Groen voor de camera, zwarte kolen voor de realiteit!
De geheime heropleving van steenkool en waarom China massaal kolen omzet naar vloeibare brandstof – ondanks het groene imago
Terwijl de wereld juicht om China’s record uitrol van zonne- en windenergie, speelt zich achter de schermen een stille maar krachtige heropleving af van steenkool. Niet in klassieke kolencentrales voor stroom, maar via coal-to-liquids (CTL) en coal-to-chemicals (CTC): de omzetting van steenkool in synthetische diesel, benzine en chemicaliën. Deze “stille heropleving” is in volle gang en sluit perfect aan de Chinese energiestrategie: hernieuwbaar voor elektriciteit, kolen voor vloeibare brandstoffen en energiezekerheid.
1. Waarom zit de omzetting van kolen naar brandstof in de lift?
De drijfveer is vooral energiezekerheid. China is de grootste olie-importeur ter wereld en wil minder afhankelijk zijn van instabiele regio’s uit het Midden-Oosten of Rusland. Door eigen steenkoolreserves - die overvloedig aanwezig zijn - om te zetten in synthetische brandstoffen, verkleint Peking het risico op sancties of leveringsproblemen. Tegelijk daalt de kolenproductie voor stroom licht (door de groei van zon en wind), maar stijgt het gebruik voor CTL/CTC. In 2025 verbruikte China al 380-400 miljoen ton kolen puur voor vloeibare brandstoffen en chemicaliën (ongeveer 8% van het totale kolenverbruik).
In oktober 2024 kondigde China Energy Investment Corporation een investering van 24 miljard dollar aan voor een nieuw CTL-complex in Hami (Xinjiang).
2. De twee processen: DCL en ICL – verschillen en rendement
Er zijn twee industriële CTL-processen:
- Directe Coal Liquefaction (DCL): Kolen wordt direct onder hoge druk en temperatuur (met waterstof en katalysatoren) omgezet in vloeistoffen. Dit proces is efficiënter, vereist betere kolensoorten en geeft een hoger rendement. Praktisch: 0,25 – 0,29 kg vloeibare brandstoffen per kg kolen (ofwel 3,5-4 ton kolen per ton olieproducten). Voorbeeld: Shenhua Ordos/Ningxia.
- Indirecte Coal Liquefaction (ICL of Fischer-Tropsch): Eerst wordt kolen vergast tot syngas (CO + H₂), daarna via Fischer-Tropsch-synthese omgezet in brandstoffen. Dit is eenvoudiger met lage-kwaliteitskolen, maar minder efficiënt. Praktisch: 0,18 – 0,25 kg vloeibare brandstoffen per kg kolen (ofwel 4-5,5 ton kolen per ton olie). Voorbeeld: Sasol Secunda en veel Chinese ICL-projecten.
DCL haalt een hogere olie- en lagere opbrengst CO₂-intensiteit per ton product, maar is complexer en duurder in investering. Beide processen leveren een schonere eind mix (vooral diesel en nafta) dan conventionele ruwe olie, maar het rendement blijft laag: gemiddeld heb je 3,6 tot 5 kg kolen nodig voor 1 kg synthetische brandstof.
3. Waarom doet China dit? Het lijkt contradictorisch met het groene imago – maar dat imago is gedeeltelijk strategisch
China promoot zichzelf als groene koploper, en terecht: eind 2025 beschikt het over ruim 1.200 GW aan zonne-energie en 640 GW windenergie — wereldwijd record. Toch blijft het aandeel zon en wind in de totale elektriciteitsproductie beperkt tot ongeveer 22% in 2025. Dat is lager dan in de EU (30%), in Amerikaanse staten als Californië (40%) of Texas (30%), en ook onder het niveau van Australië, waar hernieuwbare energie in gunstige perioden regelmatig boven de 30–40% komt.
Omdat het aandeel variabele bronnen (zon en wind) relatief laag is, kent China minder acute netstabiliteitsproblemen. In tegenstelling tot landen met hoge hernieuwbare penetratie, is er minder nood aan curtailment — het afsluiten van productie bij te veel opwekking.
Kortom: het groene imago is niet volledig vals, maar selectief. China investeert massaal in hernieuwbare elektriciteit voor publieke zichtbaarheid en klimaatdoelstellingen, maar blijft strategisch afhankelijk van eigen fossiele bronnen — vooral kolen — voor energiezekerheid en industriële productie. Curtailment in percentages (2025):
- California: Solar ~11,5% van de potentiële generatie (eerste helft 2025).
- Texas: Gemiddeld 20-25% per project, met uitschieters tot 60% in West-Texas door congestie.
- EU: Wind curtailment in Spanje 12,2%, Frankrijk 5,3%, Duitsland 4,9%.
- Australië: Lokaal tot 38% zon in South Australia; nationaal is netwerk curtailment gemiddeld ~6,3% met hoge pieken (tot 15-18% in Q4).
- China: Nationaal 5,7-6,6% (zon en wind, eerste helft 2025).
China’s “groene imago” is dus deels strategisch: hernieuwbaar verdringt kolen uit de stroommix (power-emissies dalen licht), maar tegelijk krijgt steenkool een nieuw leven in CTL/CTC voor brandstoffen en chemicaliën. Energiezekerheid en banen in kolenregio’s wegen zwaarder dan zuivere klimaatdoelen op korte termijn.
4. Hoeveel extra CO₂ stoot China uit door CTL/DCL en zonder koolstofafvang?
CTL en de bredere coal-to-chemicals/CTC-sector zijn extreem CO₂-intensief. In 2024-2025 was deze sector goed voor 6-9% van China’s totale fossiele CO₂-uitstoot, oftewel ongeveer 690 miljoen ton CO₂ (MtCO₂) per jaar uit het verbruik van 380-400 miljoen ton kolen. De sector groeide in 2025 met 12% in emissies (de enige grote sector die groeide), terwijl emissies in de power sector daalden. Deze extra CO₂-uitstoot door CTL/CTC alleen al komt overeen met ongeveer 20-22% van de totale jaarlijkse CO₂-uitstoot van de gehele Europese Unie (EU27, die rond de 3,2-3,4 GtCO₂-equivalent per jaar ligt). Zonder deze groei zou China’s totale CO₂-uitstoot in 2025 sterker zijn gedaald. Zonder CCS (koolstofafvang en -opslag) komt er per ton product vaak 4,8-9 ton CO₂ vrij – veel meer dan bij conventionele olieverwerking en komen de klimaatplannen in het gedrang. China investeert weinig in CCS op deze installaties (in tegenstelling tot het Westen en de EU, die miljarden pompen in CCUS-pilots). Dit compenseert deels de “groene” daling in de elektriciteitssector en maakt het moeilijker om de CO₂-piek voor 2030 scherp te halen.
Samenvatting
China maximaliseert hernieuwbare energie - en haalt doelen jaren eerder - maar houdt kolen strategisch inzetbaar voor vloeibare brandstoffen. De lagere hernieuwbare penetratie (22% v/s 30-40% elders) zorgt bovendien voor minder acute netstabiliteitsproblemen en lagere curtailment-percentages dan in Californië, Texas, Spanje of Zuid-Australië. Daardoor is de vraag naar batterijopslag is beperkter. De revival van CTL is geen terugval, maar puur pragmatisme.
Terwijl het Westen vaak ideologie volgt met hoge penetratie en CCS-projecten, kiest China voor schaal, energiezekerheid en een beheersbaar elektriciteitsnet. De toekomst van energie is niet zwart-wit, maar grijs – met een stevige kolenondertoon.
Vervanging F16