Een Europese veiligheidsarchitectuur

PatriotDeel III  Het alternatief: De heropbouw van nationale militaire capaciteiten

De heropbouw van de krijgsmacht na decennialange verwaarlozing wordt een moeilijke opdracht. België heeft geen financiële reserves, integendeel: de staatsschuld is angstwekkend hoog.

Maar het moet (tenminste vóór de verkiezingen lijkt iedereen het daarover eens) én het zal heel veel geld kosten.

De politieke keuzes

De regering moet a priori twee keuzes maken vooraleer een studie over de middelen kan beginnen:

  1. Willen we autonoom blijven in elk van de onontbeerlijke componenten: de Landmacht, de Luchtmacht, de Zeemacht, en voor de hybride bedreigingen waarvoor de Dienst Inlichtingen en Veiligheid cruciaal is, OF willen we via samenwerking bepaalde opdrachten delen met andere NAVO- en/of EU-lidstaten?
  1. Willen we een defensieve krijgsmacht of een offensieve?

Internationale samenwerking?

Het zou niet onlogisch zijn om door samenwerking bepaalde opdrachten te verdelen over meerdere kleine EU-landen. Dat daarbij eerst gedacht wordt aan Nederland spreekt voor zich, maar enkel kijken naar Nederland lijkt mij onverstandig. In feite is elke kleine EU-lidstaat in dezelfde situatie als België en dus potentieel een mogelijke kandidaat voor samenwerking. Waarom zouden we ons a priori beperken tot één lidstaat?

Op dit vlak staan we momenteel nergens en er is dus werk aan de winkel voor de diplomaten (en defensieattachés)!

Defensieve of offensieve krijgsmacht?

Zodra er gesproken wordt over offensief of defensief staan topmilitairen klaar met kritische commentaren: welk wapensysteem is enkel defensief en welk is enkel offensief naargelang het gaat over tactisch of strategisch gebruik, zo vragen ze. Dat is echter naast de kwestie want deze keuze is in eerste instantie een politieke verantwoordelijkheid en géén militaire. Pas als deze keuze gemaakt is kan men spreken over het verwerven van wapensystemen.

De politieke betekenis is duidelijk:

de keuze voor een offensieve krijgsmacht gaat uit van het bestaan van een vijand die we zelf eerst willen aanvallen vooraleer hij het doet.

Kiezen voor een defensieve krijgsmacht gaat uit van de noodzaak om zich te kunnen verdedigen mocht er ooit een vijand ons willen aanvallen.   

Dit onderscheid vereist ook een politiek debat over het al of niet ‘catalogeren’ van de vijand? Zijn economische concurrenten (en dan denken we vooral aan China) ook per definitie onze vijanden die klaar staan om ons grondgebied gewapenderhand aan te vallen? Zijn de communistische en fundamentalistische dictaturen per definitie vijanden zoals de VS als morele wereldleider die catalogeert en waarvoor ze zowat 800 gekende militaire bases hebben in het buitenland?

Het is een veeg teken van de politieke onkunde dat géén enkele politieke partij ooit deze afweging heeft publiek gemaakt (voor én na de verkiezingen), terwijl de militairen - met steun vanuit het Militair Industrieel Complex (MIC)? - reeds een lijstje met wapensystemen voorleggen (bijkomende F-35A die specifiek ontwikkeld werden voor een aanval op een land met een sterke luchtafweer). Wat zou betekenen dat in die visie zowel Rusland en China militaire vijanden zijn die ons bedreigen.

Als eerste vereiste moeten de politieke partijen vóór de verkiezingen hun keuze bekendmaken “een defensieve of een offensieve krijgsmacht?” Want deze beslissing heeft grote financiële consequenties.

Militaire keuzes

Wanneer militairen gevraagd wordt welke noden ze hebben zal het antwoord zijn:

Wij willen voldoende operationele mensen om operaties van langere duur aan te kunnen en,

Wij willen voldoende moderne (state-of-the-art) wapensystemen zodat we op de meest veilige manier onze opdrachten kunnen uitvoeren en

Wij willen een oorlogsreserve aan operationeel personeel en materieel (ook wisselstukken) en een oorlogsstock aan munitie voor een periode die toelaat deze stocks tijdig aan te vullen.

Voor een onwetende politicus wordt deze vraag gereduceerd tot: hoeveel moet dat kosten? Welnu, precies dát is een van de grote problemen, want zo ontwijken politici hun eigen verantwoordelijkheid: ze laten toe dat militairen de vragen beantwoorden die nochtans exclusief politieke verantwoordelijkheden zijn.

Over die opdrachten werd alvast in België NOOIT een parlementair debat gehouden. Toch heeft de vorige regering als rechtvaardiging voor de keuze van de F-35 in de NAVO toegezegd dat wij bereid waren om deel te nemen aan alle mogelijke opdrachten. Dat is nochtans géén verplichting volgens artikel 5 van de NAVO en elke militair wéét dat we dat nooit zullen aankunnen, tenzij in een figurantenrol (mochten we al gevraagd worden voor een first strike boven Rusland of China).

Prioriteit 1: Een defensieve krijgsmacht

Indien beleidsverantwoordelijken met kennis van zaken zouden kiezen, dan kan hun antwoord alleen maar zijn dat we zeker in eerste instantie zorgen voor een  defensieve krijgsmacht.

Twee voorbeelden ter illustratie:

  1. Het moet toch duidelijk zijn dat het verdedigen van ons luchtruim tegen inkomende bedreigingen iets anders is dan St. Petersburg of het Kremlin aanvallen. Dat besefte onlangs N-VA voorzitter Bart De Wever, toen hij vaststelde dat onze belangrijkste bron van inkomsten, onze havens, blootgesteld zijn aan de meest rudimentaire droneaanval, maar dat we wel ‘stealth’ F-35 vliegtuigen kochten om het sterk beveiligde Russisch luchtruim te penetreren.
  1. Voor onze energiebevoorrading heeft de EU (en alle landen aan de Noordzee) gekozen voor een uitbreiding van de energie-infrastructuur op zee. Deze cruciale infrastructuur moet dus beschermd worden. Daarvoor zijn géén fregatten (met een bemanning van meer dan honderd man) nodig.

Voor België betekent een defensieve marine onder meer kleinere schepen met state-of-the-art radar- en raketsystemen én verdedigingsmiddelen voor de opsporing en het bestrijden van de duikbootbedreiging (24/7). Men vergeet blijkbaar dat Rusland via de Noordzee ook een 'buurland' is voor ons. Kortom: België moet net als Nederland meer een zeevaartnatie worden maar daarvoor zijn in de eerste plaats geen fregatten nodig! Wanneer we nu één fregat operationeel hebben roept iedereen dat het te weinig is, maar indien we permanent twee fregatten operationeel zouden hebben, ontbreekt het ons aan operationeel personeel!

Een defensieve luchtmacht betekent niet nog meer F-35A maar een performante luchtafweer voor het nationale grondgebied en de prioritaire infrastructuur zoals (kern)energiecentrales, luchthavens en maritieme installaties.

Een defensieve landmacht moet beschikken over voldoende operationeel personeel, 'ogen en oren' en een onbeperkte munitiebevoorrading. Dat heeft Polen intussen begrepen en wil naast een sterk hindernissenplan ook een ware "dronemuur" organiseren in de grensstreek met Wit-Rusland en Rusland. Drones zijn goedkoop en bewezen in Oekraïne hun effectiviteit op het slagveld.

Er zijn nog meer argumenten voor een defensieve krijgsmacht:

De EU is in tegenstelling tot de VS geen blok dat hegemonie nastreeft. De ‘maatschappelijke waarden die we onszelf toedichten’ en voorop stellen in ons buitenlands beleid, stroken niet met een offensieve krijgsmacht die ‘vijanden’ nodig heeft om zichzelf te rechtvaardigen.

Een ander exclusief politiek probleem is ervoor te zorgen dat onze defensie ingebed is in een weerbare maatschappij. Want het zullen gewone mensen zijn die de EU/lidstaten zullen moeten verdedigen.

En wat met onze vrijheid van handelen?

Wanneer we recente voorbeelden zoeken van de bedreiging van onze vrijheid van handelen, dan komen we telkens bij specifieke zones die op de vaarroutes liggen dichtbij land. Dat was het geval in de Indische oceaan ter hoogte van Somalië. De kapers gebruikten kleine snelle bootjes die onbeveiligde schepen enterden. Op het hoogtepunt in 2011 waren er 237 aanvallen, in 2017 was er één kaping.

Dit jaar waren er in de Rode Zee ter hoogte van Jemen raketaanvallen door de Ansar Allah (Houthi) beweging. Daarop reageerden de VS met raketaanvallen op de posities van de Houthi’s in Jemen. Dat werd door sommigen ten onrechte gekwalificeerd als een offensieve operatie. 

Dat de aanval de beste verdediging is, klinkt heel stoer maar we moeten vaststellen dat zelfs de VS ‘bemande’ offensieve operaties pas beginnen wanneer de luchtverdediging grotendeels uitgeschakeld is en het gevaar voor verliezen zeer klein is. Stand-off wapens en diverse types raketten en drones zijn de toekomst voor offensieve reacties.

Overigens, kan iemand mij zeggen hoeveel piloten, post Vietnam, gesneuveld zijn door vijandelijke acties? En of de inzet van NAVO gevechtsvliegtuigen het verschil heeft gemaakt blijkt alvast niet NA de operaties in Afghanistan, Syrië en Libië. Wie deze operaties vergelijkt met een grondoorlog beseft waar de nood het hoogst is. ‘Close Air Support’ zou daarom een topprioriteit moeten zijn voor de luchtmacht.

Ten slotte

Ook wie kiest voor een defensieve krijgsmacht moet meedoen aan de wapenwedloop. Alleen zal die veel goedkoper zijn.

Goedkoop is echter een relatief begrip. Voor landen zoals België die hun defensie te lang verwaarloosden, zal de inhaalbeweging veel geld kosten. Méér alvast dan 2 % van het BBP. Herlees maar eens de hiervoor opgetekende noden, zowel voor het personeel, het materieel als de training en logistieke ondersteuning. Het wordt een volgehouden inspanning te beginnen met het versterken van de organisatie van onze veiligheid binnen onze grenzen.

Met dit essay willen we vooral politici wakker schudden. Zodat ze kiezen voor een degelijke defensie die rekening houdt met de noden én mogelijkheden zonder toe te geven aan de lobbyisten van het MIC.