebben van ambitie en karakter dat wordt veroorzaakt door grotere rijkdom en welvaart. Helaas een constante in de wereldgeschiedenis.   

De Duitsers moeten loskomen van het zich laten beïnvloeden door het vaak verdekte gebruik dat andere soms maken van een verleden dat nu drie generaties oud is om allerhande standpunten en maatregelen te helpen afdwingen die uiteindelijk voor iedereen - die erover kan en wil nadenken - nadelig zullen blijken. De Duitsers van nu moeten niet geketend blijven aan het nazi-verleden. Wat niet betekent dat een finale streep onder dat verleden mag worden getrokken.

Wordt een woke Duitse regering na de verkiezing van 26 september een bijkomende nagel in de Europese doodskist?

Frank Boll

Frank Boll is dr. economie (Oxford) en was academicus en ondernemer.

1. De ECB communiceerde nooit zeer expliciet over de doeleinden van haar inflatietarget. Wat de ECB daarbij waarschijnlijk voornamelijk in het achterhoofd heeft zijn de vermindering van de schuld in reële termen – wat een feit is - en de stimulatie van de groei door meer inflatie – een zeer controversiële hypothese. Zie het artikel “Het mandaat van de ECB” in Dwarsliggers van 26 april 2020.     

2. Dat een grotere welvaartsstaat samengaat met een zwakkere economie rijmt met het aforisme van Friedrich Nietzsche “Wat U niet doodt maakt U sterker”. Hetzelfde thema komt aan bod in het boek van de Libanees-Amerikaanse scherpe denker Nassim Nicholas Taleb “Antifragile. How to Live in a World We Don’t Understand.” (2012). Noteer ook twee andere merkwaardige werken van zijn hand: “Fooled by Randomness. The Hidden Role of Chance in Life and in the Markets.” (2004) en “The Black Swann. The Impact of the Highly Improbable” (2007). Een welvaartsstaat met een waterhoofd is het gevolg van een overheid die een groot aantal kleine onzekerheden afkoopt die eigen zijn aan het leven en waarmee iedere burger wordt geconfronteerd. Zulk een rol voor de overheid werd door de Brits-Amerikaanse economist van Russische oorsprong Abba Lerner (1903-1982) bepleit rond het midden van de 20ste eeuw. Via electoralisme zorgt de overheid er dan voor dat de illusie veld wint dat iedereen kan leven op kosten van de anderen. Die groep van anderen wordt dan uiteindelijk zeer klein, een onhoudbare situatie.

3. Geciteerd in “Tragedy and Triumph. The story of Germany, from the Holy Roman Empire to its current half-hearted European hegemony“ van Quentin Peel in de Financial Times van 27 december 2014. Stephen Green was bankier, minister in een Britse regering en priester in de Anglicaanse kerk.

4. Bij het Congres van Wenen van 1814-1815 na de Napoleontische nederlagen zat de verliezer Frankrijk niet enkel aan de tafel van de vredesonderhandelingen – meestal een wijze beslissing - maar men gaf aan de verslagene ook meer grondgebied dan het voor de revolutie van 1789 bezat. Ook kon Frankrijk de kunstschatten bewaren die zijn zegevierende troepen hadden geroofd uit Europese musea en moest het geen schadevergoeding betalen voor de verliezen die andere naties hadden geleden. Dat kwam, onder meer, omdat alle onderhandelaars hetzelfde doel nastreefden – hoofdzakelijk het approximatieve herstel van de status-quo ante in Europa en van de monarchie in Frankrijk - maar nu een constitutionele. En ook omdat er een uitstekende verstandhouding en groot respect heerste tussen de voornaamste onderhandelaars Engeland, Oostenrijk en Frankrijk, of tussen Castlereagh, Metternich en Talleyrand. En tenslotte omdat de vaak als berucht beschreven ex-bisschop van Autun, Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord, een uitzonderlijk vaardig en verstandig diplomaat was. Zie het merkwaardige boek “Talleyrand” (1932) – met uitgebreide bibliografie - van de erudiete en francofiele Engelse politicus Duff Cooper (1900-1959). Doorheen alle regimes waar hij doorheen zwom bleef Talleyrand altijd vier grondstellingen aanhouden: in zijn land een constitutionele monarchie, orde en vrijheid, Europese vrede en een verbond met Engeland. Eenzelfde waardering werd geuit door Louis Madelin van de Académie Française in zijn boek “Talleyrand” (1944).

5. In de Nederlandse vertaling van 1974 uitgegeven door de Boekerij, p. 151.

6. In “Les Complices”, p. 1161.

7. De term “geo-economic semi-hegemon” is van Hans Kundnani in zijn boek “The Paradox of German Power” (2015), geciteerd door Quentin Peel in zijn Financial Times artikel van 27 december 2014. Wereldoorlog II maakte van de sedert 1870  geo-politieke hegemoon  Duitsland een geo-economische semi-hegemoon in Europa. De bittere ervaring van twee wereldoorlogen maakte dat Duitsland bijwijlen zelf soms wat bevreesd werd voor haar eigen kracht en voor het daardoor uitgelokte wantrouwen bij de buren.

8. Wilhelm Röpke was een prominent ordoliberaal of sociale-markt econoom. Zie zijn boeken:   “Jenseits von Angebot und Nachfrage” (1958) en “Ein Jahrzehnt Sozialer Marktwirtschaft in Deutschland und seine Lehren” (1958).