Print

Alabamians protesting the ProhibitionIn tijden van Liefde en Cholera blijft een terugblik naar andere tijdvakken met gelijkaardige problemen verhelderend. Niet dat het alles oplost, maar het biedt geestverruimend en relativerend perspectief.

Zoals wanneer een doodmoegewerkte Kameraad (m/v)  uit het zijraampje van de opstijgende vakantievlucht naar beneden staart, naar dat almaar verkleinend gigantische wespennest en wegdroomt.

Zwaar polariserende voor-en tegenstanders van alcohol zijn zo oud als de ontdekking van alcohol zelf. Alcohol, een natuurproduct, is immers niet uitgevonden, maar ontdekt, net als een bacterie. Of een virus.

In de US slaagde alleen échte oorlog erin om de radicale anti-alcoholfanaten te doen zwijgen: de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865), en de Eerste Wereldoorlog. In 1920 was het echter zover: het 18de amendement op de Grondwet werd aangenomen: het totaalverbod op productie, transport en verkoop van drinkbare alcohol trad in werking. Het drinken ervan niet… (Waar hebben we dit nog gehoord?).  Heerlijke uitzonderingen waren er ook, zoals het gebruik van wijn bij religieuze plechtigheden (het Bloed van Christus. Wie zei ook weer : ‘Paris vaut bien une messe’).  Met de inwerkingtreding van het 18de amendement verhuisde de handel in drank naar het illegale circuit. Stiekem werd er massaal gedronken.

Europa was, zoals ook vandaag, iets zwijgzamer. Of wijzer. Hoe zwijgen goud kan zijn. De Amerikaan die het zich kon permitteren, reisde immers naar buurlanden en –continenten om te blijven genieten van de verboden vruchten.

Het duurde tot 1933 en er was een krachtdadig genie voor nodig als President Franklin Delano Roosevelt om luidop te stellen dat de drooglegging niet het gewenste effect had: op 5 december 1933 werd het 21ste amendement geratifieerd en de drooglegging formeel afgeblazen.

Natuurlijk hadden en hebben de tegenstanders van alcohol een reeks goede punten en argumenten. Ik zal die hier niet op een rij zetten of de delete-knop wordt verleidelijk.

We zijn echter een gemeenschap van mensen, gedreven door emoties/gevoelens. Onze ratio komt op een minder belangrijke plaats. Drie virologen rond een vuurkorf kunnen hiervan een mooie illustratie zijn (zie ook het Nieuwsblad).

Al onze ‘lock-down’-verordeningen, bubbelcreaties, thuiswerk-, test-, en mondmaskerverplichtingen zullen vroeg of laat botsen op de realiteit en onze menselijkheid.

Die realiteit blijft dat  meer dan 80% van mensen die het virus oplopen dat perfect zullen verdragen. Net als alcohol. Dat 15-20% er een ziekenhuis voor zal nodig hebben. Misschien net als alcohol? Dat minder dan 5% even op Intensieve Zorgen zal belanden. Wat met alcohol? Minder dan 0.3% tenslotte, zal ervan sterven.  Ook vergelijkbaar met alcohol?

Over onze ‘menselijkheid’ volstaat een verwijzing naar onze wenselijkheid/noodzakelijkheid van menselijk contact: check sociale media. Van tomeloze liefde tot het ergste verraad. All is fair in love and war.

Omnis comparatio claudicat. Dankzij drastische maatregelen, werd een Belgisch infarct op onze IZ-diensten zeker vermeden. Voorspellingen zijn altijd moeilijk, ook al kunnen ze erg verrijkend (verreikend kan ook) zijn voor de ontwikkelaars en de uitgevers ervan, maar iedereen moet leven.

Tot slot: de meesten onder ons zijn vertrouwd met het omgaan met slecht nieuws, en de verschillende fasen die de menselijke geest hierbij doorloopt.

1/ Ontkenning. (Ondergetekende had hier zeker z’n tijd nodig, maar ik was in goed gezelschap).

2/ Woede. Gewoon even denken aan het klassieke gezicht van Prof. MVR. U hebt ‘m. Prof. LA was één van de slachtoffers.

3/ Onderhandelen. We zijn volop bezig. Voor de Horeca en de eventsector mogen we de eerste  doodsklokken luiden.

4/ Depressie. Nog even geduld voor zij die nu nog niks voelen.

5/ Aanvaarding.  Gevolgd door ‘downsizing’ en herinneringsverfraaiing.

‘Het kan verkeren’, wist Bredero al, ergens in 1612, middenin de Tachtigjarige Oorlog.

gastauteur dr. Jan Vercammen