Subsidiariteit. Men hoort nogal eens wat – vandaag minder dan vroeger – over subsidiariteit. Sommigen leggen die uit als de leer die politieke beslissingen op ‘het meest passende niveau’ wil leggen. Dat is fout, omdat élk niveau dat zichzelf ernstig neemt zichzelf passend kan vinden.

Een goede formulering van het subsidiariteitsbeginsel vindt men in Quadragesimo Anno: Evenals datgene wat de individuen op eigen initiatief en door eigen energie tot stand kunnen brengen, hun niet ontnomen en niet in handen van een gemeenschap mag worden gesteld, zo is het ook een onrechtvaardigheid en tevens een ernstig nadeel, ja een verstoring van de juiste orde, datgene, wat door kleine lichamen van ondergeschikte rang kan worden verricht en verschaft, over te dragen op grote van hogere orde[i]. Deze formulering is zeer zinvol. Het Woordenboek Filosofie verklaart dat hogere en lagere gemeenschappen een eigen autonomie toekomt. Daarmee is het recht op interventie niet verworpen, maar wel beperkt. Dat komt omdat elke ‘hogere gemeenschap’ is samengesteld uit ‘lagere gemeenschappen’, zodat die hogere gemeenschap ten onder gaat als de lagere worden vernietigd[ii].

In de christendemocratie wordt subsidiariteit geassocieerd met het beeld van de menselijke persoon als vrij en scheppend wezen. Elke mens is uniek. Hij is autonoom en bezit persoonlijke waardigheid. Bijgevolg zijn de instituties die hij schept waardevol, want ze zijn de expressie van die scheppende kracht van die unieke mens. De christelijke ideologie verklaart - niet ten onrechte – dat vrijheid geen individuele kwestie is (zoals het liberalisme stelt), maar slechts kan bestaan binnen een bestaande morele gemeenschap[iii].  Ideologen herkennen in dit alles de leer van het personalisme: de mens is een redelijk schepsel.

In ieder geval beantwoordt aan het mensbeeld van het personalisme en de politieke doortrekking ervan naar de idee van de subsidiariteit een staatsvorm die men op de een of andere manier democratisch moet noemen. Immers: een staatsvorm waarbij van bovenaf alles wordt opgelegd, eventueel vanuit een besloten cenakel, spoort niet met het mensbeeld van de vrije mens die leeft in subsidiaire verbanden.

Wie hierover nadenkt zal merken dat het trias personalisme-subsidiariteit-democratie niet zo vanzelfsprekend is. Velen beschouwen het dan ook als een westerse uitvinding, die niet zomaar in andere delen van de wereld ingevoerd kan worden.[iv] Toch zullen sommigen zeggen dat er belangrijke raakpunten zijn met de Afrikaanse zogeheten Ubuntu-filosofie, zoals die onder meer door Ramose wordt uiteengezet[v].

De EU als orkestmeester

 

Met dit alles op de achtergrond worden we gedwongen na te denken over de ‘zaak Europa’ en meer concreet over ‘de EU’.

Wie de moeite neemt om de tekst van de ‘grondwet voor Europa’ door te nemen, zal zich afvragen welke materie niet door Europa moet worden behandeld[vi].

De waarheid is dat de EU - dat is dus niet hetzelfde als Europa - zich, zoals iemand ooit in een vrije tribune schreef, zich met “alles en nog wat bemoeit”. Er is niets wat veilig is voor Europese bemoeizucht.

Ziehier wat het bekende CIA-Factbook over de Europese unie schrijft[vii]:

(…) today's hybrid intergovernmental and supranational organization of 27 countries across the European continent stands as an unprecedented phenomenon in the annals of history.

En voorts: Although the EU is not a federation in the strict sense, it is far more than a free-trade association such as ASEAN or Mercosur, and it has certain attributes associated with independent nations: its own flag, currency (for some members), and law-making abilities, as well as diplomatic representation and a common foreign and security policy in its dealings with external partners.

De EU is dus geen staat zoals we ons die veelal voorstellen, maar heeft er wel heel wat trekken van weg.

In ieder geval merken we hoe de EU zich inderdaad met alles bemoeit, en vooral: haar eisen aan de zogeheten lidstaten oplegt. De EU is de orkestmeester.

Enkele voorbeelden: de EU-bazen noemen de Hongaarse wetgeving schandelijk – met de vraag overigens of zij de teksten van die wet zelf wel gelezen hebben!

De EU legt eigenmachtig en over de regeringen van de lidstaten heen haar zogeheten klimaatbeleid op.

De EU plaatst zichzelf als wereldspeler en richt zich vooral als antagonist tegenover China.

En dan is er die schier eindeloze diarree van ‘verordeningen’- eigenlijk: wetten.

Ook hier weer enkele recente voorbeelden:

  • Een verordening over diergezondheidszorg;
  • Een verordening over gegevensbescherming;
  • Een verordening over bescherming van natuurlijke personen;
  • Een verordening over veiligheid van machines;
  • Een verordening met betrekking tot het gebruik van drones.

Wie wil kan de lijst naar believen aanvullen.

Telkens weer voert de EU aan dat deze materies van internationaal belang zijn. Met een dergelijke redenering kun je echter zowat alles doordrukken. In een interdependente wereld  hangt alles aan alles vast en dus is alles van internationaal belang. China kan in Italië knopen voor modekleren laten maken. Vervolgens kun je verklaren dat die knopenindustrie van internationaal belang is…

Het is duidelijk dat er in deze omstandigheden van enige vorm van subsidiariteit niets in huis komt. De EU beslist alles – letterlijk alles, ondanks alle schone schijn of mooi gepraat.

Over de gevolgen hiervan voor de democratie zou een lange verhandeling kunnen geschreven worden, maar dat gaat het onderwerp van deze bijdrage verre te buiten.

 

De menselijke natuur en toepassing op Europa

 

Moeten we ons wel zorgen maken over het feit dat de EU (maar niet alleen de EU) met elke vorm van subsidiariteit de vloer veegt?

Toch wel, zoals zal blijken.

Er bestaan filosofische stelsels die alles wat zij niet universeel achten ondergeschikt maken aan wat sinds jaar en dag De Rede wordt genoemd.

Filosofen zoals Immanuel Kant en René Descartes liepen zelfs hoog op met de mens als rationeel wezen. Het beeld van de mens als een rationeel wezen doortrekt zelfs de hele 18-eeuwse wijsbegeerte. Afkomstig uit het Latijnse ratio wordt de rede beschouwd als een onderdeel van de menselijke ziel. Die rede is evenwel de enige bron van ware kennis en moet daarom alle andere aspecten van de ziel overstemmen[viii].

Jammer genoeg dwingt de moderne wetenschap ons het beeld van de mens als rationeel wezen van zijn voetstukje te halen: de mens is helemaal niet dat rationele wezen, waarvoor de Verlichtingsfilosofen hem hielden.

Het menselijk gedrag is doordesemd van emotionaliteit. In werkelijkheid is zuiver rationeel denken alleen in de wiskunde mogelijk. De moderne psychologie en neurofysiologie verwerpen trouwens het dualisme van rationaliteit versus irrationaliteit.

Om te beginnen: de menselijke hersenen verschillen structureel nauwelijks van die van andere hogere zoogdieren. Er is een grote overeenkomst tussen de structuren van de hersenen van de chimpansee (Pan Troglodytes) of de Bonobo (Pan Paniscus) en die van de mens[ix]. Daaruit mag men geen gelijkheid afleiden, maar het besef moet wel de aandacht wekken.

Maar vooral: niets van wat zich in het lichaam afspeelt, en ipso facto van wat in het brein gebeurt, vindt plaats zonder dat er verbinding is met de structuren die met emoties in verband worden gebracht. Met andere woorden: alles binnen ons lichaam en binnen ons geestelijk leven heeft altijd een emotionele lading[x].

Voor wie deze uitspraak nogal brutaal vindt, ziehier wat de Noord-Brabantse psycholoog Adriaan Vingerhoets in februari 2021 in de inleiding van zijn boek schrijft: In dit boek toon ik aan dat emoties juist wel heel essentieel zijn voor ons functioneren.(…) De mens is een (ultra)sociaal wezen, en het feit dat hij zich in een groep staande kan houden, zich kan ontwikkelen en ontplooien en met anderen kan samenwerken, danken we aan het feit dat onze emoties ons fysiologisch functioneren, ons denken, onze motivatie en onze communicatie en(…) ons gedrag beïnvloeden[xi].

Neen: de mens is geen rationeel wezen!

 

Een andere manier om het niet-rationele karakter van ons bestaan te beschrijven vindt men bij Jacob Jolij: we zien niet de wereld, maar we zien vooral wat we met de wereld kunnen doen[xii].

Laat ons dit alles nu eens toepassen op het functioneren van grote, machtige politieke eenheden, zoals de EU (of de VN).

De sturende functies in de machtige organisaties worden ingenomen door normale mensen, dit is: mensen van vlees en bloed, wier denken en beslissingen doortrokken zijn van emotionele inhouden. Ook de leden van de Europese Commissie ontsnappen niet aan deze wetmatigheid.

Hun denken en hun beslissingen worden dus niet alleen door rationaliteit ingegeven, al zullen ze bij hoog en bij laag beweren van wel. Ze verwijzen voor hun beslissingen meestal naar bergen studies, zonder er bij te bedenken dat ook die studies gemaakt werden door mensen die eveneens in de ban van irrationaliteit zijn[xiii].

Veel vertrouwen kan zoiets toch niet wekken? Zijn stevige dwarse en kritische groepen dan niet noodzakelijk?

Hoe is het mogelijk dat mensen, aan wier intelligentie men niet moet twijfelen, desondanks in de greep van irrationaliteit komen zodra ze in een machtsstoel terecht komen?

Daar zullen wel verschillende verklaringen voor te bedenken zijn, maar één ervan is vast het verschijnsel van cognitieve dissonantie. De EU is een grote machine, waarin wie dan ook platgemalen wordt. Hiermee is bedoeld dat zelfs het meest kritische individu in de greep van het machtsdenken komt zodra hij de poort binnengaat. Om zich staande te houden moet men het alvast doen voorkomen dat men het spel meespeelt, anders wordt men als individu platgewalst. Dat is dan bewust gedrag. Maar gaandeweg verdwijnt de eigen kritische geest, omdat die psychologisch gewoon niet vol te houden valt. Mettertijd gaat men het dominerende discours zelf voeren, waarbij men gebruik maakt van de argumenten zoals ‘internationaal belang’. Deze verschuiving naar conformiteit geschiedt onbewust en de personen in kwestie geloven oprecht dat zij hun eigen, doordacht oordeel volgen.

Zo komt het dat de EU, en vooral de top ervan, er vast van overtuigd is dat zij het met de Europeanen goed voorhebben. Ze zijn ervan doordrongen dat hun interpretatie van subsidiariteit als ‘beslissen op het meest geschikte niveau’ correct is.

Conclusie: de EU-staat als een gevaar

Hoe komt het dat de bevolking dat allemaal neemt?

Uiteraard werd die bevolking al vele jaren, onder meer door de media, murw gemalen zodat zij liever kiest voor Brood en Spelen dan voor een veel moeilijker subsidiaire levensvoering.

Maar er is ook duidelijk massieve manipulatie in het spel. Ad Vingerhoets legt ons uit hoe bestuurlijke machten de bevolking in hun greep krijgen. Ook die bevolking bestaat uit mensen die in belangrijke mate door emoties gedreven worden. Het volstaat angst te scheppen om de bevolking in één richting te dwingen. Angst is in onze evolutionaire voorgeschiedenis een fundamentele drijfveer en die angst is helemaal niet uit ons systeem verdwenen. Vingerhoets haalt de Covid-19 - psychose aan, maar zijn verhaal laat zich makkelijk naar andere maatschappelijke toestanden doortrekken. Maak de mensen bang en ze worden mak.

Natuurlijk staat dit alles haaks op elke principe van democratische subsidiariteit. Bange mensen hopen op hulp en bijstand en hoe groter de machten schijnen die ze aanroepen, hoe harder ze schreeuwen, want dat dempt de angstgevoelens. Voor hedendaagse mensen zonder veel binding met hun medemensen werkt dit mechanisme des te meer omdat het individualisme en het hedonisme elke steun vanuit de eigen gemeenschap heeft ondermijnd.

Dat is precies wat Alexis de Tocqueville ooit schreef: boven al deze egocentrische individuen torent een enorm bevoogdend machtsapparaat als enige instantie die hun welzijn garandeert en hen van de wieg tot in het graf begeleidt.[xiv]

In zijn De Staat pleit Plato voor een staatsvorm waarbij de macht door filosofen wordt uitgeoefend. Immers, zo verklaart Plato, het volk is niet bekwaam tot rationeel oordelen over wat het beste is voor de staat.

Het is heel goed denkbaar dat de EU-sanhedrins van deze oude Platonische gedachten doordrongen zijn en daarom het begrip subsidiariteit op een nogal eigenwijze manier interpreteren.

Jammer genoeg voor Plato en allen die zijn mening delen: de mens die de bestuurlijke kwaliteiten bezit waarnaar zij op zoek zijn, bestaat niet.

 

Er bestaan geen rationele mensen. Echt niet.

 

Daarom is het beter de woorden van Albert Einstein in herinnering te brengen, toen men hem het presidentschap van de nieuwe staat Israël aanbood: “Daar ben ik te dom voor”.

We moeten ons dus inderdaad zorgen maken om grote machten. Macht moet integendeel verdeeld worden. De menselijke schouders zijn te frêle voor zoveel macht.

Daartoe zijn subsidiariteit en democratie noodzakelijk.  Zo ontstaat een voortdurend wisselend spel van macht en tegenmacht, waarbij de druk van onderen naar boven is gericht. Zo worden unitaire machtsstructuren doorbroken.

De menselijke natuur dwingt daartoe.

 

[i] Putten, Jan van. Politieke stromingen. Aula, 1985, blz. 199.

[ii] Willemsen & de Wind. Woordenboek Filosofie, Garant, 2015, blz. 521.

[iii] Sanders & Devos; Politieke ideologieën in Vlaanderen, Standaard Uitgeverij, 2008, blz. 244 -245.

[iv] Willemsen& de Wind. blz. 131.

[v] Mogobe Ramoso. Ubuntu. Ten Have, 2017.

[vi] Zie daarvoor: Jaak Peeters. De Valse Belofte, Polemos, 2017, blz. 31 e.v.

[vii] CIA-Factbook, juni 2021.

[viii] Willemsen &de Wind. o.c., blz. 471.

[ix] Ik heb ooit de hersenen van een Bonobo op sterk water gezien. Ze verschillen nauwelijks van mensenhersenen. Ze zijn voornamelijk wat kleiner.

[x] Men spreekt in dit verband over de emotionele as: formatio reticularis, hypothalamus, limbisch systeem en amygdala. Zie Ben van Cranenburg. Neurowetenschappen, een overzicht. Bohn Stafleu, 2020, passim.

[xi] Vingerhoets, Ad. De emotionele mens. Ambo, 2021, blz. 8.

[xii]Jolij, Jacob. Wat is bewustzijn eigenlijk? Nieuw Amsterdam, 2020, blz. 64.

[xiii] Men moet hierbij bijvoorbeeld ook denken aan de concrete werking van het IPCC, waarop door talrijke wetenschappers zware kritiek werd geuit, omdat dit IPCC al dan niet bewust de scores heeft aangepast. Er zijn ook gevallen bekend van wetenschappelijke fraude.

[xiv] Tocqueville, Alexis de. Democratie: wezen en oorsprong. Inleiding Andreas Kinneging, Agora, 2004, blz. 190.

 

Dwarsligger Jaak Peeters in Doorstroming

Juli 2021