Print

Gebarsten euro grexitDe vragen over de levensvatbaarheid van de euro zijn niet nieuw. Moeten we niet kiezen of delen: of een echte Unie uitbouwen, of vroeg of laat toch de Eurozone moeten splitsen.

 

De Euro was vanaf het eerste uur tot mislukken gedoemd. Een gemeenschappelijke munt zonder gemeenschappelijke fiscale politiek, de daarbij horende fiscale discipline en zonder gemeenschappelijke sociale leidraad, zonder echte politieke unie dus, kan nooit werken. Nooit! Ik heb nog geen enkele econoom het tegendeel horen beweren. Alle problemen die nu opgedoken zijn waren ook begin jaren 90 al voorspelbaar. En ze werden ook voorspeld!

Waarom is het dan toch gebeurd?

De Europese gedachte begon in de jaren 80 te sukkelen. Ze was ooit uit angst geboren. In 1945 hadden veel mensen nog heel levendige herinneringen aan twee verschrikkelijke oorlogen. Angst is een sterke drijver. “Nooit meer oorlog in Europa” was een krachtige slogan die door het volk begrepen en compromisloos gedragen werd. Jean Monnet en Robert Schuman pakten, met de energieke steun van Konrad Adenauer, de stier bij de horens en als eerste supranationale entiteit ontstond de EGKS. Dat had de Duits-Franse troika met sterke anglofiele inslag goed gezien: kolen en staal waren in die tijd inderdaad de motoren zonder dewelke een oorlog niet mogelijk was.

Maar verschrikkingen verliezen met de tijd aan scherpte. In 1990 voelden de Europeanen vrede in Europa al aan als iets volledig vanzelfsprekends, iets waarvoor ze helemaal niets meer moesten doen. Vanuit een historisch perspectief mag die gedachte nogal kinderlijk overkomen, maar ze leefde.

De politici hadden het oorspronkelijk krachtig momentum van de beweging met hun kleinzielig egoïstisch kleven aan hun nationale macht en privileges verkwanseld. Er was na de ‘founding fathers’ niet meer veel vooruitgang geboekt. Maar nu begonnen de politieke matadores zich toch zorgen te maken, althans sommigen. Ze zagen dat de grote sprong voorwaarts moest komen en ze zochten een weg waarbij ze toch hun nationale privileges konden behouden, dus zonder echte politieke unificatie! Ze wilden met andere woorden de kwadratuur van de cirkel.

Van Mao hadden ze kunnen leren dat een grote sprong voorwaarts vanuit het niets naar nergens meestal met een fenomenale smak op je gezicht eindigt. Maar die zelfde Mao had hen kunnen vertellen dat men die catastrofe dan later altijd nog mythisch kan verheerlijken en tot een heldendaad ombuigen.

Politiek is een cynische business, en dus: en avant la musique! Bij het verdrag van Maastricht (einde 1991) werden dan ook twee dingen gepresenteerd die er groot uit zagen zonder het te zijn: de Europese Unie, die – bij nader toezien – niets meer was dan een nieuwe naam voor oud spul, en de Euro, die zonder de gemeenschappelijke politieke onderbouw op een catastrofe moest uitdraaien.

De sleutel had Helmuth Kohl. Die zat natuurlijk in een moeilijke positie. Enerzijds moest hij rekening houden met zijn kiezers, die – ondanks de grote tijdsafstand – nog altijd panisch bang waren voor hyperinflatie, en die met een enorme affectieve kracht aan hun D-Mark vast hingen. Bovendien wezen allerlei experten hem op de grote gevaren van een gemeenschappelijke munt zonder de noodzakelijke politieke onderbouw. Maar anderzijds zag hij de noodzaak voor een ‘grote sprong voorwaarts’ in Europa. Kohl had net de Duitse hereniging op zijn palmares staan. Ook daarbij had hij, tegen een vloed van sceptische goede raad in, zijn buikgevoel gevolgd en daarmee succes gehad. Hij was nu al zeker van zijn plaats in de geschiedenis, maar de Euro moest de kroon op zijn grafsteen worden.

Kohl was geen dwaas. Hij begreep heel goed de geldigheid van de argumenten contra. Maar hij meende – waarschijnlijk nog in de euforie van zijn geslaagde DDR avontuur – dat men ook al eens de kar voor het paard kan spannen. Voor al die problemen die, misschien wel terecht, aangedragen werden zouden er snel oplossingen gevonden worden zodra de eerste moeilijkheden zich manifesteerden. Nogal optimistisch, zoals nu blijkt, want zelfs na de pijnlijke grote smak op de grond is nog altijd geen ernstige discussie over de fundamentele problemen op gang gekomen!

In die geest liep alles. De Grieken hadden bij hun opname in de EU al gesjoemeld. Ze waren betrapt en hadden voor een jaar hun subsidies verloren.

De Europese bureaucratie heeft daar niets uit geleerd. De Grieken wel! Bij hun toetreding tot de Euro huurden ze competente hulp om de boeken te vervalsen: Goldman Sachs. Iedereen wist dat. Iedereen wist ook dat ze er 63 miljoen dollar voor betaald hadden. Griekse professoren bij MIT maakten daar grapjes over: “Of course they needed help from abroad to cook the books: all talented Greeks have emigrated!”. Met dat laatste bedoelden ze uiteraard zichzelf.

Verhofstadt moet de enige geweest zijn die het niet wist, want van oneerlijkheid willen we hem nu niet verdenken. Reynders, toen minister van financiën, gaf later in een zeldzaam moment van oprechtheid toe dat hij het wel wist. Maar hij had het niet de moeite gevonden om het aan de kabinetstafel ter sprake te brengen. Natuurlijk was het in alle Europese hoofdsteden hetzelfde: hoofdzaak we rennen verder in galop. De rest regelen we later wel.

exploding euo sign

Dus kregen we de Euro, en…

Daarbij zijn de Grieken niet eens het echte probleem. Zij zijn de springlading onder Europa niet, daarvoor zijn ze wel crimineel genoeg, maar veel te klein. Ze leveren hoogstens de lont. Maar Portugal, Spanje, Italië, Frankrijk en… België, dat is heel ander koek. En dat ligt daar allemaal nog vrolijk te tikken!

Wat we nu in onze handen hebben (niet hadden!) is een systeemcrisis van gigantische omvang. Er is geen werkbare oplossing in zicht! De dwaasheden die ik hierover hoor zijn te groot voor mijn verstand. Van ‘progressieve’ kant hoor ik al eens opperen dat terugbetalen van schulden toch niet de eerste prioriteit moet zijn. Maar voor een overheid, die doorlopend nieuwe kredieten nodig heeft, is het geen goed idee de financiële markten schichtig te maken. Indien we nog geschiedenis leerden zouden we naar Filips de Schone van Frankrijk kunnen verwijzen die daarmee enige relevante ervaring heeft opgedaan.

Ondanks dat alles denk ik dat de Eurosceptici, die nu echt wel de wind in de zeilen hebben, kortzichtig zijn. In een snel globaliserende wereld zullen wij Europees zijn of we zullen niet zijn. Maar het ernstig werk aan een echt Europa is nog niet begonnen. De charade rond de ‘Europese grondwet’, omwille van verkeerde redenen maar volkomen terecht door de Ieren ‘afgeschoten’, zegt alles. Er is nu zelfs geen kritische massa meer die denkt dat zoiets nodig is.

We zitten dus met een groot probleem. Het strijkt me een beetje tegen de haren daar links en rechts een klein prikje in te geven. Wat onze Poolse economen hier voorstellen is een klein prikje om de volgende redenen:

Wat we allereerst nodig hebben is een echt democratisch Europa der volkeren. Het feit dat De Gaule daar zo tegen was kan voor Hollande misschien een motivatie zijn. Alhoewel, het verschil tussen een ‘linkse’ en een ‘rechtse’ Fransman is minder groot dan we doorgaans denken. We moeten een Europese grondwet krijgen, maar een echte, en geen verzameling vieze platte compromissen uit het verleden bundelen en dat dan ‘grondwet’ noemen. We moeten in die grondwet uitgaan van Europese waarden. We moeten die duidelijk durven identificeren en benoemen. Onze culturele diversiteit bewaren moet een belangrijke hoeksteen daarvan zijn.

We hebben een Europese regering nodig, die verantwoording moet afleggen aan een Europees parlement, democratisch verkozen uit lijsten van Europese partijen en zonder nationale quota.

Maar het momentum dat voor een dergelijke gigantische beweging nodig is, en dat ook bestond, hebben we gedachteloos door onze vingers laten glippen. Europa: een gemiste kans? Wat er ook van kome, we kennen de toekomst niet. Als alles meevalt is er geen nood aan opsplitsing of wat dan ook. Als alles tegenvalt, dan wel! Wat is daartoe dan de beste strategie? Het beperken van het risico is zeer moeilijk en geen duidelijke, juiste oplossing. De Europese en nationale verantwoordelijken - ministers van financiën en ECB op kop - weten al evenmin of iets doen aan euro zoals opsplitsing in twee groepen niet tot gevolg zal hebben dat er speculatie loskomt.

Het lijkt wel duidelijk - gezien de ernst van de situatie - dat die verantwoordelijken dringend werk moeten maken van alternatieve plannen en noodplannen. Alleen maar blijven werken aan een redding van de huidige Euro-zone en niet ernstig nadenken over noodscenario's is hoogst onverantwoord.

Dwarsligger

Relevante informatie over monetaire vragen, vooral wat kan gebeuren als een munt niet op een stevig fiscaal beleid rust, vindt U in: 'The Ascent of Money', Niall Ferguson. Penguin Books, ISBN 978-0-14-311617-2