612th Tactical Fighter Squadron General Dynamics F 16A Block 15H Fighting Falcon 81 0790In een vorig artikel vroegen we ons af of één vliegtuigtype voor verschillende opdrachten wel een goed idee was. In deze bijdrage onderzoeken we welke opdrachten belangrijk zijn voor de Belgische Luchtmacht en welk vliegtuig daarvoor nodig is.

 

De rondvraag aan de kandidaten

Het is een lovenswaardig initiatief van de Defensiestaf om de ‘rondvraag naar de vervanger F16’ die verstuurd werd naar alle weerhouden kandidaten, online beschikbaar te stellen voor het publiek (lees hier). Jammer dat men bij Defensie niet de tijd vond om een Nederlandstalige tekst te verspreiden en vervelend dat men soms botst op een militair jargon dat ook voor een weldenkende burger moeilijk te begrijpen is.

Het document is vooral bedoeld om aan te tonen dat de Luchtmacht geen voorwaarden stelt aan de opvolger, waaruit vooringenomenheid ten aanzien van een of andere kandidaat zou kunnen afgeleid worden. Maar een neutrale rondvraag volstaat niet om op basis daarvan alleen te kunnen garanderen dat het keuzeproces ook correct zal verlopen.

Hiervoor zijn meerdere redenen:

-      De oplijsting van de opdrachten volstaat niet om een onderscheid te kunnen maken tussen de kandidaten. Meer zelfs, de vijf kandidaten werden enkel weerhouden omdat ze verondersteld worden om deze opdrachten aan te kunnen.

-      De vermelding van de vereiste capaciteiten volstaat evenmin. Hoewel de mogelijkheid bestaat om ‘gradaties’ te ontdekken, is het nog veel belangrijker om te weten welk ‘gewicht’ gegeven wordt aan bepaalde specifieke capaciteiten. Voorbeeld: Wanneer de ‘stealth’ capaciteit in de evaluatie een zeer hoog ‘gewicht’ krijgt zal het in dit geval in het voordeel spelen van de JSF-F35. Idem voor de capaciteit ‘sensor fusion’, de fusie van alle verzamelde informatie (voor zover Lockheed Martin zijn beloftes kan waarmaken).

-      Dit document gaat slechts over één aspect van de keuze, het militaire. Geen woord over de economische return die nochtans zeer belangrijk is voor de (Belgische) industrie. En van hen mag men geen ‘algemeen belang’ verwachten. Het beste vliegtuig is datgene wat het meeste opbrengt. Het zou trouwens niet de eerste keer zijn dat de regering bezwijkt onder de druk van de grote spelers (en Lockheed Martin is een zeer grote speler). De recent aangekochte (en zeer dure) NH90 helikopters stonden zelfs niet met een stip (als prioritair) genoteerd op het verlanglijstje van de defensiestaf en toch dwong Verhofstadt de legertop om die aan te kopen. En bij oudere lezers zal er wel een belletje rinkelen bij het horen van namen zoals Agusta, Carapace, MIRSIP, het obussenschandaal, de ‘Pegard’ freesmachine, … voorbeelden van militaire aankopen die het daglicht niet verdragen.

-      Tenslotte, verwijst dit document wel naar het internationaal kader, NAVO en EU, maar de bilaterale samenwerking met Nederland, zal ongetwijfeld ook een rol spelen bij de uiteindelijke politieke beslissing. Een gevaarlijke piste, te oordelen naar het ontgoochelend rapport dat het Nederlandse Ministerie van Defensie voor het jaar 2014 bekend maakte (copy in ons bezit). De JSF-F35 blijft maar sukkelen met ernstige technische problemen en vertragingen. De testen voor het IOC (Initial Operational Capability) zijn opnieuw uitgesteld. Dat betekent dat de bestaande vloot slecht in beperkte mate kan gebruikt worden en nog helemaal niet voldoen aan de verwachtingen waarover de marketing en communicaiteafdelingen zo euforisch doen. Hopelijk komt er eindelijk eens goed nieuws vanuit de technische afdelingen.

Ondanks deze relativerende overwegingen is dit document van de Defensiestaf niet onbelangrijk. Twee elementen, het militair kader en de ambitie van de auteurs (de Luchtmacht) bieden stof tot nadenken. Anders gezegd: de militaire operaties waarin de Luchtmacht zichzelf een rol toebedeelt zijn niet onbetwistbaar.

Defensieopdrachten

Over de mogelijke inzet van militaire middelen is er weinig nieuws. Het blijft beperkt tot de traditionele lijst van mogelijke opdrachten (in dezelfde volgorde als geciteerd in het document):

-      De (wereldwijde) verdediging van de vitale belangen van de NAVO en/of de EU,

-      De beveiliging en evacuatie van Belgen (en andere nationaliteiten),

-      VN operaties met het oog op de beveiliging van staten of regio’s, zoals voorzien in de hoofdstukken VI en VII van het VN charter,

-      Humanitaire operaties en Binnenlandse ‘hulp aan de Natie’.  

De als eerste aangehaalde opdracht is een vrijgeleide voor om het even welke inzet. Oorlog tussen de VS en China? Oké wij staan paraat. Het mag dan wel heel solidair klinken, de werkelijkheid is dat zonder een redelijk budget de Belgische Krijgsmacht en de Luchtmacht in het bijzonder daarin een dermate kleine rol kunnen spelen dat een eventueel ‘ontbreken op het appel’ niet eens zou opgemerkt worden.

Opdrachten voor de Luchtmacht

Over de specifieke luchtmachtoperaties valt er meer te zeggen. Deze opdrachten moeten volgens het document mogelijk zijn in een ‘low, medium and high threat environment’.  Of duidelijk gezegd, er zijn geen omstandigheden waarin de Luchtmacht niet moet kunnen opereren. De lijst:

-      ‘Defensive counter air’. Verdediging van het nationale luchtruim

-      ‘Offensive counter air’. Offensieve acties tegen vijandelijke bemande en onbemande vliegtuigen, raketten, …

-      ‘Air interdiction’. Aanvallen tegen vijandelijke krachten die niet in contact zijn met de eigen tropen

-      ‘Close Air Support’. Aanvallen van vijandelijke strijdkrachten in de onmiddellijke nabijheid van bevriende grondtroepen. Hoewel deze opdracht heel belangrijk is voor de ‘boots on the ground’, staat die slechts laag gerangschikt. Toevallig is dat een opdracht die de JSF moeilijker ligt en waarvoor hij eigenlijk veel te duur is.

Deze opdrachten staan reeds lang in de klassieke catalogus van opdrachten. Maar ditmaal worden er wel twee bijkomende opdrachten vermeld, die dan nog het label krijgen van ‘key mission types contributing to the operational flexibility of the weapon system’. Sleutelopdrachten die dus een belangrijk gewicht kunnen krijgen in de vergelijkende evaluatie van de kandidaten: (1) Non-Traditional Intelligence, Surveillance, and Reconnaissance (NTISR). Hiermee wordt bedoeld dat het vliegtuig de mogelijkheid moet bieden om bij te dragen tot het globale inlichtingennetwerk. (2) Strike Coordination and Reconnaissance. Hiermee wordt bedoeld dat deze vliegtuigen in staat moeten zijn om te opereren als onderdeel van  een overkoepelend ‘command and control’ orgaan. Beide opdrachten zijn echter enkel zinvol wanneer wij zouden beschikken over andere middelen, en dat is niet het geval.

Deze laatste twee opdrachten zijn onbegrijpelijk voor wie niet vertrouwd is met deze materie maar ze kunnen door specialisten gelezen worden als een capaciteit die enkel nut heeft in een door de VS geleide en gecontroleerde inzet, waarbij deze vliegtuigen  integraal onderdeel zijn van een globaal ‘US Command & Control’ systeem. Systeem  waarvoor enkel de VS de middelen hebben. Voor alle duidelijkheid betekent het dus dat deze beide ‘sleutel’opdrachten niet kunnen uitgevoerd worden zonder de VS. Komt daarbij dat de ‘sensor fusion’ (de fusie van alle informatie) volgens het JPO (‘Joint Program Office of leidende dienst voor het JSF-project), enkel kan met de JSF. Citaat (in Engels):

Q4: Is it technically possible to install the advanced sensor system (sensor fusion), including the necessary IT equipment, on a different airframe?

A4: No. The F-35 was designed and built with integrated sensors and avionics that maximize the aircraft’s speed and stealth capabilities.

Een vraag waarop we zeker nog zullen terugkomen, is of de landen die de JSF-F35 kopen ook wel eigenaar zullen zijn van de volledige ‘sensor fusion’ capaciteit. Herinner u Kosovo, toen in 1999 Belgische en Nederlandse F16 wilden meedoen aan de door de VS geleide luchtoperaties bleek dat de ALQ 131 ECM pod  (electronische bescherming van de F16) pas functioneerde nadat de VS een ‘update’ bezorgde. 

612th Tactical Fighter Squadron General Dynamics F 16A Block 15H Fighting Falcon 81 0790AN/ALQ-131 ECM pod on the centerline

AN/ALQ-131 ECM pod on the centerline

Dat betekent niet dat de ander kandidaten-opvolgers niet meer geschikt zouden zijn voor NAVO opdrachten in samenwerking met de VS, maar ze zullen enkel kunnen genieten van de voordelen die deze sensor fusion oplevert wanneer ze beschikken over IT interfaces om zich ‘aan te sluiten’ op het door de VS opgebouwde netwerk van informatie. Over de moeilijkheden en de kostprijs van dergelijke ‘supplementen’ is het eerste woord nog niet gezegd. Anderzijds blijkt dat ook de andere kandidaten aan deze capaciteit werken waardoor ze minder afhankelijk worden van de USAF (Amerikaanse Luchtmacht).

Defensie in een evoluerende omgeving

Uit het document blijkt geen revolutionaire visie op de omgeving waarin toekomstige operaties zullen moeten uitgevoerd worden. De recente inzet van onder meer F16 vliegtuigen tegen de IS in Irak kan nochtans gezien worden als een testcase voor een nieuwe taakverdeling bij operaties in gewapende conflicten buiten de NAVO zone, zonder duidelijke frontlinie en zonder onderscheid tussen militairen en burgers.

In deze operatie tegen de IS leveren de VS en zijn medestanders luchtsteun en laat men het aan de lokale autoriteiten over om de ‘boots on the ground’ leveren.

Een gewezen luchtmachtgeneraal vond dat een voorafbeelding van wat onze defensie moet kunnen in de toekomst: state of the art (lucht)wapensystemen en slechts beperkte ‘boots on the ground’. Gespecialiseerde verkenners en para-commandos. Aangevuld met steunmiddelen waaronder geniesteun en transportmiddelen.  

Een gewezen landmachtgeneraal daarentegen ziet de grondtroepen als de kern van elke militaire operatie en de luchtmacht voor luchtinterdictie en luchtsteun aan de grondoperaties. Volgens hem zijn er nog geen oorlogen gewonnen dank zij de (massale) inzet van luchtmachtmiddelen. Als puntje bij paaltje kwam werd het resultaat bepaald door de krachtenverhoudingen op de grond.

Beide standpunten zouden niet zo relevant zijn mocht defensie over voldoende financiële middelen beschikken om een strategische visie te realiseren die beide operationele taken mogelijk maakt.

Gezien de uiterst moeilijke financiële situatie waarin Defensie zich bevindt, is deze keuze belangrijk. We mogen hopen dat hierover iets zal te lezen staan in de nieuwe visie-nota die de minister van Defensie aan het voorbereiden is.

In een volgende bijdrage zullen we stilstaan bij het economisch aspect van dit dossier. Hiervoor interviewen we generaal-majoor o.r. Karel Vervoort, gewezen gevechtspiloot en als gewezen directeur van FLAG (Flemish Aerospace Group) specialist in deze materie.

Pierre Therie, kolonel stafbrevethouder o.r., gewezen defensieattaché.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur.