Print
Hits: 132
 
Pjotrs Dwarsliggers Nieuwsbrief                                   04 maart 2021
nr155
 
 
 
 

Kroniek van een aangekondigd politiek falen
 
 
 
Waarde lezers,

Snakt U ook naar nieuws over iets anders dan corona? Hier komt het.
 
U zal zich ongetwijfeld nog de mislukte aankoop van de FYRA-treinen herinneren. Deze cartoon spreekt voor zich:
 
 
 
 
Wellicht hoorde u ook over het financieel debacle van de nieuwe Flughafen Berlin Brandenburg waarvan de bouw startte in 2006 en pas open ging in november vorig jaar, na een bijkomende injectie van 80 miljoen euro.

Dat zijn maar twee voorbeelden uit een aangroeiend lijstje van meestal indrukwekkende projecten die hun beloften niet kunnen waarmaken of financieel uit de hand lopen. Voor de Belgische blunders verwijzen we naar het jaarlijks ‘Blunderboek’ van het Rekenhof'.

Nu staat vast dat ook het Amerikaanse Joint Strike Fighter project van Lockheed Martin thuis hoort in die rij van miskleunen. Ditmaal gaat het zowel om onopgeloste technische problemen na bijna twintig jaar ontwikkeling als over onbetaalbare tewerkstellingskosten.
 
 
 
 
In een druk gelezen commentaar (VRT News 25/10/2018) die verscheen net voor de beslissing van de Belgische regering om de F-16 te vervangen door de Amerikaanse F-35A kan u lezen hoe deze voorbarige keuze mogelijk was. Zowel de regering als het parlement schoten te kort in het uitoefenen van hun verantwoordelijkheden.

Wat u hieronder leest is daarom géén militaire aangelegenheid. Het is een voorbeeld van wat we in ons jaaroverzicht 2020 één van de hoofdzonden noemden van de Westerse cultuur: internationale organisaties en regeringen die schulden maken om te kunnen gooien met geld (subsidies) zónder een resultaatsverbintenis te eisen én subsidieverslaafde wetenschappelijke en industriële spelers die zich rijk maken met dit gemakkelijk gewonnen geld. Hierbij worden ze soms geholpen door gepolitiseerde (partijpolitieke) of corporatistische ambtenaren die de eretitel van ‘Civil Servant’ onwaardig zijn.

Waarde lezers,
Na het lezen van onderstaande bijdrage zal u wellicht denken aan de grote maatschappelijke uitdagingen waar we hier én nu voor staan en waarvan de irrationele aanpak op zijn minst heel terechte vragen oproept.


Wat er gebeurt als men defensie en industrie de vrije teugel laat
 
 
Inleiding
 

Kent u deze cartoon uit de wereld van het IT projectmanagement?
 
 
 
Het is een klassiek voorbeeld van wat er zoal mis kan gaan als nergens in een ontwerpproces iemand aanwezig is die zowel de behoeften van de klant begrijpt, dat belang laat prevaleren en de nodige inhoudelijke kennis bezit om het ontwerpproces vanuit dat oogpunt te sturen.

Men zou kunnen zeggen, dat bovenstaande cartoon de wordingsgeschiedenis schetst van de F-35 Lightning van Lockheed Martin.

Waar het meteen fout ging, was dat de aannemer – Lockheed Martin dus – van meet af aan de behoeften van de opdrachtgevers, de Amerikaanse strijdkrachten, niet begreep (of daar geen boodschap aan had) en in elk verzoek van de generaals een uitgelezen ‘business opportunity’ zag. Nog meer werk, nog meer geld, u vraagt en wij draaien, kassa!

Wat eveneens van meet af aan verkeerd ging, was dat niemand met verstand van zaken – en dat bedoel ik in de breedste zin van het woord – de regie voerde. Het Amerikaanse Congres, opeenvolgende regeringen, buitenlandse overheden die aan het programma deelnamen, generaals en piloten staarden zich blind op dit project dat simpelweg te goed was om waar te zijn.

Lockheed Martin beloofde een in alle opzichten superieur toestel: onzichtbaar voor de radar, dat alle deelnemende partijen gouden bergen zou opleveren en dat desondanks goedkoop in aanschaf en onderhoud zou zijn. En iedereen knikte gretig ja en amen.
 
 
Een dwaas stelt meer vragen dan duizend wijzen kunnen beantwoorden

Iedereen? Nee. Her en der stonden mensen op, die vervelende vragen begonnen te stellen. Mensen als Peter Goon (Aus), Johan Boeder (NL), Winslow T. Wheeler en Pierre Sprey, die destijds deel uitmaakten van de oorspronkelijke (Lightweight) Fighter Maffia,die aan de basis lag van succesvolle gevechtsvliegtuigen als de F-16 en F-18, die vonden dat de F-35 snel uitgroeide tot een “Jack of all trades and master of none” die bovendien te zwaar, te langzaam en bovenal te duur werd.
Ook de Amerikaanse rekenkamer, het US Government Accounting Office (US GAO) trok meermalen aan de bel, velde keer op keer een snoeihard oordeel (het programma vertoonde dezelfde trekken als met de F-22 Raptor; kosten liepen pijlsnel op, de planning werd telkenmale niet gehaald en ondanks beloften van de kant van Lockheed Martin bleven de prestaties van toestellen ver onder de maat en bleken technische onvolkomenheden bijzonder hardnekkig.
 
 
 
Maar een goede verkoper kent zijn klanten…

Er volgden weliswaar hoorzittingen in de Amerikaanse Senaat, maar de senatoren zaten er eigenlijk voor spek en bonen bij, hun oordeel lang geleden al gekocht door lobbyisten van Lockheed Martin, dat aanzienlijke donaties in de campagnekassen van senatoren of hun politieke partijen had gedaan en bovendien honderden tot duizenden banen beloofde in de staten die zij vertegenwoordigden; tegen alle principes van goed management werd het werk gespreid over zo maar 48 van de 50 staten! Van regie of toezicht was dan ook niet echt sprake.

Zelfs de directeur van het Pentagon zelf, die toezicht hield over tal van materieelprojecten en hun testprogramma’s, de Director Operational Testing and Evaluation (D-OTE), dr. Gilmore, vond geen gehoor in Washington toen hij jaren achtereen alarmerende feiten rapporteerde en strenge aanbevelingen deed.
President Donald Trump deed in 2016 een oppervlakkige poging voor de bühne om de prijs van het toestel omlaag te brengen. Hem werd toegestaan dat hij pronkte met andermans veren, maar er veranderde niets wezenlijks.

Op elke substantiële kritiek volgde steeds dezelfde volgorde van zetten:
 
  • Het toestel werd gepresenteerd als onverslaanbaar in elk scenario en als een enorme sprong voorwaarts;
  • Piloten werden naar voren geschoven die vertelden hoe geweldig het toestel was;
  • Critici werden weggezet als mensen die ofwel geen verstand van zaken hadden (omdat ze zelf geen piloot waren) of als vrekkige zeurpieten, die liever op de centjes letten dan de strijdkrachten te voorzien van het beste materieel dat geld kon kopen;
  • Overheidsinstanties die wel kritisch rapporteerden werden ietwat lacherig afgeschilderd als niet in staat om het gehele beeld te kunnen overzien (namelijk dat de Westerse wereld met dit wapen voor minstens vijftig jaar militair dominant zou blijven).
  •  
De goed-nieuws-show kon zo keer op keer om extra miljarden vragen, bondgenoten werden verzekerd dat er niets ernstigs aan de hand was en critici bleven roepend in de woestijn.
 
 
 
Inmiddels zwol ook de kritiek aan in landen die in de F-35 hadden geïnvesteerd en het toestel wilden kopen. De F-35 lobby, die daardoor een wereldwijd netwerk bezat, volgde min of meer dezelfde tactieken als de VS zelf. En het werd erger: militairen van deelnemende landen lieten zich als onbezoldigde verkopers inschakelen. Zo zag de Nederlandse bevelhebber der luchtstrijdkrachten er geen enkel bezwaar in, om het toestel in België aan de man te brengen. Want hoe meer zielen, hoe meer vreugd (lees vooral voor Nederland), nietwaar?

Het oneigenlijke motief dat door niemand werd uitgesproken, was dat hoe meer landen in het verkooppraatje trapten, hoe lager de prijs voor de eerdere afnemers zou worden. België besloot in 2019 zonder noemenswaardig debat 34 F-35’s aan te schaffen.
 
Zonder een fly-off, zonder ook maar ernstig naar de plus- en minpunten van andere toestellen te kijken. “Made in the USA” en het vooruitzicht deel uit te maken van een omvangrijke groep gebruikers – en dus een groot schaalvoordeel – waren voldoende. En bovendien, als zoveel andere bondgenoten besloten hadden het toestel aan te schaffen, dan was het immers onmogelijk dat men een kat in de zak kocht?
 
 
Knollen en citroenen

Wat menigeen niet zag en wat ook maar mondjesmaat in de vakpers doorsijpelde, was dat er binnen sommige Amerikaanse defensie onderdelen wel degelijk twijfel ontstond. De aanzwellende stroom van kritiek en negatieve rapporten van US GAO en D-OTE deden met name de admiraals van het Amerikaanse maritieme vliegwezen zich achter de oren krabben.

Ook werd gaandeweg duidelijk dat het toestel zijn technologische voorsprong verloor door de circa twintig jaar lange ontwikkeling die nog steeds niet afgerond werd.
Door een combinatie van ultra lage frequentie radars in de S- en C-band enerzijds en UHF/VHF radars anderzijds (zoals het Russische Nebo-M systeem dat meerdere radars omvat die in verschillende bandbreedten opereren kunnen de F-35s bij benadering worden gelokaliseerd (positie, koers, snelheid en hoogte). Dat is voldoende voor een oude beproefde praktijk van de luchtverdediging, het zogenaamde Ground Controlled Intercept (GCI), waarbij luchtverdedigingsjagers richting het doel gepraat worden door radaroperators en gevechtsleiders op de grond.
 
 
 
Het Russische NEBO-M radarsysteem met drie verschillende zoekradars
 

De F-35 waarvan de hittesignatuur veel zichtbaarder is dan bij voorbeeld de Rafale of zelfs de F-16, is goed waarneembaar door infrarood sensors (zogenaamde Infrared Search and Track, IRST). En dat maakt het toestel bijzonder kwetsbaar voor raketten met een infrarood zoeker (ook wel Imaging Infrared Seeker).

Voor deze bedreiging leunt de F-35 bijzonder zwaar op zogenaamde ‘enablers;’ sensoren aan boord van andere vliegtuigen, schepen en voertuigen ter land of tanker-vliegtuigen, waarmee raketten met lange dracht op afstand gehouden kunnen worden.
De conclusie is dat de F35 niet onoverwinnelijk is in een omgeving van state-of- the-art radars gecombineerd met raketten uitgerust met een infraroodzoeker.


Pentagon wordt wakker…

In een aantal recente publicaties geven de Amerikaanse staatssecretaris van de luchtmacht en de nieuwe bevelhebber van de Amerikaanse luchtmacht (USAF), generaal Brown, blijk van het besef dat de F-35 eigenlijk een mislukt project is dat bovendien als een koekoeksjong dreigt de Amerikaanse defensiebegroting van binnenuit op te vreten en andere projecten ‘uit het nest’ te drukken. 
 
 
 

Het voorstel ligt nu op tafel, om minder F-35’s aan te schaffen, minder met het toestel te vliegen en met het geld dat daardoor wordt bespaard een volkomen nieuw, lichtgewicht gevechtsvliegtuig te ontwikkelen om dat in grotere aantallen aan te schaffen in plaats van de F-35. De eieren worden niet langer in één mand gelegd en maar goed ook!
In de VS kraait niemand victorie, ook de critici van het eerste uur niet. Om de eenvoudige reden dat het diep triest is hoe politiek, het militair apparaat en defensie industrie weigerden halfweg te keren en liever volledig dwaalden.
 
 
Nu wij nog

In Nederland en België is onder de critici ook de vlag niet uitgehangen, al moet menige weddenschap spoedig als gewonnen (of verloren) worden erkend. Nog treuriger is het om te zien, dat het grote nieuws uit de VS nauwelijks doordringt in de lage landen en zowel de Belgische als de Nederlandse luchtmachten in de veronderstelling lijken te leven dat het ‘business as usual’ is.

Dat is het niet en dat zou het ook niet moeten zijn. De erkenning in de VS dat de F-35 verre van de gedroomde opvolger van de F-16 is, moet hier heel snel tot nieuw beleid leiden. Beleid waarbij de aantallen aan te schaffen F-35’s niet gehaald kunnen worden en het blind varen op Amerikaanse materieelprojecten voorgoed tot het verleden verbannen moet zijn.

De VS zijn, dankzij een oppermachtig militair-industrieel-politiek systeem, waarvoor president Eisenhower in 1961 al waarschuwde, niet de onzelfzuchtige en onfeilbare leider van de vrije wereld. Het is daarom ook hoog tijd om ons eigen defensiebeleid niet langer af te laten hangen van de Amerikanen en zelf een geopolitieke, een strategische en een militair-technologische deskundigheid aan de dag te leggen. We hebben ons voor de aankoop van militair materieel te lang opgesteld als een bijkantoor van Washington.

Terzijde zij opgemerkt, dat deze band met de USA voor onze beide landen vanuit economisch oogpunt (of liever gezegd, vanuit een verkeerd soort zuinigheid) lang welgevallig was. Maar in de hedendaagse wereldorde die aan alle kanten afbrokkelt, kan men het zich niet meer veroorloven om op welk kompas of welke bondgenoot dan ook blind te varen.

Anders is het gevaar reëel dat we nog vele blunders zullen begaan zoals in de eerste afbeelding en dat met geldverkwisting en onveiligheid moeten bekopen.
 
 
Wat nu?
 

Nu de F-35A duidelijk véél te duur is voor de uitvoering van 90 % van de opdrachten en we onbeduidend zijn om ook maar een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren voor een 'First Strike,' willen we niet afwezig blijven in het onvermijdelijk debat over de vraag Wat nu?

We denken alvast dat een oplossing moet gebaseerd zijn op een samenwerking van álle kleinere EU-lidstaten, die samen wél een wezenlijke bijdrage kunnen leveren voor de (defensieve) luchtverdedigingstaken van de Europese Unie.

Hopelijk rijpen de geesten ook bij de Belgische en Nederlandse militaire autoriteiten en komen ze tot het besef dat ze beter samenwerken 'onder gelijken', en zo op een bescheidener niveau maar efficiënter kunnen bijdragen in plaats van de gewillige slippendragers te blijven van grootmachten die ons alleen nuttig achten zo lang we hun agenda helpen uitvoeren. En met die ''grootmachten' bedoelen we niet enkel de USA!
 
 
 
 
 
             Pjotrs Dwarsliggers Defensieteam