Print

migratiedebat taboesLaten we eens de vraag stellen aan allochtonen die in Vlaanderen wonen: U moet kiezen tussen uw Turkse/Marokkaanse/… en de Belgische nationaliteit, welke kiest u?

 

 


Met deze provocerende vraag willen we aantonen dat het debat over migratie er een is van tegengestelde overtuigingen die zorgvuldig worden gecultiveerd en taboes waartegen ook gezond verstand niet opgewassen is.
Laat mij diezelfde vraag anders stellen: Wat is er zo verschillend tussen het land van herkomst (waar u misschien zelf nooit woonde) en België, dat u toch beide nationaliteiten wilt behouden?

Het antwoord op de eerste vraag zal ongetwijfeld neerkomen op een weigering om te kiezen. En de progressieve politieke elite en traditionele media zijn als de dood om deze vraag te stellen, want het antwoord zou wel eens heel anders kunnen zijn dan ze zo graag willen geloven.
Laat mij even enkele mogelijkheden overwegen:

Daar zijn uiteraard veel kanttekeningen bij te maken en dat laten we graag over aan onze lezers die ongetwijfeld hierover ook al nadachten. Eén ding is mij alvast duidelijk geworden: de dubbele nationaliteit is niet compatibel met beleidsverantwoordelijkheid en draagt niet bij tot een gemakkelijkere integratie, integendeel. Mogen we even herinneren aan een vorig artikel, waarin de ervaring van een katholieke schooldirecteur in Limburg te lezen was:
“Als je hun geloofswereld niet ergens opvangt, structureert, lever je ze over aan hun clans en families die ingebed zitten in een leefwereld van een hardheid waar ik en jij geen idee van hebben. Het is een wereld van overleven, van dagelijkse slaag, naar school zonder eten, een bril is luxe, huiswerk is belachelijk, enz.” 
Hoog tijd dat de politieke wereld hierover nadenkt én beseft dat een dubbele nationaliteit een obstakel is voor een succesvolle integratie.

Het antwoord op de tweede vraag zal erop neerkomen dat de levenswijze (lees identiteit) in hun land van herkomst inderdaad zeer verschillend is. En dat de meesten het bezit van beide nationaliteiten als verrijkend ervaren. ‘Ik vind de combinatie van mijn identiteiten schitterend: de kille nuchterheid verweven met de verhitte passie.’ Ik durf wel te betwijfelen of het behoud van hun vreemde nationaliteit (dat is iets anders dan het behoud van zijn/haar roots en de culturele erfenis) zo verrijkend is.

Deze twee visies leggen een eerste tegenstelling bloot: de collectieve vereiste voor een integratie van de individuen versus de rechten van het individu om zich niet te conformeren naar de collectiviteit (lees identiteit) van het ‘opvangland’.

Terwijl in België het taboe regeert wordt in Duitsland eindelijk ook door die-hard ‘Linke’ zoals Jacob Augstein toegegeven dat de dubbele nationaliteit een fout is (Der Spiegel online 04/08): Doppelpass für Deutschtürken: Wir haben uns geirrt, en verder in de tekst heel expliciet: ‘Aber das gut gemeinte Instrument der doppelten Staatsbürgerschaft hat die Integration mancher Türken zusätzlich erschwert.’
Het goedbedoelde dubbele staatsburgerschap heeft de integratie van veel Turken bijkomend bemoeilijkt. Met andere woorden, wat ik schreef wordt nu ook in Duitsland door ‘Linke’ gedeeld. Prima, want zo kunnen we een debat voeren zonder taboes.
Augstein doet twee voorstellen: de dubbele nationaliteit is enkel nog mogelijk voor EU-burgers en wie geboren is in Duitsland (België) heeft (alleen) de Duitse (Belgische) nationaliteit. De redactie sluit deze column af met de resultaten van een online enquête (134.360 deelnemers; 05.08.2016, 14:32 Uhr): 62,32 % vindt de dubbele nationaliteit een fout, 21,91 % vond het goed maar twijfelt nu, en slechts 14.30 % vindt dat er niets moet veranderen.
Wanneer zullen ook de Progressieve of Linkse zelfverklaarde elite in Vlaanderen toegeven dat ze zich vergist hebben? Wanneer een enquête in Vlaanderen om te polsen wat de bevolking denkt?

Gelaagde identiteit
Iedereen zou ondertussen kunnen weten dat een gelaagde identiteit positief is. De vraag is echter welke gelaagdheid leeft bij onder meer de Turken die in Vlaanderen wonen. Eerst de familie, dan de Turkse gemeenschap met een bloeiend sociaal leven in eigen buurten, en daar bovenop de Turkse identiteit die hen dagelijks ingelepeld wordt via de Turkse TV-programma’s. Waar zit precies hun Vlaamse en Belgische laag? Ook dat is een interessante vraag, die niemand graag stelt.

 

Deze situatie heeft zelfs niets te maken met wat nu gebeurt in Turkije. Ze bestaat al decennia en de actuele problemen geven aan dat er geen sikkepit veranderd is. Dat leerden we onder meer uit een opiniestukje in DS (26/07) geschreven door een Turk van de derde generatie – Nuh Alkis – die nog altijd weigert te kiezen: “Maar ik ben ook heel Turks. Meer dan ik soms besef en wil toegeven, al ben ik fier op mijn afkomst. Ik vind de combinatie van mijn identiteiten schitterend: de kille nuchterheid verweven met de verhitte passie.” Hiermee maakt hij duidelijk dat zijn hart klopt voor Turkije en zijn verstand (of is het enkel zijn beurs?) ‘Belgisch’ is. Is het niet moeilijker of zelfs onmogelijk om vanuit deze houding bij te dragen tot een ‘warme’ inclusieve Vlaamse identiteit, wanneer je hart nog steeds elders klopt? Voor waarden die helemaal niet conform zijn met de onze?
Een van zijn uitspraken toont duidelijk aan dat volgens hem Turkije, in naam van de democratie, beter een islamitische staat wordt: “Kunnen de tekenen waaruit men hier afleidt dat Turkije naar een islamitische dictatuur verglijdt, niet het recht zijn van een democratische regering om een eigen beleid volgens een eigen partijstandpunt uit te stippelen? Zeker als men die visie keer op keer bevestigd ziet bij de stembusgang? Zeker als het geldende, ­gelaïciseerde staatsbestel niet overeenstemt met de gevoelens van een zeer groot deel van de bevolking?”

 Dat is dus de overtuiging van een derde-generatie-Turk die hier zijn leven lang woont en werkt én erin slaagde om een goed leven op te bouwen. Die wellicht alleen af en toe eens een bezoekje brengt aan het ‘vaderland’ maar toch voorstander is van een Turkse islamitische staat waar de sharia steeds meer deel zal van uitmaken.

 

Hij pleit voor geduld, want wij hebben er ook lang over gedaan en daar heeft hij gelijk in. Dat Turkije de verlichting niet kende is ook een deugdelijk argument. Daarom moeten wij hen alle tijd gunnen, zonder daarom Erdogan’s politiek als een positieve evolutie richting Verlichting te accepteren. We zijn het roerend eens dat ook de islamwereld het recht heeft op zijn eigen verlichting, én ook op zijn eigen oorlogen en revoluties, doden inclusief. In plaats van ginder één partij te bestrijden, kunnen we beter de verdrukte en met uitmoording bedreigde niet-moslim minderheden hier een thuis bieden in plaats van extremisten te importeren, waarvan allengs duidelijk wordt dat ze niet willen integreren en dus ook op langere termijn een gevaar voor onze veiligheid zullen blijven.

Patriot Act versus Freedom Act
Een andere tegenstelling is deze die onlangs aan bod kwam: de ‘Patriot Act’ van de N-VA partijvoorzitter Bart De Wever versus de ‘Freedom Act’ van Open Vld voorzitter Gwendolyn Rutten. Wat het begin van een goed debat had kunnen zijn werd echter de nek omgedraaid door de pers die deze tegenstelling meteen afdeed als electorale proliferatie vanwege N-VA. Nochtans steekt achter deze tegenstelling een principiële vraag waar alle partijvoorzitters een publiek antwoord zouden moeten op geven:
Wanneer vrijheid in de weg staat van veiligheid, wat is dan het belangrijkste?

 

Mocht het over de verkeersveiligheid gaan dan zouden ze allen om ter luidst roepen om veiligheid, maar wanneer onze cultuur en onze identiteit onder druk staan, dan twijfelen ze? Het enige antwoord dat ik tot nog toe hoorde was iets in de trant van ‘het zal wel zo’n vaart niet lopen’. Een signaal dat onze politici cultuur en identiteit niet belangrijk vinden (tot we ze zullen kwijt zijn). Geen paniek en vooral geen provocerende taal want dat is nu net wat de islamisten graag zouden hebben.

 

Wat een Patriot Act moet zijn is een belangrijke vraag. In elk geval zou het totaal fout zijn om een visietekst te herleiden tot een opsomming van maatregelen. De bestaande regels kunnen alvast rigoureus toegepast worden. Als u het mij vraagt, dan moet

Een Patriot Act samen met een Freedom Act deel zijn van
elke nationale en Europese grondwet.

Geïnspireerd door de bekende uitspraak van J.F. Kennedy (maar oorspronkelijk door Gibran Khalil Gibran):  ‘And so, my fellow Americans: ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.’

Maar ook dat is slechts ‘window dressing’, zolang het Europa en sommige lidstaten ontbreekt aan een Natie-gevoel en échte patriotten. Mensen die niet meedoen aan het militair opbod maar wel bereid zijn offers te brengen voor het behoud van hun waarden.  

Geen oorlogstaal
Er zijn inderdaad goede redenen om nuchterheid te betrachten en oorlogstaal niet te beantwoorden met oorlogstaal. Het probleem bij deze terechte opmerking is dat niemand nog precies weet wat bedoeld wordt met ‘oorlogstaal’? Voor sommigen is het vermelden van feiten al voldoende om te spreken over oorlogstaal en zijn het ’valse profeten’ die de tegenstellingen opblazen. Daar tegenover staat (vooral bij het gewone volk) de mening dat de werkelijkheid niet vermelden een blijk van zwakheid is. Stel u voor, ‘ze’ zouden wel eens kwaad kunnen zijn om zoveel onwelkome feiten.

Paus Franciscus had volgende verklaring voor de huidige oorlog: ‘Het gaat niet om een godsdienstoorlog. Er is een oorlog van belangen. Een oorlog voor geld. Een oorlog voor natuurlijke rijkdommen. Een oorlog van het domineren van mensen. Dat is de oorlog.’  Het essay Syrië oef à la russe van dwarsligger Marc Rabaey illustreert uitvoerig de vele economische belangen die meespelen in het conflict dat heel het Midden Oosten in zijn greep heeft.

Waar we wél oorlogstaal lezen is in de ‘grondwet’ van de islam. Dat moslims de wereld moeten veroveren, desnoods ook met geweld. Wanneer dan meerdere gewapende organisaties actief deze wetten in de praktijk brengen, wordt het moeilijk om daar géén godsdienstoorlog in te zien.

Paranoia is totaal misplaatst vindt Rik Van Cauwelaert in zijn Paleis der Natie, (De Tijd 30/07). Die paranoia moet volgens hem een militair ingrijpen in het Midden Oosten rechtvaardigen. En dat is precies wat ook bij ons verschillende partijen willen. Verkeerd, en dat hebben we als dwarsliggers al meermaals geschreven.
Over Angela Merkel schrijft Van Cauwelaert: ‘Wie zeer goed beseft wat de gevaren zijn als een samenleving en haar leiders door paranoia worden aangestoken, is de Duitse bondskanselier Angela Merkel. (…) Ondanks de aanslagen blijft ze bij haar asielpolitiek. Voor haar geen uitzonderingstoestanden, geen inperkingen van het recht op vrije meningsuiting. Zij weet wat de maatschappelijke gevolgen kunnen zijn van dergelijke ingrepen. Merkel is dan ook opgegroeid in een land, de Duitse Democratische Republiek, waar paranoia onder de bevolking werd opgepookt door staatsterreur georganiseerd door de Stasi.’

Over Angela Merkel haar ‘open armen’ politiek is het gepast om een nuance aan te brengen. Het is inderdaad voor Europa een plicht om oorlogsvluchtelingen op te vangen, en het is mogelijk. Tegelijk moet men ook durven een onderscheid maken tussen het opvangen van vluchtelingen en het integreren van migranten. Wanneer vluchtelingen die per definitie slechts tijdelijk hier zijn – tot het in hun land weer leefbaar wordt - niet langer willen terugkeren en zich massaal als immigrant permanent hier willen vestigen dan is er wel een probleem. Immers vooraleer Merkel zei ‘Wir schaffen das’ had ze vroeger ook al toegegeven dat de multiculturele samenleving in haar land mislukt was. Misschien zou het goed zijn mocht kanselier Merkel die eerste bekentenis ook nog eens herhalen.

Over de vluchtelingencrisis schreef ik vorig jaar (13/09/2015) een bijdrage ‘Vluchtelingencrisis, een opportuniteit voor de EU’, dat in essentie oproept om de controle te hernemen in plaats van te ondergaan. Dat kan door de vluchtelingen op te vangen in de regio zelf, zoals België en Nederland onder meer deden in de Balkan in de jaren 1990. Door geld én expertise ter beschikking te stellen, door zelf vluchtelingenkampen op te zetten en deze in samenspraak met de gastlanden te beheren. Van daaruit kan dan een gecontroleerde toegang tot Europa georganiseerd worden, zodat we niet afhankelijk zijn van een dictator. En de ‘lege’ vliegtuigen die naar de regio vliegen kunnen we vullen met vluchtelingen die hier amok maken, zodat er meer plaats is voor andere vluchtelingen die beter verdienen.

Wat ik bijzonder verwarrend vindt aan de redenering waarbij men tot elke prijs de islam buiten schot wil houden, is dat we geen oorlogstaal mogen spreken omdat het precies dat zou zijn waarop de jihadisten wachten. Zouden die echt aan het wachten zijn tot we oorlogstaal spreken? Zouden ze dan nog méér geweld gebruiken dan nu? Zouden we – het Westen - dan niet beter onze vliegtuigen en troepen terugroepen uit het Midden-Oosten?

Dat gezegd zijnde, sinds Rusland zich mengde in de strijd is een overwinning op IS voor het einde van het jaar perfect mogelijk. Dat de Russen daarbij meer burgerslachtoffers maken dan de Westerse alliantie is waarschijnlijk juist. Wat iedereen echter schijnt te vergeten is dat het oorlogsrecht uitgaat van ‘herkenbare’ vijanden die zich niet mogen ophouden in hospitalen en burgers niet mogen gebruiken als schild. In Syrië, net zoals in alle andere burgeroorlogen, maken alle partijen zich dus schuldig. Het is en blijft een verschrikkelijk moeilijke afweging maar zowel de Amerikaanse aanpak, waarbij piloten heel dikwijls geweigerd werd om doelwitten te bestoken waardoor de oorlog langer duurt, als de Russische waar men zich weinig gelegen laat aan ‘collateral damage’ heeft consequenties. De eindbalans?

Hoe dan ook, de vernietiging van IS is militair mogelijk. Maar de eeuwenoude inspirerende gedachte aan een 'kalifaat' - de ééneiige tweeling van wereldlijke en burgerlijke macht - zal ook na de vernietiging van IS ongebroken verder de islam inspireren én domineren.

Gelijkheid versus ongelijkheid
Een van de mantra’s van Progressief Vlaanderen, is de waarde die men hecht aan gelijkheid. Ongelijkheid staat voor conservatief, elitair, asociaal, onrechtvaardig, enz. Ook dat is een kloof die in het debat over migratie regelmatig aan de oppervlakte komt.

Uit wat we konden lezen in het essay ‘Pleidooi voor een echt migratiedebat’ zal iedereen wel beseffen dat identiteit en ongelijkheid belangrijke elementen zijn in de evolutie van de mensheid en mede oorzaak van de problemen die migraties met zich mee brengen. Over de rol van identiteit/etniciteit schreef gastauteur Jaak Peeters een bijdrage en daarom beperken we ons hier tot de discussie over gelijkheid versus ongelijkheid.

Waar zijn we het wel over eens? Dat mannen een vrouwen fysiek en psychisch anders in mekaar steken en ongelijkheid de regel is. Over deze natuurlijke ongelijkheid kunnen we zeggen dat man en vrouw ondanks hun ongelijkheid wel gelijkwaardig zijn. Feit is dat – voorlopig toch - beiden nodig zijn voor de voortplanting van de mensheid.

Over sociale gelijkheid/ongelijkheid kunnen we alleen vaststellen dat deze cultuurgebonden is. Oude culturen waar de rol van man en vrouw heel anders was dan diegene die wij door de Verlichting normaal vinden, kunnen niet beoordeeld worden in termen van goed of kwaad, juist of fout. Polygynie of matriarchale (polyandrie) gemeenschappen pasten perfect in een bepaalde tijdsgeest en cultuur en waren maatschappelijk volkomen aanvaard. De menselijke evolutie is niet te beoordelen, laat staan de veroordelen, en dus ook de verscheidenheid aan culturen niet. Trouwens, het zou getuigen van bescheidenheid om te beseffen dat elke cultuur, ook de onze, op een dag zal vervangen worden door een nieuwe. Daarbij zal de ongelijkheid van man en vrouw ongetwijfeld opnieuw aanleiding geven tot discussies. Tenzij de mens evolueert, al of niet met hulp van de medische wetenschap, tot een Hermafrodiet. Dan zal ook het debat over homofobie definitief ‘zonder voorwerp’ zijn. Of dat stabielere en gelukkiger gemeenschappen zal opleveren is een open vraag.  

In de discussie over migratie komt het aspect gelijkheid vooral op de voorgrond wanneer men het heeft over rechten. Gelijkheid wordt in het migratiedebat vertaald als gelijke rechten voor de migranten. Voorwaar een nobel streefdoel maar in de praktijk zeer hypocriet want meestal niet meer dan een lokmiddel tijdens verkiezingen. Dat hindert echter niemand zo lang zich geen ander fenomeen voordoet: wanneer zoals Verhofstadt ons liet weten, ‘het geld op is’. Dan blijkt het hemd ook nader dan de progressieve rok. De diepe kloof die we vandaag beleven wordt vooral veroorzaakt door dat aspect: autochtonen die vaststellen dat nieuwkomers zonder de minste verplichting dezelfde rechten (= geld) en soms zelfs meer krijgen dan zij zelf na een leven van hard werken. Gelijkheid wordt dan ervaren als onrechtvaardig en dat is een zéér kwalijke realiteit.

Wie dus een debat wil voeren over gelijkheid versus ongelijkheid moet tenminste zorgen dat gelijkheid ook rechtvaardig is. Het zou dus goed zijn mochten politici zich eens afvragen of het bestrijden van deze ‘onrechtvaardigheid’ niet even belangrijk is als het bestrijden van racisme.

Die andere ongelijkheid – zeg maar grote kloof - die vandaag aan de orde is, gaat over de toegang van migranten tot het arbeidscircuit. De Antwerpse politica Kerbache (s.pa) versus N-VA. Er werden veel studies uitgevoerd die aantonen dat het inderdaad moeilijker is voor iemand met een vreemde naam om aan werk te geraken. Maar om het debat echt te kunnen voeren op basis van feiten, zouden er ook studies moeten zijn over andere factoren die eveneens een rol spelen bij de aanwerving: beroepskennis, talenkennis, motivatie, stabiliteit van sociale situatie, enz. Daarom mijn vraag aan Progressief en Conservatief Vlaanderen: waar blijven de onderzoeksresultaten voor alle factoren die een rol spelen bij de beslissing over wie het best geschikt is voor een job? Maak dan een plan om deze lacunes op te vullen in plaats van de actuele partijpolitiek proliferatie, waar de bevolking zijn buik van vol heeft.

Idem dito voor de toegang tot de woningmarkt. Dat er huiseigenaars zijn die hun woning niet willen verhuren aan migranten omwille van afkeer voor de ‘Andere’, mag dan al waar zijn. We zouden voor een debat daarover ook moeten beschikken over studies die nagaan in hoeveel gevallen woningen ongestraft volledig leeggewoond, zeg maar vernield worden, door huurders (migranten en andere) die niet het minste respect hebben voor het hun toevertrouwde goed. Of huurders die gewoon de huur niet betalen. Dat is géén racisme maar een terechte aanklacht tegen oneerlijk gedrag. Wie zoals progressief Vlaanderen ongenuanceerd spreekt over racisme in Vlaanderen (ja zelfs sommige politici verwijt het racisme te bevorderen) en tegelijk even ongenuanceerd allochtonen vrijpleit van de  onaanvaardbare manier waarmee ze omgaan met andermans goed of het werk waarvoor ze betaald zijn niet goed uitvoeren, getuigt van oneerlijkheid.   
Het thema waar gelijkheid het statuut krijgt van dé waarheid – en dus totaal in tegenstrijd met de realiteit van de menselijke evolutie – is de aanpak van vermeende misbruiken. De mystificatie van het begrip ‘racisme’ (zoals soms het geval is inzake tewerkstelling en huisvesting) leidt tot een blokkering en voedt het extremisme in plaats van het te bekampen.

Mevrouw Kerbache en meneer Calvo, niet het erkennen van de door de natuur gegeven ongelijkheid maar het opdringen van een onrechtvaardige gelijkheid maakt de extremisten rijk.

Dom, en het helpt het debat helemaal niet vooruit. Misschien is dát ook de bedoeling.

Dat de snelle toename van migranten met een heel andere cultuur, onze eigen cultuur onder druk zet zal niemand ontkennen. Alleen wordt dit debat niet gevoerd wegens hardnekkige taboes. Een echt debat kan niet omdat we het zo vanzelfsprekend vinden dat er enkel goeden en slechten zijn. Winnaars en verliezers.  Zijn de mensen dan zo dom dat ze klakkeloos de ‘valse profeten’ zoals koning Philip die noemde, volgen? Of stellen die mensen gewoon vast dat de ongelijkheid wel degelijk bestaat en voor verdomd veel problemen zorgt.

Er valt nog veel te zeggen over de kloof tussen gelijkheid en ongelijkheid. Laat mij dit aspect voorlopig afronden met het standpunt van Byung-Chul Han. Hij is professor voor Cultuurwetenschap in (o.a.) Berlijn (Universität der Künste), Koreaan, studeerde eerst metallurgie in Korea, dan filosofie, Germaanse filologie en katholieke theologie in Freiburg en München. Daar hij zijn wortels in een andere cultuur heeft, maar in de onze ook beter thuis is dan de meesten van onze smalspoor academici, kan hij onze maatschappij zowel van binnen als van buiten uit bekijken. Het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘Die Austreibung des Anderen’ is getiteld: ‘Terror des Gleichen’, en begint met de volgende woorden:
Die Zeit, in der es den Anderen gab, ist vorbei. Der Andere als Geheimnis, der Andere als Verführung, der Andere als Eros, der Andere als Begehren, der Andere als Hölle, der Andere als Schmerz verschwinden. Der Negativität des Anderen weicht heute der Positivität des Gleichen. Die Wucherung des Gleichen macht die pathologischen Veränderungen aus, die den Sozialkörper befallen. Nicht Entzug und Verbot, sondern Überkommunikation und Überkonsumption, nicht Verdrängung und Negation, sondern Permissivität und Affirmation machen ihn krank. Nicht Repression sondern Depression ist das pathologische Zeitzeichen von heute. Die destruktive Pression kommt nicht vom Anderen, sondern aus dem Inneren.
De tijd, toen er nog anderen waren, is voorbij. De andere als geheim, de andere als verleiding, de andere als Eros, de andere als begeerte, de andere als hel, de andere als pijn verdwijnt. De negativiteit van de andere moet plaats ruimen voor de positiviteit van het gelijke. De woekering van de gelijkheid leidt tot de pathologische veranderingen die onze maatschappij aantasten. Niet ontzegging en verbod, maar over-communicatie en overconsumptie, niet verdringing en negatie, maar permissiviteit en bevestiging maken haar ziek. Niet onderdrukking, maar depressie is het pathologisch teken van de huidige tijd. De destructieve druk komt niet van de andere, maar van binnen uit.

Moreel ontwaken
We schreven al meermaals dat dure wapensystemen onze veiligheid niet zullen verbeteren zonder een morele heropleving.
Het doet mij denken aan de talrijke uitnodigingen die ik begin jaren negentig kreeg om in scholen (ook katholieke) te gaan spreken over mijn ervaringen met de bouw van een VN-vluchtelingenkamp in Kroatië. Defensie werd opeens populair, maar het was vooral gezichtsbedrog. Waar het toen om ging was eigenlijk dat de visie over ‘oorlog’ kantelde. Niet meer België was in oorlog, maar alleen nog het leger werd naar de ‘Baranja’ en nog vele andere crisiszones gestuurd, terwijl hier in België alles zijn gewone gang ging. Zelfs een dode kon de gemoederen niet echt beroeren. En toen er tien Para’s vermoord werden in Kigali, vond de regering dat we niet snel genoeg konden terugkeren.
Mag ik u vragen eens stil te staan bij volgende vraag: Zouden de militairen indertijd nog zo gegeerd zijn mocht toen ook de Paasfoor van Kortrijk en de Sinksenfoor van Antwerpen geschrapt zijn wegens ‘den oorlog’? 

En wat denkt u over deze dwarsliggers mening:
De kloof tussen de inzet van de bevolking als dusdanig en de inzet van militairen (en bij uitbreiding van alle veiligheidsdiensten) begon bij de afschaffing van de legerdienst en wordt nu als vanzelfsprekend beschouwd. De volgende stap is ook duidelijk: een huurlingenleger want identiteit en waarden, daar vecht je niet voor. ‘Hoe veel moet dat kosten’; een dwaling die ons ooit zuur zal opbreken.
De verklaring voor deze dwaling is gemakzucht en realiteitsverlies. Het zal onze tijd nog wel duren en meedoen aan een wapenwedloop omwille van economische profijtjes is nu eenmaal veel gemakkelijker dan offers vragen aan de bevolking. Er is een logica die men negeert: hoe minder actieve militairen defensie telt, hoe groter de reserve moet zijn. Quod non, en dus wordt het leugentje-om-bestwil voor de zoveelste keer verkocht: een kleiner leger maar efficiënter. Wie gelooft die mensen nog?
Waar we ons onvoldoende bewust van zijn is dat de wapenhandel vooral een Westers monopolie is met de VS die zowat één derde tot de helft van de jaarlijkse wapenhandel realiseren (zelfs 70% in 2011) en de tweede Rusland met hooguit 15 % ver achter zich laat. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wat we zo modieus ‘volatile situations’ noemen zoals in het Midden Oosten, als zeer positief beschouwd wordt voor het consolideren van het succes van de wapenfirma’s (dixit Lockheed Martin CEO Marillyn Hewson in januari 2015). Het mag ons daarom evenmin verbazen dat de Obama administratie, geen graten zag in de levering van verboden clusterbommen aan Saoedi Arabië.
Wat we hier beschreven is een ander belangrijk spanningsveld: de believers in soft power (als we maar lief genoeg zijn zullen ze ons met rust laten) versus de haviken die compromisloos willen optreden.

Le réveil
Wordt Frankrijk, ooit de bakermat van de Verlichting met zijn traditie van ‘Liberté, Egalité en Fraternité, nu het gidsland voor een moreel reveil?
Wat we vandaag lezen in gerespecteerde kranten is alvast heel opmerkelijk en zou enkele jaren geleden wellicht nog niet gekund hebben. Steeds meer gezaghebbende stemmen laten niets aan duidelijkheid over. Onder meer filosoof Robert Redeker, die in Le Figaro 26/07 het volgende schreef (vrije vertaling): “Het project van de islamisten wordt in de hand gewerkt door het intellectueel klimaat dat in Frankrijk sinds de jaren 1980 opgang maakt. De echte republikeinse waarden – waarvoor men de mond spoelt om ze toch te vergeten - werden overboord gegooid in naam van een cultuur van fetisjisme over de Vreemdeling, de Andere, de Verschillende, die altijd gelijk heeft. Achter deze cultus van de vreemde schuilt de zelfhaat en het berouw. De vernietiging van de school is één van de oorzaken van ons drama, omdat het de Fransen hun verleden, hun taal en cultuur ontneemt. We onderwijzen de kinderen van immigranten dat wij, Fransen, slavendrijvers zijn, kolonisatoren, schuldig en verachtelijk, … Door de verwerping van Frankrijk en zijn cultuur, zorgde de school voor een vruchtbare psychologische voedingsbodem waarop het islamisme kan bloeien zonder enige weerstand.”

Eveneens in Le Figaro (25/07) schreef columnist Renaud Girard over de drie fouten die wij maken bij het bestrijden van het terrorisme (vrije vertaling):

  1. De eerste fout in onze onmiddellijke reacties, wordt veroorzaakt door het narcisme waaraan de media lijden en de dictatuur van de emotie. Tegenover de kalasjnikovs van onze tegenstrevers hebben wij kaarsen en hashtags, herdenkingen en minuten stilte. Onze emotionele reacties bewijzen onze onmacht.
  2. Onze tweede fout is dat wij louter defensief reageren en alleen potentiële doelwitten gaan beschermen. Hierbij vergeet men dat in het gevecht tussen een lans en een schild altijd gewonnen wordt door de lans (die het initiatief heeft om een doelwit te kiezen).
  3. Onze derde fout is te geloven dat een overwinning op IS in het Midden Oosten ons veiligheid zal opleveren. De terroristendreiging komt niet alleen uit Syrië maar ook uit Molenbeek en andere Belgische en Franse steden. Het verdwijnen van IS betekent niet het einde van de jihad ideologie. Zo lang het islamisme gedijt bij ons, zullen we niet veilig kunnen leven.

Dan zijn er nog politici van links en rechts die niet langer een blad voor de mond nemen: zoals deze bijdrage van gewezen minister (la Droite) Nadine Morano in Le Figaro. Ook de PS zwijgt niet langer, getuige deze bijdrage door El Khatmi.

 

Het essay van Gerard DE Beuckelaer, Pleidooi voor een echte migratiedebat heeft het uitgebreid over de gevolgen van een ongecontroleerde migratie. In zijn conclusie – en hiermee wil ik eindigen – schrijft hij over de kansen voor een constructief migratiedebat:
De tekenen daarvoor staan slecht, want de dogma’s die zullen moeten sneuvelen zijn talrijk en hardnekkig. Kijk maar naar de progressieve postmoderne ‘artikelen van het geloof’:

Met dit artikel willen de Dwarsliggers bijdragen tot een echt migratiedebat in al zijn aspecten, vooral deze waarover we autonoom kunnen beslissen; voorbij de tegenstellingen, spanningsvelden en taboes.

Dwarsligger