Hebben die sceptici wel argumenten om het IPCC af te schrijven? We vroegen het aan Kees De Lange, emeritus hoogleraar.
Inmiddels hebben vele wetenschappers overtuigend aangetoond dat het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) geen betrouwbare wetenschappelijke organisatie is. Het kan geen kwaad om een kort overzicht van deze overwegingen te publiceren.
De missie van het IPCC
Laten we beginnen met de missie van het IPCC. Doel is aan te tonen dat de menselijke invloed op het klimaat desastreus is. Dat is geen evenwichtige wetenschappelijke vraag, maar een ideologisch getinte benadering.
Als er inderdaad een existentiêle klimaatcrisis zou bestaan, dan haal je de beste fysici van stal om dat probleem te tackelen. IPCC leden worden door de overheid naar voren geschoven, en in die kringen zul je geen sceptici aantreffen. Sterker nog, de slippendragers zijn doorgaans geen wetenschappers met een indrukwekkend track record, maar politieke meelopers.
IPCC rapporten worden nauwelijks gelezen, behalve de samenvattingen voor beleidsmakers. Die komen tot stand bij handopsteken, waarbij de wetenschappers niet betrokken zijn, alleen overheidsvertegenwoordigers. Dat is een parodie op de wetenschap.
Het IPCC laat zich leiden door klimaatmodellen. Bovendien heeft het IPCC specifieke ideeën over welke factoren het klimaat bepalen. Daarbij worden allerlei factoren die waarschijnlijk een belangrijke rol spelen op de voorhand weggelaten. Niet mijn idee van onafhankelijke verantwoorde wetenschap.
De modellering
Laten we eerst naar de IPCC modellering kijken. Allereerst passages op de KNMI (Nederlands Meteorologisch Instituut) en IPCC websites:
Het KNMI stelt het volgende: “De variabiliteit van het systeem beperkt de voorspelbaarheid van de klimaattoestand. Interne variaties van het klimaatsysteem die verder gaan dan maandelijkse tijdschalen, afgezien van de bijdrage van de positieve trend in de oppervlaktetemperatuur over meerdere decennia die momenteel prominent aanwezig is (Oldenborgh et al. 2012) en oceanische variabiliteit (Hazeleger et al. 2013), zijn moeilijk te voorspellen en op tijdschalen van 30 tot 100 jaar zijn bruikbare voorspellingen in principe onmogelijk. Niet alleen vanwege de grote bijdrage van de natuurlijke variabiliteit, maar ook omdat de externe forcering gerelateerd aan menselijke activiteiten als onvoorspelbaar wordt beschouwd.
Elke poging om klimaatvoorspellingen te doen op een relatief kleine ruimtelijke schaal, zoals Nederland of zelfs West-Europa, voor meerdere decennia vooruit, zal naar verwachting geen bruikbare resultaten opleveren.” Het KNMI concludeert daarom dat voorspellingen en verwachtingen niet mogelijk zijn en dat klimaatvoorspellingen niet tot bruikbare resultaten leiden.
Het IPCC zegt hierover: “Scenario’s zijn beelden van de toekomst, of alternatieve toekomsten. Het zijn geen voorspellingen of prognoses. Elk scenario is eerder een alternatief beeld van hoe de toekomst zich zou kunnen ontvouwen. Een reeks scenario’s helpt bij het begrijpen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen van complexe systemen. Sommige systemen, die goed begrepen worden en waarover volledige informatie beschikbaar is, kunnen met enige zekerheid gemodelleerd worden, zoals vaak het geval is in de natuurwetenschappen, en hun toekomstige toestanden kunnen voorspeld worden. Veel fysieke en sociale systemen worden echter slecht begrepen, en de informatie over de relevante variabelen is zo onvolledig dat ze alleen door intuïtie begrepen kunnen worden en het best gecommuniceerd kunnen worden door middel van beelden en verhalen. Voorspellingen zijn in dergelijke gevallen niet mogelijk.” Overigens zijn deze passages verdwenen van de betreffende websites!
Broeikasgassen
Broeikasgassen, met name CO2, zijn de kwade pier van het IPCC. In werkelijkheid is waterdamp verreweg het belangrijkste broeikasgas, maar dat is niet opportuun dus dat wordt verzwegen. Ook is er een logaritmische afhankelijkheid tussen de concentratie van een broeikasgas en de resulterende opwarming. In de praktijk is er sprake van een steeds geringere opwarming bij steeds hogere broeikasconcentraties.
Dit besef is al oud. Subrahmanyan Chandrasekhar, een astrofysicus die rond 1960 werkte aan stralingstransfer in steratmosferen heeft de theorie ontwikkeld, de Nederlander Wim Witteman leverde een belangrijke bijdrage, en baanbrekend werk is gedaan door Van Wijngaarden en Happer met fraaie wiskundige en stream technieken. ook het IPCC onderkent de logaritmische afhankelijkheid, maar in de samenvatting voor beleidsmakers zul je het niet terugvinden. Niettemin is dit resultaat van cruciaal belang. Uiteindelijk neemt bij verdubbeling van het CO2 gehalte de forcing met een geringe 1% toe. Nauwelijks aanleiding voor een crisis.
De forcing ten gevolge van broeikasgassen kan met AMO-natuurkunde goed berekend worden. Wat veel slechter bekend is, is de climate sensitivity: hoeveel forcing geeft hoeveel opwarming en waar. Steeds meer wint het inzicht veld dat deze climate sensitivity (waaronder de vermeende terugkoppeling door waterdamp)in het verleden, zwaar overschat werd. Hier is een uitgebreide literatuur over.
Ik verwijs naar onderstaande publicaties om bovenstaande punten (en meer) te onderstrepen. In deze links treft u ook een veelheid aan referenties en grafieken aan.
https://www.youtube.com/watch?v=IIJSvlsdVSw
https://clintel.nl/wp-content/uploads/2025/12/BdL-NL-v3.pdf
De warmtestromen in de atmosfeer door broeikasgassen zijn niet de belangrijkste warmtestromen op onze planeet. In de atmosfeer zijn de Hadley cellen minstens zo belangrijk. De zeestromen transporteren bovendien een veelvoud aan warmte vergeleken met de atmosfeer wegens de enorme warmtecapaciteit van water.
Door de focus van IPCC op CO2 worden voor het gemak andere factoren die het klimaat beïnvloeden vergeten: de rol van de zon, Milankovics cycli etc. Opvallend is dan ook dat de ”voorspellingen” van modellen, zeer sterk afwijken van de waarnemingen. Feynman volgend, zijn de modellen dus kennelijk onjuist. Deze conclusie is een no go voor het IPCC.
In bovenstaaande links ga ik nader in op allerhande factoren. De conclusie dat het IPCC een politiek en geen wetenschappelijk lichaam is, wordt op ieder punt bevestigd.
Het falen van het IPCC
Op het eerste gezicht lijkt het meten van de temperatuur van de aarde een triviale aangelegenheid. Je prikt een thermometer in de aarde en lees die regelmatig af, en klaar is Kees. Helaas, zo simpel is het niet. Hoe representatief zijn die metingen als de meetpunten niet gelijkmatig en in voldoende aantallen over het aardoppervlak verdeeld zijn? Omstreeks 1850 bestond er alleen in Noord-Amerika en delen van Europa een enigszins dekkend netwerk. Tot op de huidige dag is het aantal meetstations in Antarctica uitermate beperkt. Hoezo geven de meetpunten die regelmatig veranderen een getrouw beeld van het gehele aardoppervlak? Dat doen zij dus niet.
Veel van de huidige meetstations bevonden zich voorheen op plaatsen waar de temperatuurverstoring gering was. Tegenwoordig zijn steden ver opgerukt buiten hun oorspronkelijke grenzen, en bevinden meetstations zich nu op plaatsen (in buitenwijken, vlak bij vliegvelden, etc.) die niet voldoen aan de wetenschappelijke eisen die aan de plaatsing van meetstations dient te stellen. Dit Urban Island effect is aanzienlijk en een aanmerkelijk deel van de door het IPCC geformuleerde opwarming is er aan te wijten.
IPCC spreekt eigenlijk uitsluitend over opwarming van de planeet ten gevolge van CO2, en gebruikt de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak als ijkpunt. Die stellingname heeft curieuze gevolgen. Als men het gemiddelde berekent van de temperatuur op Groenland en die in de Sahara, dan levert dat uiteraard getallen op, maar helaas zinloze getallen die met klimaat niets te maken hebben. Niemand leeft onder dergelijk gemiddelde temperaturen, dus de relevantie voor de mensheid van en dergelijke aanpak is nihil.
Een nader pijnpunt waar de IPCC faalt, betreft klimaatmodellen. Het maken van die modellen is een zuiver theoretische exercitie, maar de echte test is natuurlijk de vergelijking met harde waarnemingen. Sinds 1978 kunnen we de temperaturen van lagen in de troposfeer meten met behulp van satellieten. Ook metingen met ballonnen spelen een rol. De modelvoorspellingen vertonen zeer grote verschillen (tot een factor 3) met de theoretische modellen. De simpele waarheid is dus in navolging van Richard Feynman dat de modellen verworpen dienen te worden.
Om het nog erger te maken, heeft het IPCC moeten erkennen dat de meest extreme modellen (het RPC 8.5 global warming scenario), die door alarmisten standaard als ‘’business as usual’’ naar voren werden geschoven, na vele jaren kritiek door niet sceptici nu eindelijk als zeer onwaarschijnlijk gekwalificeerd worden. Dit betekent zo ongeveer de doodsteek voor de geloofwaardigheid van dit soort modellen en hun alarmistische proponenten.
Het bovenstaande vormt slechts een bloemlezing uit de problemen die jaren geloof en vertrouwen in het IPCC ons gebracht hebben.
De conclusie is zo langzamerhand onontkoombaar, dat het IPCC een ideologisch construct en zeker geen wetenschappelijk betrouwbare organisatie is.
Eigenlijk weten we al genoeg als we de recente woorden van António Manuel de Oliveira Guterres, de negende secretaris van de Verenigde Naties en iemand die bepaald niet uitmunt door zijn kennis van natuurkunde beluisteren:
“the era of global warming has ended, and we are now in the era of global boiling”.
Het zou zinvol zijn om een overzicht te geven van ALLE redenen waarom het IPCC onbetrouwbaar is. Deze kleine bloemlezing, volstaat alvast om te twijfelen.

Generated with GPT Image 2 · Create and edit images in Abacus AI Studio
Vervanging F16