Print

heksenjachtIn de 17de eeuw leefde Isaac Newton, met afstand de grootste natuurwetenschapper aller tijden. Maar in diezelfde tijdspanne werden ook duizenden heksen verbrand.

 

 

 

In de 17de eeuw leefde Isaac Newton, met afstand de grootste natuurwetenschapper aller tijden. Dat laatste beweerde ook Einstein toen zijn enthousiaste bewonderaars hem zelf in die rol wilden zien. Newton revolutioneerde iedere tak van de wetenschap waar hij ooit zijn aandacht op richtte. De bandbreedte van zijn interesses en thema’s was adembenemend.

Tegelijkertijd hadden we in Duitsland (Leipzig Saksen) Leibniz, een niet veel minder imposante figuur met belangrijke ontdekkingen in de wiskunde, de fysica, de filosofie en zelfs in de mechanica.

In Frankrijk werkte op dat moment Blaise Pascal. Hij leverde baanbrekende bijdragen aan de fysica en de wiskunde, construeerde een werkende rekenmachine en schreef een aantal bijzonder diepzinnige filosofische essays die, na zijn dood, als ‘Pensées’ samengevat werden uitgegeven. De ‘Pensées’ stralen een grote, warme menselijkheid uit.

Homo Sapiens was duidelijk op de goede weg. De verlichting met haar empirie en haar rationalisme was niet meer tegen te houden. Zo leek het…

Maar in diezelfde 17de eeuw werden alleen al in Bamberg (in Franken, Zuid Duitsland) vele honderden (zeker meer dan duizend) ‘heksen’ verbrand. Het toen en daar geldend strafrecht verbood “pijnlijke ondervraging” (foltering), maar voor hekserij werd een uitzondering gemaakt, zelfs bij de geringste verdenking.

Uiteraard benutten de machtigen heksenprocessen om tegenstanders uit de weg te ruimen. De terreur – want dat was het – verzekerde ook dat oppositie zich niet kon vormen of organiseren. In Bamberg waren de katholieken de daders. De voornaamste stokebrand was een hulpbisschop, die vanop de kansel het volk de irrationale schrik en de afschuw voor hekserij inrammelde en tot heksenjacht opzweepte. Maar ook de protestanten lieten zich op dit gebied niet onbetuigd.

Het was alsof een psychotische razernij zich epidemisch verspreidde. En het waren niet enkel de vervolgers die – soms – geloofden in de mogelijkheid om magisch in te grijpen in de loop van de wereld: er waren zeker ook mensen die probeerden deze ‘duistere krachten’ voor zich dienstbaar te maken. Het is niet uit te sluiten dat sommige van de heksen die daar verbrand werden wel zelf geloofden dat ze heksen waren. Hallucinant is een te zwak woord! Niemand wist nog wat nu werkelijk waar was of alleen maar handig geconstrueerd, iedereen leefde in angst en onzekerheid. Het contact met de realiteit was collectief verloren gegaan.

Wat het meest choqueert is wellicht de gelijktijdigheid. Het feit dat de fijnzinnige gedachten van de verlichting praktisch zij aan zij met de meest afstotende stompzinnige barbarij ontstonden schokt en verbluft.

Nu is dat soort collectieve razernij weleens vaker uitgebroken. Bij de vervolgingen de Katharen (de oervaders van alle ‘ketters’ die zelfs het woord geleverd hebben) en de Joden bij voorbeeld. Ook nationaalsocialisten en communisten hebben dergelijke vertoningen bombastisch in scene gezet en voor groot publiek opgevoerd. Gelukkig hebben we dat allemaal achter ons gelaten. Vandaag leven we in een betere, rationelere, meer beschaafde wereld.

Zozo, dacht U dat?

Als ik de huidige tijd met de 17de eeuw vergelijk zie ik enkele dingen die nogal verontrustend zijn. De huidige wetenschap gaat over beter, kleiner, sneller, goedkoper, groter, lichter, preciezer, duidelijker… maar niet meer over werkelijk baanbrekend nieuw. De Nobelprijs voor fysica werd dit jaar toegekend aan de fysici die gravitatiegolven gemeten hebben. Ik wil hun verdiensten absoluut niet verkleinen, maar uiteindelijk hebben ze toch niet meer gedaan dan iets aantonen dat Einstein bijna honderd jaar geleden ‘zag’! De Nobelprijs voor chemie ging naar mensen die de microscopie een flink eind vooruitgeholpen hebben. Ze zijn er in geslaagd substanties zo te fixeren dat ze onder de elektronenmicroscoop gezien kunnen worden in de vorm die ze hadden in hun ‘natuurlijke omgeving’, omhuld door vloeistof, bij voorbeeld in een biologisch systeem.  Zeker enorme prestaties, maar in beide gevallen is eerder spraak van ‘ontwikkeling’ dan van ‘innovatie”. Over de literatuurprijs voor Bob Dylan vorig jaar zullen we het maar liever niet hebben.

De innovaties van de 17de eeuw daarentegen waren, in de waarste zin van het woord, revolutionair. Er werden totaal nieuwe concepten opgebouwd, volledig ander manieren om naar het universum te kijken. Toen was er een voelbare, zeer dynamische ontwikkeling. Die was er overigens ook nog in de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

Vandaag daarentegen lijkt het alsof wij met lange kolonnes onderzoekers tegen een dikke betonnen muur staan te trappelen. De enige manier om verder te geraken is: de verf eraf schrapen: dan komen we nog een tiende van een millimeter vooruit. 

Echte innovatie heeft altijd iets subversiefs. Het gaat zo: “Iedereen denkt dat het ‘A’ is. Maar wat als het nu toch eens ‘B’ zou zijn? De innovatieve onderzoeker zet zich af tegen de algemeen geaccepteerde mening en volgt zijn eigen – andere – weg. Dat was nooit erg populair. Het wordt als lastig ervaren, zelfs arrogant. Het leidt tot uitsluiting. De rebel riskeert geïsoleerd te worden, en dat ontmoedigt innovatie. Nu moeten we natuurlijk ook wel inzien dat veruit de meeste dissidente meningen achteraf inderdaad fout bleken. We kunnen dus moeilijk verlangen dat de gevestigde machten van de wetenschap onmiddellijk enthousiast op iedere nieuw kar springen. Ze mogen vast wel sceptisch zijn. “Sceptisch” komt van het Grieks en betekent: “ik onderzoek”. Niet “ik verwerp”!

De – voorlopig – laatste ‘rebelse’ onderzoeker die de Nobelprijs kreeg was Stanley Prusiner in 1997. Hij had aangetoond dat er ziekteverwekkers zijn zonder DNA, enkel uit proteïnen bestaand. Hij noemde ze ‘prionen’. Niemand geloofde hem. Het onbetwijfelbaar collectief ‘weten’ zegde immers: geen leven zonder DNA en geen ziekteverwekker zonder leven. Om te verdragen wat Pusiner van zijn lieve collegae aan spot, uitsluiting en vijandigheid heeft moeten uithouden is een heel sterke mens met een immens dik vel nodig. Niet iedereen is zo robuust. Ik vraag me soms af of, indien de dames en heren van het wetenschappelijk establishment niet plots met hun neus op de BSE crisis (gekkekoeienziekte – Creutzfeldt Jakob) waren gedrukt, ze hem niet misschien nog altijd voor een idioot – die spoken ziet –  zouden houden.

Het intellectueel klimaat wordt zienderogen minder tolerant, ook voor innovatie.

Ons wetenschappelijk onderzoek bereikt vandaag, ook met oneindig veel krachtiger hulpmiddelen ter beschikking, niet meer het intellectueel niveau van een eeuw geleden.

We zouden nu troost kunnen vinden in de gedachte dat we vandaag toch veel welvarender en gezonder zijn dan in de 17de eeuw. Dat hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt. Er zijn inderdaad vandaag duidelijk meer mensen die honger lijden en zonder medische verzorging aan allerlei akelige ziekten overgeleverd zijn. In procent van de Europeanen uiteraard niet, maar wereldwijd en in absolute getallen heel zeker.

Maar we verbranden nu toch minstens geen heksen meer…

Tja, dat is waar, maar ik zou eerder zeggen: ‘voorlopig in Europa nog niet”. In de derde wereld worden nog heel courant mensen voor hekserij veroordeeld en terechtgesteld, vooral in de Islam wereld! Maar dat zien we niet, en “wat niet en weet, niet en deert”.

De massapsychose is alvast terug van nooit echt weggeweest, ook in Europa. En moederkoren is toch al lang niet meer in omloop! Als een Vlaamse psychiater, namelijk professor Dirk De Wachter, streng volgens de criteria van de DSM1, onze complete maatschappij met ‘border line’ syndroom diagnosticeert zou dat toch een alarmklok moeten doen luiden. Doet het natuurlijk niet!

We zien, in de maatschappij in het algemeen, en dus ook in de wetenschap, een duidelijke toename van het ‘gewicht’ van de emotie. En onze emoties zijn – bewezen – ziek; zie vorige paragraaf. Eén uiting van de malaise is het ‘politiek correcte’, dat ons belet dingen die niet naadloos in het algemeen aanvaard kader van welbehagen passen niet enkel te zeggen en te schrijven, maar zelfs te denken en te observeren. Dat is natuurlijk dodelijk voor iedere vorm van wetenschap. Militant beleden wordt deze houding slechts door een minderheid die zich voor ‘elite’ houdt, en onze beschaving bevordert door vermomd brandbommen in willekeurige auto’s te gooien. Maar de meerderheid accepteert die ‘mindset’, zelfs dan als hij zich gewelddadig uitdrukt, meer en meer als ‘normaliteit’.

Vandaag kunnen universiteitsprofessoren ongestraft en zonder virulente tegenspraak zeggen dat “Mensen die de stellingen van het IPCC in twijfel trekken eigenlijk voor de rechtbank gedaagd en opgesloten moeten worden.” Men stelt met andere woorden dat iemand omwille van zijn weloverwogen wetenschappelijke opinie vervolgd mag –  neen moet – worden. De groeten van Galilei!

Aan de universiteiten begint men alvast, met georganiseerd geweld in de beste nazi traditie, ‘aanstootgevende’ lezingen te verhinderen. Aanstootgevend is vandaag alles wat, desnoods met behulp van omvangrijk kunst- en vliegwerk, als racistisch, kolonialistisch of seksistisch kan gedeclareerd worden. Indien Darwin vandaag moest leven en werken, zouden ze waarschijnlijk zijn lezingen met brulkoren blokkeren. De bleke anemische jochies die vandaag onze universiteiten besturen komen – in veel gevallen – op geen beter idee dan toegeven.

Voor een alerte en zorgvuldige waarnemer zijn heksenprocessen dus ook vandaag lang niet zo ondenkbaar als wij allemaal graag wilden hopen.

Een lineaire denker zou daaraan vertwijfelen. Maar de wereld werkt niet lineair, van een welbepaald begin via ordelijke processen naar een vooraf bekend einde. Ze werkt in cycli. Dat is bekend: eigenlijk heeft enkel het West Europese denken daaraan tot hiertoe weinig aandacht besteed. Daarom herhaalt de geschiedenis zich ook voortdurend. Waarschijnlijk zou ze dat ook dan nog doen als wij ze ernstig zouden bestuderen om eruit te leren. Maar zelfs dat laatste doen we niet.

Heraclitus zegde 2500 jaar geleden: “πάντα ῥεῖ” (panta rei): alles vloeit. Zo is het, zo was het en zo zal het wel blijven.

 

Dwarsligger

1 DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Het meest verbreide handboek voor psychiaters samengesteld door de ‘American Psychiatric Association’.

Bewaren

Bewaren