Print

Tom LanoyeKunstenaars zijn handelaars. Dat ze hun waar proberen te slijten is normaal. Dat ze dat doen door hun eigen gemeenschap te schofferen is populistische prostitutie. Maar vele kunstenaars leven van prostitutie

 

Tom Lanoye breekt door in Franstalig België, met zijn boek ‘De kartonnen dozen’ uit 1991. Het weze hem, kleine middenstander, gegund. Dat dit zolang geduurd heeft wijt hij aan de politieke situatie in Vlaanderen. Precies alsof het de Vlamingen zijn die een vertaling van zijn werk in de weg stonden, meer nog: dat het de fout was van de door hem verafschuwde Vlaams-nationalisten. Die hebben om te beginnen nooit anders dan een minderheidsrol gespeeld in het Vlaamse parlement en in de Vlaamse regering, en bovendien zaten van 1999 tot 2004 de door Lanoye zo geliefde groenen mee in die regering. Wat het departement Cultuur betreft, dat was acht jaar lang in handen van het Lanoye-vriendje Bert Anciaux (1999-2002; 2004-2009).

Wat de politiek ermee te maken heeft, blijkt overigens uit de oplossing die Lanoye voor deze trieste toestand heeft. Zoals het hoort voor een linkse kunstenaar hengelt hij om subsidies. Hij wil een fonds dat de vertaling betaalt van literaire prestaties van de ene landstaal naar de andere. Liever dan zelf te investeren in een vertaling, zoals men van een handelaar mag verwachten,  wil hij de kosten afwentelen op de gemeenschap. Origineel is het natuurlijk niet, wel dat hij de schuld van het ontbreken van zulk een fonds in de schoenen schuift van degenen die daar niets over te zeggen hadden (en die hem daarin misschien wel zouden steunen, omdat zij belang hechten aan de uitstraling van onze cultuur). En ook dat hij zo zijn eigen politieke vriendjes uit de wind zet.

Hij hekelt vooral het beleid van ‘zijn’ burgemeester Bart De Wever en brengt twee argumenten aan: (1) het schrappen van subsidies aan culturele verenigingen. Hij kiest als voorbeeld het theatergezelschap Tutti Fratelli dat arme mensen betrekt en voordien 7.000 euro van de stad kreeg. Nu niets meer. Wie de site van het gezelschap bezoekt, stelt vast dat ze er bijna trots op zijn hoe weinig mensen ze bereiken. Moeten ze daarvoor geld krijgen? We weten het niet, stellen evenwel vast dat ze de volgende vier jaar nog steeds 53.750 euro per jaar van de Vlaamse gemeenschap ontvangen. Blijkbaar om amper iemand te bereiken. Faut le faire. Dat Lanoye overigens de Vlaamse Opera – die 100.000 euro moet inleveren – niet uitspeelt, is begrijpelijk. De Opera staat immers bekend als een elitair gebeuren. Dat hij niet zegt dat de zaal Roma 37.000 euro erbij krijgt, is ook logisch. Roma bereikt immers wel mensen uit alle lagen van de bevolking, en met succes. Maar succes hebben, mag natuurlijk niet. Behalve uiteraard als het Lanoye zelf is.

En (2) hij bekritiseert dat de burgemeester, in tijden van schaarste, het budget voor het Vlaams nationalistisch feest gevoelig verhoogde (considérablement), waarmee hij de Vlaamse feestdag op 11 juli bedoelt. Hij vermeldt echter geen cijfer. Wat is ‘considérablement’? Dat die Vlaamse feestdag overigens ingevoerd werd door de ‘traditionele partijen’ op het moment dat N-VA niet eens bestond, is hij blijkbaar vergeten. Ook weet hij niet meer dat het indertijd Steve Stevaert was - toch geen vijand van Lanoye, dachten wij - die voorstelde om subsidies uit te keren voor wijkfeesten die op die dag zouden plaatsvinden.

Maar wat hij vooral niet begrijpt, is dat de stad waar hij de helft van het jaar vertoeft, in trieste papieren zit na het bewind van Patrick Janssens, de tragische held van zijn achterban. De stadskas is niet leeg, nee, maar de druk die op de stad weegt is enorm, omdat zij een aanzuigfunctie heeft op alle geïmporteerde miserie die zich in ons land opstapelt. Vreemdelingen zonder middelen van bestaan die hier, terecht of onterecht, hun toevlucht zoeken, willen niet ergens geïsoleerd in een plattelandsgemeente leven, zij willen in getto’s met lotgenoten vertoeven. Die getto’s vormen zich in de centrumsteden, wat Vlaanderen betreft vooral in Antwerpen (en Gent, dat zich, dankzij Daniel Termont, gespecialiseerd heeft in Roma-zigeuners).

Lanoye die indertijd zo zwaar doorwoog op Agalev dat hij het via Humo moreel verplichtte om Patsy Sörensen te omarmen en zijn lijsten te vullen met gewezen trotskisten, zou daar wel eens een oplossing voor aan mogen reiken. Het kan toch niet anders of in het multiculturele Zuid-Afrika heeft hij enige inspiratie opgedaan? Of gaat hij daar dan toch alleen maar heen om temidden de miserie een elitair bestaan te leiden, en zijn opbrengsten uit te rekenen, die hij te beroerd is om zelf in vertalingen van zijn werk te investeren?

Dwarsligger & Eddy Daniels .

La  Libre Belgique (online 03/08): een interview met Tom Lanoye.