Zwart-wit denken

zwart wit denkenContrast is nuttig en nodig, maar contrast alleen toont niets van de werkelijkheid. Nuances geven het beeld kleur en diepte, maar nuances zijn in deze tijd niet meer gevraagd. Ook de ideeën worden digitaal.

 

 

Het universum waarin wij leven is ongelofelijk complex. Dat blijkt al uit het – waarschijnlijk verwaarloosbaar klein – deel van de werkelijkheid die we kunnen waarnemen, waarvan we ons – zoals dat heet – bewust zijn. Die complexiteit staat begrijpen vierkant in de weg. Dat is geen ramp. Het zou nogal pretentieus zijn aan te nemen dat de bedoeling van het universum is dat wij het zouden begrijpen. Evenmin is de bedoeling van ons verstand het doorgronden van de realiteit. Het moet alleen de overlevings- en ontwikkelingskansen van de genus ‘homo sapiens’ verbeteren, en dat heeft het – tot hier toe – blijkbaar gedaan.

Om toch iets te begrijpen hebben we dus een kunstgreep nodig die de complexiteit terug dringt. We hebben zo een techniek: de reductie, inzicht door ignoreren. We weten dat er in het universum ongelofelijk veel deeltjes zijn, en dat ieder deeltje met ieder ander interageert. Dat mag een interessante gedachte lijken, maar als we ze al te ernstig nemen kunnen we geen fiets meer bouwen. Dus doen we dat niet: voor ons praktisch handelen laten we een deel van ons weten gewoon weg. Als we van louter bomen geen bos meer zien, hakken we een deel bomen om.

Nu is reductie een delicate kunst. We moeten zeer goed opletten dat we geen essentiële dingen weglaten. Dat is altijd met ernstige inspanningen verbonden. Blaise Pascal schreef ooit aan een vriend: “Ik schrijf je vandaag een lange brief, want ik heb geen tijd voor een korte.” Als Mies van der Rohe zegde “less is more” lijkt dat een beetje kort door de bocht. Die regel geldt zeker niet in ieder geval, maar in sommige gevallen wel, en daar heeft van der Rohe hem met duidelijk succes ingezet.

Men kan uiteraard overdrijven en zodanig reduceren dat er niets van belang over blijft. We mogen de laatste bomen niet omhakken. Dat doen we natuurlijk toch. Gedachten binnen de cultuur oscilleren, net zoals de pendel van een ouderwetse klok. Zoals die laatste doorlopen ook de gedachten het punt waar ze eigenlijk in evenwicht zijn met de maximale snelheid. Enkel in de extreme posities staan ze heel even stil.

Ik denk dat we vandaag tot extreme en dus onverantwoorde reductie neigen. Als vandaag een kunstenaar de gemeenschap voor veel geld een schilderij verkoopt met witte achtergrond waarop één zwarte lijn staat, dan mag een kunstpaus nog beweren “dat over die lijn heel goed is nagedacht”, ik heb gewoon mijn twijfels of daarvan nog een substantiële boodschap kan uitgaan. Maar het fenomeen beperkt zich natuurlijk niet tot de kunst. Het uit zich in het volledig spectrum van onze cultuur, van wetenschap tot en met media en politiek debat.

Zo kan het dan vandaag gebeuren dat een doctor in de fysica zegt dat “over de oorzaken van de klimaatverandering niet meer gediscussieerd moet worden: dat thema is afgesloten”. Wat hij daarmee bedoelt is dat een meerderheid binnen een heel kleine en selecte kaste daarover een wetenschappelijk meer dan discutabele postmoderne consensus heeft bereikt. Nu mag daar niet meer over nagedacht worden, want dat stoort de dadendrang van het elitair clubje. Daarmee hebben we natuurlijk een probleem van intimiderende complexiteit weg gereduceerd. Een flink stuk van de realiteit dat voor de grote meerderheid totaal ontoegankelijk is wordt door een simpele ‘politiek correcte waarheid’ gewoon ‘doodgeslagen’. Daardoor wordt een beduidend vereenvoudigd wereldbeeld voorgespiegeld. Het is echter wel dermate vereenvoudigd dat het ronduit vervalst is. Maar dat stoort de een al meer dan de ander. Voor de extreme minimalist is eenvoud alles. Wellicht speelt ook luiheid, een machtige menselijke drijfveer, hier een rol.

Religies hebben altijd op die manier gewerkt, maar vroeger hadden we minstens het fatsoen zoiets een ‘dogma’ te noemen: dan wist iedereen waar we mee bezig waren! De bewering van onze ‘welmenende’ progressieven dat de moderne mens in staat is religie te overstijgen is eigenlijk een fenomenale grap. De religies veranderen enkel van naam. Maar bijna niemand begrijpt de mop, en dus wordt er relatief weinig gelachen.

Bij onze ‘politiek correcte’ verkortingen gaat het bijna altijd om moraal, om het oeroude probleem goed van kwaad te onderscheiden. Vroegere religies maakten het beduidend minder gemakkelijk. De katholieke Kerk heeft altijd gezegd dat het de plicht en de verantwoordelijkheid van de gelovige was zijn geweten te vormen. Dat betekent dat van het individu een inspanning werd verwacht om kennis over goed en kwaad te verwerven. Daarbij werd natuurlijk hoofdzakelijk naar de katholieke doctrine verwezen.

De moderne laïcistische kerk vraagt van haar gelovigen minder inzet. Een kleine, elitaire minderheid, door ons noch verkozen noch op enige andere manier gemandateerd, vertelt ons via de door ons gefinancierde media wat goed en kwaad is. De media zien geen behoefte meer ons te informeren, ze concentreren zich op hun – door niemand gevraagde – ‘opvoedende’ taak. Ze maken ons duidelijk wat juist is en wat verkeerd. We hoeven dat alleen maar kritiekloos te verinnerlijken. Dan mogen we in een eenvoudige, transparante wereld binnen treden. Een eigen kritische benadering is totaal overbodig. Er zijn overigens ernstige twijfels of wij daartoe in staat zijn. Dat laatste dacht ook de katholieke Kerk vroeger. Ik zegde het toch al: enkel de naam van de religie verandert.

Het resultaat is een duidelijk vereenvoudigde wereld. Door haar eenvoud is die natuurlijk noodgedwongen ook zeer gepolariseerd en vol schrille, schreeuwerige contrasten. Ze bestaat eigenlijk nog enkel uit contrast. De nieuwe ‘waarheden’ zijn vrij talrijk maar duidelijk:

  • Conservatief is slecht, progressief is goed.

  • Katholicisme is slecht, de Islam is goed.

  • Assad is slecht, de opstandelingen zijn goed.

  • Al-Sisi is slecht, Morsi is goed.

  • Putin is slecht, Joelia Tymosjenko is goed.

  • Franciscus is goed, Benedictus slecht.

  • Groen is goed, de industrie is slecht.

  • Palestijnen zijn goed, Israel slecht.

  • Een vegie ovenschotel is goed, vlees is slecht.

  • Het VB is slecht, multikulti is goed.

Natuurlijk zijn er ook mensen die dat allemaal omgekeerd zien, maar die zijn even absoluut zeker.

Niets is tegenwoordig nog gewoon verkeerd. De dingen die we verwerpen zijn absoluut, afschuwelijk afgronddiep slecht. Het goede echter is boven iedere verdenking verheven. Voor nuances is geen plaats meer. De gelaïciseerde kinderen van de verlichting staan permanent klaar voor de jihad, voor de heilige oorlog, als die tenminste niet met fysiek gevaar of andere ongemakken verbonden is.

Ik denk met weemoed terug aan het ‘Talmoedische’ denken van Tevje, de melkboer uit die prachtige musical ‘Anatevka’. Bij zijn occasionele gesprekken met God argumenteert Tevje altijd ‘van de ene kant’, maar dan ook ‘van de andere kant’. Wij kennen geen ‘andere kant’ meer: we zijn hem kwijt. Ik denk zelfs dat we hem gewoon weggegooid hebben. En toch blijven we onszelf pluralistisch noemen!

Dat verarmt en verschraalt onze wereld. Het beetje debatcultuur dat we ooit hadden is verdwenen. Er is geen titanische botsing der ideeën meer. Ideeën die ons niet bevallen, zwijgen we gewoon dood: we gaan er niet mee in discussie. Indien iemand onze taboes doorbreekt, wordt hij getroffen door de banvloek van de laïcistische kerk. Zogebeurd met de Strangers (die ik niet mag) nadat ze het bestaan hadden op een feestje van het VB (dat ik eveneens niet mag) op te treden. Als ons groot gelijk botst met de realiteit – wat nogal eens gebeurt – moet de realiteit wijken. We verkopen louter schilderijen met één lijn, wit-zwart en dat in meerdere betekenissen. Er is geen ontsnappen aan. Om jezelf daar tegen af te schermen moet je de hele dag op je tippen lopen, en wie kan dat volhouden?

Er ontstaat weerstand, onder anderen in Frankrijk. Onlangs verscheen in ‘La libre Belgique’ een interview met Elisabeth Lévy, journaliste en hoofdredactrice van het tijdschrift ‘Causeur’ dat pluralistisch debat hoog in het vaandel draagt. Over de ‘weldenkendheid’, de ‘bien pensance’, zegde ze het volgende:

Je n’aime pas cette catégorie et il me semble très dangereux d’en faire une boussole. Je dirais plutôt que nous sommes confrontés à une forme de déni du réel : si la réalité ne se conforme pas au récit irénique concocté et propagé par le "parti de demain", changeons la réalité.

Misschien is er nog hoop.

Dwarsligger