Wat als God (niet) dood is

DALLE 2024 05 14 22.40.21 tombstone God vacancyOp Paaszondag schreef Dr Frank Boll een tekst om even bij stil te staan onder de titel: Wat als God dood is . Gastauteur Jean Bauweraerts was sterk geboeid door de tekst en wou de auteur samen met onze lezers confronteren met zijn bedenkingen. 

Voor wie de tekst uit het paasnummer niet meer bij de hand hebben, het gaat over Dr frank Boll zijn filosofisch essay. Dat begint bij Nietzsche (God is dood) om dan bij Voltaire in de verlichting te komen met als kernvraag: Als de Verlichting de plaats van God inneemt, wat zijn dan de consequenties. Om dan verder via de Tocqueville, Sartre en uiteindelijk de geestelijke vader van Father Brown, de schrijver Chesterton, de kernvraag te laten beantwoorden.

Wat als God (niet) dood is

Ik deel met de auteur de vaststelling dat het met de waarden en normen in de huidige wereld beter kan. Dalende economische groei, fiscale deficits, schuldgraad, criminaliteit, georganiseerde misdaad, burn-outs, langdurig zieken, achteruitgang van het onderwijs, en het gebruik van tranquillizers en drugs, zijn tekenen aan de wand.

De vaststelling dat de achteruitgang van het geloof hiermee aan de basis ligt omdat voor de goddeloze mens – die niet meer gelooft maar eender wat gelooft – alles twijfelachtig en onzeker is in de morele wereld, waardoor hij zich niet meer kan inzetten voor grootse dingen, deel ik niet. Maar laat ons de koe bij de horens vatten. God - mocht er iets goddelijks bestaan - is niet dood. Hooguit is er een bepaald godsbeeld, dat in het westen grote opgang maakte, sterk en snel op zijn retour.

De verlichting en God laten duelleren om de hoogste plaats van waarop ons wereldbeeld dient te worden gestoeld, impliceert nog sterker dat het gaat om een westers godsbeeld, in casu de christelijke god, en een westers verlichtingsideaal. Het eerste was nauwelijks een goede 15 eeuwen hier mainstream en het andere nauwelijks enkele eeuwen. Dat reduceert de tekst tot een vaststelling gebonden aan tijd en plaats. Hij kan dus moeilijk uitspraken over de algemene menselijke aard nastreven terwijl de geschetste negatieve spiraal wel overal speelt. Dat wil ik, mezelf duidend als religieuze atheïst, toch duidelijk stellen.

Ik kan begrijpen dat sommige mensen hoop kunnen zoeken in onzekere beloftes. Maar ik ben er niet van overtuigd dat voor wie niet in die hoop geloven, alles in de morele wereld twijfelachtig en onzeker is. Wel integendeel! Het voorbeeld van China duidt anders. Het begrip God, meer nog een hoopgevende God zoals wij die kennen, werd pas in China geïntroduceerd rond het jaar 1600 door de Jezuïeten. Nochtans was China toen vermoedelijk de sterkste en meest ontwikkelde samenleving. Noch het Confucianisme, noch het Taoïsme bieden enige hoop in de zin zoals hier bedoeld. En ook het ingevoerde Boeddhisme, in zijn zuivere vorm van no-self, biedt geen persoonlijke hoop. Al heeft de mens die wil hopen daar wel achterpoortjes voor gevonden. Al deze filosofische systemen bieden wel zekerheid, houvast en een strikt moreel kompas.

De Griekse, Romeinse, Christelijke en niet te vergeten ook Joodse waarden, die ‘onze’ Christelijke waarden zouden zijn, dienen bij hun ware naam te worden genoemd. Het zijn algemene, universele, diepmenselijke waarden die in elke cultuur een andere invulling krijgen, een eenheid in verscheidenheid. Er zijn dus geen zuiver Christelijke waarden en het drama is dat de Christelijke kerken deze waarden gekaapt en zich toegeëigend hebben. Met als gevolg dat, nu het Christendom hier ten onder gaat, het deze waarden met zich dreigt mee te sleuren en de modale mens die houvast zoekt verweesd dreigt achter te laten.

Gaan basiswaarden – zoals geponeerd in het artikel -  écht voor de bijl? Zijn vrije wil en eigen verantwoordelijkheid er niet beter aan toe dan pakweg in 1954. Toen de bisschop vanaf de kansel liet verbieden op de brave Volksunie te stemmen? Waar was mijn vrije wil als jonge knaap toen ik op straat niet mocht spelen met kindjes waarvan de ouders niet naar de mis gingen? Het gezin, in al zijn vormen, blijft een hoeksteen van de samenleving en bij de meeste mensen staan arbeidsethos en spaarneiging voor de toekomst nog steeds voorop. Over een goed werkende democratie maak ik me wat meer zorgen.

Natuurlijk zijn we als mens de vrucht van het verleden en moeten we op de schouders van grote voorgangers staan om naar onze toekomst te gaan. We moeten de ogen open houden en leren van de fouten uit het verleden. Die zijn helaas in grote mate terug te voeren zijn tot ideologieën die in hun doorslaande verdwazing ontaardden in totalitaire regimes die vrijheid, vrede, hoop en vooruitgang altijd beknotten. Tot eer en glorie van een top, daarin gesteund door vele goed menende mensen die totaal misleid zijn en die ‘geloven’ hun best te doen in het systeem dat ze draaiende houden.

Het is overduidelijk dat vele gelovigen, ook de vele ‘bedienaars’ van de eredienst, op alle niveaus merkwaardig goed werk hebben geleverd over de eeuwen heen, gedreven door de universele menselijke waarden die ze in zich hadden en hebben. Maar het is even duidelijk dat echte machthebbers zich, ook nu nog, in de slangenkuil van het Vaticaan, zich meer bedienen van hun God dan ze hem dienen. Wanneer enkelen God – voor mij een godsbeeld – proberen te doden dan is het duidelijk waar ze zich bevinden. De kerk, en bij uitbreiding elke geloofsoverheid van welk georganiseerd geloof ook, is als menselijk instituut, gedoemd om naar macht te streven en te ontsporen. Ze hebben in geen geval het recht om uit naam van een ‘God’ mensen in het gareel te houden met de wortel van een eeuwigdurende hoop. n laat ons wel wezen, totalitaire systemen, of ze nu seculier of godsdienstig van aard zijn, hebben nog nooit veel goeds gebracht voor de mensheid of voor de onderworpenen aan die systemen. De Sjiietische theocratie van Iran is daar een schoolvoorbeeld van. Hoe verwerpelijk de inlijving van Tibet bij China ook was, de zo geroemde Dalai Lama, als leider van de Gelugpa sekte, was uiteindelijk de wereldlijke leider van een gesloten theocratie. De Islam tenslotte is de enige godsdienst die in haar goddelijk rechtssysteem de doodstraf stelt op afvalligheid. Ook de paus bezit bij uitstek alle macht die de totalitaire leider kenmerkt. Hij verenigt in zich de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in één persoon.

Ik ben oud genoeg om nog de triomferende kerk van de jaren 50 te hebben meegemaakt en nog jong genoeg om een terugkeer van zo iets met alle kracht te bestrijden. De inquisitie en de godsdienstoorlogen heb ik gelukkig gemist. Nogmaals, vele gelovigen hebben in de loop der tijden vanuit hun diepmenselijke eigenschappen merkwaardig goed werk geleverd en onze beschaving naar een hoger peil getild. Maar we mogen niet de ogen niet sluiten voor de vele, ook goede, gelovigen die in naam van God, in de geest van de tijd en gedreven door de wil van de machtshebbers, onnoemelijk veel leed en kwaadheid over de wereld hebben uitgestort. En het baat niet te zeggen dat het andere tijden waren. Het was dezelfde ‘god’ en mensen die zich van hem bedienden. Uitspattingen zoals deze die recent de kerk teisterden laat ik hierbij buiten beschouwing, niet omdat ze niet belangrijk zijn maar omdat die zaken overal voorkomen. En toch kan ook hier de falende rol van de kerkelijke overheden niet onbesproken blijven.

U schrijft, of laat Chesterton zeggen: “Wanneer mensen ervoor gekozen hebben niet meer in God te geloven, dan wil dat niet zeggen dat ze in niets meer geloven. Maar het betekent wel dat ze dan in staat zijn eender wat te geloven.” Kan u eens duidelijk maken wat het verschil is in geloven in Christus, in Allah, in Shiva, het spaghetti monster of “eender wat’. Geloven – niet weten – staat tegenover weten. En zo zijn we terug bij de Verlichting waar weten, of de drang daartoe, zijn rechtmatig primaat heeft veroverd.

Het staat iedereen vrij te geloven in een leven na de dood of niet, in reïncarnatie of niet, in wedergeboorte of niet of gewoon in een uniek leven. Dat is perfect evenwaardig.

Het is ook prachtig dat je vanuit een geloof de algemene menselijke waarden - die je al bezit – omarmt en vanuit je inspiratie tot grote hoogtes duwt. Maar het is niet juist vanuit die visie inherent niet-gelovigen die menselijke waardes niet toe te kennen. Het is dan ook volkomen onjuist wie ‘niet meer geloven’ maar ‘in iets anders geloven’ als reddeloos verloren te beschouwen. Deze God – of beter dit godsbeeld – heeft zijn bestaansrecht verkwanseld. Goden blijken zo sterfelijk en gaan na een aantal eeuwen ten gronde om weer in andere ‘niet weten’ gedaantes te herrijzen.

Gelukkig zie ik nog spirituele hoop voor de mensheid na een verder instorten van elk geloof in elk mogelijk godsbeeld in een verre toekomst. Die hoop is nu reeds zichtbaar. Meer nog, die hoop is altijd al zichtbaar geweest en omwille van die zichtbaarheid altijd al vervolgd geweest in die kerkinstituten die geloven verwarren met weten, inzonderheid in de woestijngodsdiensten. Ik heb het nu over de mystici die altijd uit de band springen, buiten de heersende doctrines, en daarom een doorn in het oog van de geestelijke machthebbers waren. Voor zo ver ze al niet vervolgd werden. Kerken zijn instituten die aan de oppervlakte werken aan hun macht. Noch min nog meer. Mystici werken in de diepte en vinden elkaar daar perfect in die diepte. Wanneer bijvoorbeeld Meister Eckhart schrijft ‘God is niets’ dan verwoordt hij in één zin de Sunyata waarvoor de grote Nagarjuna zijn ganse Mula-Madhyamaka-karika, de basisverzen van de leer van het midden, nodig had. En ik ben er zeker van dat de grote soefi’s zich daar moeiteloos bij aansluiten.

Mystiek, dikwijls een duister gegeven, is in wezen glashelder. De mens werkt in zijn algemeenheid op twee grote assen. Op de rationele as is alles gericht op weten. Een zoektocht naar de waarheid. Op zijn emotionele as komt de spirituele kant van de zoekende mens op het pad van de mystiek. Een zoektocht naar waarachtigheid. Mystiek, volledig op de emotionele as gelegen, berust niet op kennis, maar zuiver op de ervaring. Iedereen kan schilderen, niet iedereen is een Rubens. Zo ook is iedereen een mysticus, iedereen op zijn niveau. Elke authentieke religieuze ervaring  is mystiek. Het is dat wat Heidegger ‘Eigenlichkeit’ noemt, datgene wat ons eigen is en niet wordt opgedrongen.

En nu komen we waar we wezen moeten.

Het Nederlands is een rijke taal en we hebben twee woorden die we soms met elkaar verwarren maar die totaal iets anders uitdrukken. Ik heb het over geloof en religie. In mijn bevinding leidt georganiseerd geloof altijd tot een instituut dat werkt aan de oppervlakte en dat streeft naar macht. Het is uiteindelijk iets wat de mensheid verdeelt, mensen tegenover elkaar plaatst en/of geestelijk onderdrukt wanneer het macht heeft. Religie daarentegen – afgeleid van religiare – is datgene wat mensen verbindt.

Voor iedere wetenschapper, of gewoon voor iedereen die nadenkt en ooit verwonderd naar de kosmos kijkt is het overduidelijk. Er is een ongelooflijk Bestaansmysterie. Een mysterie waarvoor we allemaal diep het hoofd buigen. Maar laat het Mysterie een mysterie. Ontheilig het niet door het te benoemen. Maak het niet belachelijk door het (menselijke) eigenschappen te geven en in beelden te gieten. En vanuit dat bestaansmysterie kunnen we de oppervlakte van het ‘geloof’ verlaten en beginnen graven in de diepte. Ieder op zijn niveau. Graven in de diepte is graven in zichzelf, we zijn deel van dat mysterie en binnen onszelf is de enige plaats waar we contact hebben met dat de volheid van dat mysterie. Daar ligt een universele religie waar mensen elkaar herkennen en erkennen.

Deze verbinding via het Bestaansmysterie en daardoor met de gehele mensheid en met al wat is,  is – mijn inziens  – een veilige schoot om in te wonen. Het mysterie levert ons de basis van een universele religie waarbij het mysterie zijn volheid behoudt en de mens zal inspireren tot grootse daden in verbinding met de andere, het andere en het gans Andere ver weg van tijdelijke godsbeelden. God – voor de liefhebbers – moet niet sterven. Hij/zij/het mag alleen geen naam krijgen om zodoende de mens de kans te ontnemen het Mysterie te misbruiken.

Wie weet het echt¸ Wie kan hierover spreken?

Van waar komt Het voort? Waaruit is het geschapen?

Later pas werden de goden geboren.

Wie kan dus weten van waar Het komt?

 

Van waar is deze schepping gekomen?

Zichzelf scheppend of ook weer niet?

Weet alleen Hij die in de hoogste hemelen alles overziet?

Of weet ook hij het niet?

 

((Uit de Rigveda hymne X, 129)

1500-1200 voor Christus