Flag of the Flemish Community CommissionDe nieuwe Vlaamse minister voor cultuur moet de knip op de beurs houden. Even nadenken over het cultuurbudget en de bedoeling van subsidies kan dus geen kwaad.

 

Jose Saramago, de auteur van ‘De Stad der Blinden’, is enkele jaren geleden overleden. Een fenomenale auteur en een monumentale roman! In die stad was er één vrouw die nog kon zien. jose saramago 0Dat deed me denken aan Annie MG Schmidt, ook zo’n vrouw die ziende onder de blinden leefde. Voor schrijvers van kinderboeken moet je altijd opletten. Ze weten vaak meer over de roerselen van de menselijke ziel dan ons lief is. In verband met dit onderwerp dacht ik aan haar kostelijk gedichtje ‘de snob’, omdat het ons Vlaams cultuurlandschap zo treffend beschrijft. Raar maar waar: dat doet ‘De Stad der Blinden’ ook!

Nu is 'cultuurlandschap' misschien een beetje overdreven. We denken natuurlijk wel dat we er een hebben, en een landschap hebben we alvast. Wij Vlamingen zijn grote, stoutmoedige denkers. Geen gedachte is ons te onverschrokken. We denken zelfs dat we goede voetballers hebben. Waarom zou dat dan bij cultuur en wetenschap anders zijn? Dus we doen alsof! We hebben elkaar nu al zo lang en zo luid verteld dat we op wereldniveau staan dat we het zeker weten; alleen geopolitieke machinaties hebben Hugo Claus van de Nobelprijs kunnen weghouden. Ik kan mij aan die deugddoende nationale verontwaardiging niet laven. Ik heb namelijk iets doms gedaan; ik heb Saramago en zijn collega’s gelezen, en meestal in de oorspronkelijke taal. Maar een paar spelbedervers zoals ik kunnen het feest natuurlijk niet bederven; het gaat met onverminderd enthousiasme verder. Zie Annie MG Schmidt. De ‘stad der blinden’ dus.

Tegen heel die bedoening is nu helemaal niets in te brengen. Het is een onschuldig tijdverdrijf; er zijn zelden incidenten met hooligans. Indien mensen daar nu hun geld aan willen uitgeven, dan zijn ze toch even respectabel als hun buurman die het in een modelspoorbaantje steekt.

Maar er is een klein probleempje. Het is namelijk niet HUN geld dat ze voor hun hobby zo genereus uitstrooien, maar het ONZE! Nu gaat het hier niet over een peulschil. Het is niet zo gemakkelijk precieze gegevens te vinden, op zich ook al alarmerend, maar 850 miljoen per jaar voor het Vlaams cultuurbudget is zeker geen slechte schatting. Dat lijkt veel, maar we hebben natuurlijk een groot en rijk patrimonium geërfd dat we voor de toekomst moeten bewaren en onderhouden. Er zijn bovendien conservatoria, academiën, orkesten, toneelgezelschappen, en volkshogescholen die we niet willen zien verdwijnen, ook dan niet als we eerlijk toegeven dat ze niet – of toch zeker niet allemaal – op wereldniveau staan. Lokale inspanningen van amateurs in muziek en theater verdienen wellicht nog veel meer ondersteuning dan ze vandaag krijgen.

Cultuur is niet goedkoop, maar ze mag zelfs in crisistijden iets kosten, alleszins voor een volk dat beschaving ambieert. De resultaten van die inspanning zijn te zien. De toestand van ons patrimonium is onvergelijkbaar veel beter dan een halve eeuw geleden.

Er zijn aan dit lovenswaardig verhaal jammer genoeg ook ander kantjes. Er worden voor ‘de stad der blinden’ nogal wat dure verrekijkers gekocht! Boze tongen beweren dat in Vlaanderen 62 auteurs voltijds van subsidies leven. Je zou denken dat daar toch wel een fenomenaal oeuvre uit moet voortkomen. Kennelijk zijn we zo bang voor plagiaat dat we die verzameling meesterwerken zorgvuldig geheim houden. Er zijn zwaar gesubsidieerde theaters die zo elitair zijn dat het volk er ook met militair geweld niet binnen te drijven is. Er worden hespen aan palen genageld, spijsverteringsmachines gebouwd en mosselpotten aangekocht.JipJanneke Westendorp voor Annie MG Schmidt Waalkade Zaltbommel

Dat alles voor een geëxalteerd select publiek, zoals door Annie MG Schmidt treffend beschreven, en voor niet minder geëxalteerde prijzen. Om overduidelijke redenen is niet geweten over welk deel van het budget we het hier hebben. Het ligt echter gegarandeerd in de grootteorde van de omzet van een flink aanzienlijke firma. We kunnen, voor dit deel van de operatie, terecht over een cultuurindustrie spreken. We vinden alle elementen terug: markten, merken, reclame, managers, consultants en spindokters. Alleen de beurs ontbreekt vooralsnog. Natuurlijk kan de minister dat allemaal niet overzien en regelen. Hij of zij wordt daarbij geholpen door een uitgebreid netwerk van experts, die als voornaamste kwalificatie ‘ons kent ons’ hebben. Dat kennen we van ieder terrein waar ooit het woord subsidie valt, ook bij de ondernemingen en universiteiten.

Voornoemd netwerk heeft zijn tentakels diep in de media. Daardoor is de propaganda (het is soms zo grof dat ik hier zelfs niet meer neerbuigend van publiciteit wil spreken) meteen geregeld. Dit wereldje is merkwaardig gesloten. Een hermetische barrière, een soort cordon sanitaire (excusez le mot), zorgt ervoor dat geen enkele vorm van osmose tussen het volk en de cultuurelite mogelijk is. Ons miniuniversum is volledig autonoom. Het heeft de buitenwereld niet nodig, met uitzondering dan van de regelmatige geldinjecties, want daarvan is het even afhankelijk als een heroïneverslaafde. Het heeft ondertussen in zijn vrije val het culturele plebs – en daar reken ik mijzelf ook toe – mijlenver achter zich gelaten. Dat is een beetje merkwaardig in middens waar de roep naar ‘democratische controle en legitimatie’ niet uit de lucht is.

Men moet toch niet bijzonder wantrouwig zijn om hier een gigantische verspilling van overheidsgelden te vermoeden.

Maar hoe nijpend de financiële klem ook is, ik heb het hier nog niet eens in de eerste plaats over verkwisting. Ik maak er me nog meer zorgen over dat die geldzegen ook desastreuze gevolgen voor de kwaliteit van onze cultuurproductie heeft. Even een voorbeeldje. Enige tijd geleden was er een rel rond een zekere Jan Harynck. Dat is een van onze jonge beloftevolle auteurs. Hij is gemakkelijk herkenbaar doordat hij iedere gesproken zin met ‘hoi’ begint. Die mijnheer had dus het plan opgevat om een biografie over Jan Hoet te schrijven. Zou je denken: dan moet hij dat toch maar doen! Maar zo gaat dat hier niet meer. Hij wilde zijn ‘project’ bij voorbaat gesubsidieerd weten.

Dat voornemen werd door de betreffende commissie niet gevolgd, met het belachelijk argument dat de heer Hoet nog niet overleden was. Toegegeven, dat was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Waarop de heer Harynck, benadeeld en verongelijkt, een woeste campagne begon. Ik, in mijn grenzeloze oubollige naïviteit, kon alleen maar denken dat een auteur die geld wil zien alvorens naar zijn pen te grijpen, onmogelijk een brandende behoefte kan voelen om de wereld zijn belangrijke boodschap mee te delen! Dus we dalen af tot het niveau van onze nationale competentie: doen alsof voor de centjes!

Nu moeten wij sparen. Dat is niet alleen een probleem, maar ook een kans. We moeten er het mes wel in zetten. We zouden echter bij die gelegenheid ook selectief, maar drastisch de maden uit het spek kunnen snijden in plaats van met de gebruikelijke kaasschaaf overal 5 % weg te nemen. Ik vraag me af waarop mijnheer de minister nog wacht. Toch hopelijk niet op de toestemming van die gigantische lobby? Die gaat in ieder geval verontwaardigd schreeuwen dat het hier om een rechtse samenzwering tegen progressieve kunst gaat. Maar mensen, gaan we alles wat onzinnig, verspillend en wansmakelijk is, iedere vorm van ordinair intellectueel vandalisme dus, in het vervolg als progressief declareren?

Is er dan geen enkele echte socialist meer over om er verontwaardigd tegen te protesteren dat zijn nobele rode vlag door de bourgeoisie gestolen en op een mestvaalt geplant is? Het nogal hautaine en zelfvoldane dreigement dat onze cultuur terug naar de parochiezalen verbannen zou kunnen worden maakt op mij ook weinig indruk. Ik heb ooit in groezelige parochiezalen uitstekend theater gezien, en in vet, lui en zat gesubsidieerde overheidsinstellingen heel slecht. Misschien is heel dat gedoe om ‘progressieve kunst’ ook niet meer dan een rondje schaduwboksen dat geen ernstige doorlichting overleeft.

Zou het kunnen dat de problemen en afwijkingen die Theodore Dalrymple met zijn vlijmscherp analytisch scalpel in de maatschappij blootlegt ook in de tempels der cultuur vaste voet gekregen hebben? Misschien zie ik dat allemaal wel te pessimistisch, maar even kritisch nadenken kan echt geen kwaad! In vroegere tijden deden de progressieven dat af en toe.

Dwarsligger