Print
Hits: 253
 
 



Een gapende wonde

 
 
 

Waarde lezers,
 
 
Deze mop die we via e-mail ontvingen, illustreert perfect het onderwerp van deze Nieuwsbrief.
 
In coronatijden is humor net zoals een filosofische beschouwing welkom. 
 
Veel leesplezier.
 
Een gapende wonde
 
Inleiding

Toevallig kwam me Primo onder ogen. Het is een van die “boekskes”, waarin de escapades van Madonna en co uitgesmeerd worden en dat verder een overzicht brengt van de tv-programma’s voor de komende week. Merkwaardig genoeg staat er in zowat elke aflevering van dit blad één artikel dat de moeite van het lezen wél waard is.

Mijn oog viel op het vraaggesprek van Mathias Danneels met Rik Torfs. Die naam Torfs is altijd signaal voor spetterend intellectueel vuurwerk.
Het gesprek handelde over de rol van de katholieke Kerk doorheen de geschiedenis tot op vandaag. Torfs heeft hierover een boek geschreven.
Torfs betreurt – en met hem vele anderen - dat de bedrading tussen mensen in een buurt, een dorp of een stad is verslapt.

Even verderop gaat Torfs naar wat in mijn aanvoelen het fundament is van zijn beschouwingen.
Ik citeer hem hier: “Men had het devotionele volksgeloof kunnen combineren met nieuwe inzichten en een gemoderniseerd narratief.(…) We zeggen veel te gauw: die brave, dorpse Vlamingen met hun processies wisten niet beter. Dat is niet waar. In elk kerkgebouw zaten allerlei soorten gelovigen naast elkaar. Zij die een kaars brandden, de traditionalisten, de progressieven, de intellectueel, de stiltezoeker, de brouwer en de boer. Een vorm van pluralisme die nooit als dusdanig is gepercipieerd maar veel pluralistisch was dan grote delen van de samenleving vandaag. De misviering en het aansluitende cafébezoek was in elk Vlaams dorp een gemeenschapsvormend element”.

Vooral het laatste zinnetje legt de vinger op een gapende wonde in onze samenleving van vandaag.


Veel meer dan kerkelijkheid

Wat in de woorden van Torfs opvalt is dat ze voor iedereen zinvol zijn. Ook de volstrekt ongelovige atheïst moet erkennen – ik zal verderop uitleggen waar die moet vandaan komt – dat gemeenschapsvorming en -beleving extreem belangrijk zijn.
Ongetwijfeld zullen critici opmerken dat gemeenschapsvorming niet alleen door kerken hoeft te gebeuren. Ze hebben daarin gelijk. Over de hele wereld en doorheen de hele geschreven en ongeschreven geschiedenis hebben mensen elkaar opgezocht, lang voor er van kerken in de ons bekende betekenis sprake was.

Bovendien moet erbij worden gezegd dat de Kerk in de Middeleeuwen en nog lang daarna een haast exclusieve positie in de structurering van het sociale leven innam. Koningen werden door de Kerk gekroond en bestraffing stond onder morele curatele van de Kerk. Dat zoiets mogelijk was, komt volgens Georges Duby mee voort uit het feit dat in de chaotische toestanden van de vijfde tot de zesde eeuw het enige instituut dat rechtop bleef en daardoor richtinggevend kon zijn, precies die Kerk was[1]. De Kerk was het ook, die de feodale maatschappij in drie klassen deed verdelen: de Kerk, de adel en de boeren. Dat vertroebelt het beeld van de rol van de christelijke Kerk wel wat.
Het lijkt er misschien op dat deze indeling in wat wij vandaag klassen noemen net haaks staat op die ‘verbindende’ werkzaamheid van de kerk, maar zo simpel is dat niet. De kerk legitimeerde een algemene, wereldomspannende orde, waarin de beschreven indeling van de samenleving in die ‘orden’ mooi ingepast stond in een veel omvattender wereldbeeld. De Kerk strooide een sacraal manna over de wereld van de mens.
De Kerk deed dus veel meer dan alleen maar mensen samenbrengen. Ze schiep en belichaamde iets dat alle menselijke zorgelijkheden te boven gaat en dat beantwoordt aan een universele menselijke existentiële ervaring van “een Al”.


Geen existentiële koepel meer

In het aangehaalde interview zegt Torfs niets over deze sacrale dimensie, misschien omdat daartoe de ruimte ontbrak, want ik kan niet geloven dat een intelligent man als Torfs daar niet zou aan denken.
In onze beschouwingen moet dit sacrale evenwel meegenomen worden. Het sacrale is immers ook uit onze hedendaagse samenleving niet verdwenen. Het wordt belichaamd door koningen en prinsen – men zou verbaasd staan over het aantal mensen dat warm wordt van dit soort sacraliteit. Vele mensen denken dat het hier over een totaal voorbijgestreefd, middeleeuws instituut gaat. Politiek gesproken is dat naar mijn oordeel juist. Maar in de wereld van de menselijke ervaring klopt dit oordeel niet.

Dat komt doordat de existentiële ervaring van de mens nog steeds dezelfde is en draait rondom de vraag ‘was dit alles?’. Dat is een existentiële vraag en daarop is alleen maar een existentieel antwoord mogelijk.

Misschien moeten we zeggen dat de existentiële behoefte bij de hedendaagse mens zelfs groter is dan ooit, omdat de zekerheden die de kerkelijke middeleeuwer had verdwenen zijn. Wat eenvoudiger gezegd: de mensen wisten niet beter en dat gold ook voor de leden van niet-werkende klassen, dus de strijders en de geestelijkheid. Iedereen was doordrongen van eenzelfde wereldbeeld en eenzelfde morele en existentiële orde. Daartegenover staat het chaotische wereldbeeld van de hedendaagse mens en wellicht vooral dat van de westerse mens. Die kon zich eeuwenlang optrekken aan het zelfbeeld als de leider van de hele wereld en daarom de drager van dé beschaving, maar dat beeld is sinds de dekolonisatie en de opkomst van nieuwe niet-westerse machten in elkaar gestort.

Daar komt nog bij dat de toename van de wetenschappelijke kennis, zowel op biologisch als op kosmologisch gebied, het laatste sprankeltje van het eeuwenlang onwankelbare wereldbeeld heeft weggenomen. Als voorlopige conclusie moeten we dus alvast stellen dat de mens van vandaag leeft zonder de existentiële koepel die onder leiding van de Kerk eeuwenlang geruststelling bood.



Europa in slechte papieren

Vooral Europa zit op dit punt in zeer slechte papieren.
In verschillende landen dient het nationaal project zich alvast voor een deel aan als een alternatief voor de oude religieuze koepel. We denken daarbij uiteraard aan China. China is een opkomende economische en militaire macht van kolossale omvang. De economische en militaire grootheid van China is voor de Chinees uiteraard een beleving die zijn leven en dat van zijn natiegenoten kleurt. Maar China is veel meer dan dat: het is ook een levensbeschouwing. Het is de wereld van het taoïsme en van het confucianisme. Dat zijn leringen die praktisch georiënteerd zijn. Tao betekent trouwens zoiets als ‘de weg’. De weg naar een rustig en wijs leven. “Zoals het moderne Westen de tot nu toe bereikte hoogte van het kunnen heeft verwezenlijkt, zo is China de hoogst denkbare hoogte van het zijn”[2]. We zullen moeten afwachten hoe het hedendaagse China zich verder ontwikkelt, maar het lijkt niet erg waarschijnlijk dat de Chinezen hun hele intellectuele voorgeschiedenis zullen weggooien.

Een wat minder spectaculaire, maar toch vergelijkbare toestand vinden we in India, dat met zijn 1,2 miljard mensen ook een wereld op zich is. De Indische beschaving is getekend door de oude Vedische geschriften, zoals die door de belangrijkste Upanishaden wordt verteld[3]. Ook in het Indische geval wordt de mens opgevangen in de mand van een oud en allesomvattend wereldbeeld.
Andere voorbeelden zijn de Islamitische wereld en de wereld van vele Zuid- en Midden-Amerikaanse volkeren.


Maar wat met Europa en vooral dan: West-Europa?

Wie de tekst van de Grondwet voor Europa leest, vindt daarin een lofrede op de waarden van het humanisme: “gelijkheid van alle mensen, vrijheid en eerbied voor de rede.” Verder is er sprake van beschaving, vooruitgang en welvaart, van de wil om open te staan voor cultuur, kennis en vooruitgang en de wil om vrede, rechtvaardigheid en solidariteit in wereld te bevorderen[4]. Het klinkt allemaal wat hol. Het lijkt wel een beschrijving van onrustige dromerijen. Een Freudiaanse zoektocht naar wat men zelf niet weet te grijpen.

Welke moderne staat zou dat soort hooggestemde idealen niet onderschrijven?
De Russen zullen hun verlangen naar vooruitgang en eerbied voor de rede zeker niet ontkennen en de nationale spreuk van Brazilië luidt ‘orde en vooruitgang’ (Ordem e Progresso). Zullen de Amerikanen of de Australiërs één van deze bejubelde waarden verwerpen? In welk opzicht maken deze wat geëxalteerde principes het verschil voor een dragend zelfbeeld van Europa?

Europa kan zijn existentieel zelfbeeld al evenmin putten uit een economische, politieke of militaire leiderspositie, zelfs niet als de EU tot een federatie wordt omgevormd zoals sommige extremisten zoals G. Verhofstadt wensen. Dat heeft vooral twee redenen.
Ten eerste: door de massieve planetaire interdependentie is Europa noodzakelijk verdrongen in een positie aan de rand van een reusachtig Euraziatisch gebied. Een schiereiland. Daaruit valt dus geen zelfbeeld van existentiële grootheid uit te puren.
Ten tweede en vooral: een politiek-economische machtspositie volstaat niet om het oude door de kerk aangedragen wereldbeeld volwaardig te vervangen. Dat door de Kerk gestempelde wereldbeeld was namelijk niet op de eerste plaats van politieke of economische aard, maar van sacrale aard.

Ik kan me niet voorstellen hoe de federatie van de heer Verhofstadt alleen maar door zijn omvang in een sacraal wereldbeeld zou kunnen voorzien.


Connecting people?

Zoals gezegd maakt Torfs in zijn interview geen expliciete melding van deze problematiek.
Wel gaat hij in op de sociale dimensie van het menselijk bestaan. Hij gaat daarbij veel dieper dan op het eerste gezicht lijkt.
“De misviering en het aansluitende cafébezoek was in elk Vlaams dorp een gemeenschapsvormend moment”. Dit is in mijn eigen visie de centrale zin van het hele vraaggesprek. Torfs zegt hier dat mensen lijfelijk met elkaar in contact moeten kunnen komen. Ze moeten elkaar niet alleen horen en zien, maar ook ruiken en voelen. Ze moeten samen kunnen drinken, eten, lachen en treuren. Ze moeten samen de problemen van de wereld trotseren, ook al is dat aan de cafétoog in de trant van “ze moesten …”. Voor de aanhangers van elitaire denkwijzen: de aangehaalde cafétoogscène is ook democratie!

We zijn deze taferelen volop aan het kwijtspelen, net zoals we onze overkoepelende sacrale wereldervaring verloren zijn.

We zijn terechtgekomen in een wereld van individualisme, waarin jongeren naast elkaar op de bank zitten en de hele tijd op hun elektronische machientjes tokkelen, maar elkaar intussen niet aanspreken. Ze bouwen geen gemeenschappelijke wereldervaring op. Ze zijn ervan overtuigd dat ze veel ‘vrienden’ hebben en veel ‘likes’ verzamelen, maar ze hebben die vrienden nog nooit gezien, gesproken of geroken. De Zuckerbergs van deze wereld mogen dan rondbazuinen dat ze de mensen verbinden (connecting people): in de werkelijkheid dragen ze in ontzettende mate bij aan de vereenzaming van het menselijk individu. Dat richt onnoemelijk veel schade aan.


Over sociale deprivatie

Voor de kerkjurist en gelovige Torfs is het een vanzelfsprekendheid dat deze schrijnende achteruitgang van de sociale dimensie in het leven van mensen door een hervormde religieuze aanpak moet worden gestopt.
De taak van religieuzen in deze kwestie is hier niet aan de orde.
 
Essentieel is erop te wijzen dat Torfs, misschien nog wel meer dan hij zelf denkt, gelijk heeft. Het is bekend dat het zenuwstelsel in het eerste levensjaar van de mens nog volop in ontwikkeling is. Met deze ontwikkeling nemen hogere delen van de hersenen een steeds groter deel op in de sturing van de andere delen van de hersenen. Daardoor wordt het kind steeds beter in staat om zijn sociale interacties af te stemmen op zijn fysiologische behoeften.

Het is nu bekend geworden dat verschillende vormen van sociale uitsluiting op deze cruciale leeftijd desastreuze gevolgen hebben voor de latere ontwikkeling van kinderen. Uit recente Roemeense onderzoeken is gebleken dat vroege sociale en emotionele deprivatie bij kinderen vaak leidt tot anatomische veranderingen in bepaalde hersengebieden. Daardoor worden de verbale vaardigheden, aandacht en concentratie ook op latere leeftijd ernstig verstoord. Verhoogde impulsiviteit, gedragsproblemen en depressiviteit komen bij deze kinderen vaak voor[5].
Met andere woorden – en hier komt dus mijn eerder aangekondigde uiteenzetting over de noodzaak van vergaand sociaal contact onder mensen - mensen zijn niet alleen sociale wezens omdat we elkaar nodig hebben om te overleven, een beschaving op te bouwen en in stand te houden, enzovoorts. We kunnen pas normale mensen worden als we van bij ons prille ontstaan de sociale warmte, genegenheid en liefde ervaren mét inbegrip van lijfelijk contact. Ik wijs erop dat deze noodzaak voor vrijwel alle zoogdieren geldt.

Ook later, als we volwassen zijn geworden, laat de behoefte aan sociaal contact zich overal voelen. De zelfmoorden om aan de eenzaamheid te ontsnappen vallen niet te tellen en dit doet grote vragen rijzen over de door regeringen in tal van landen afgekondigde afzonderingsmaatregelen in verband met de strijd tegen Covid 19. Die zijn er nu net op gericht om het zo belangrijke sociale contact te verhinderen. Daarmee krijgt de uitspraak dat de remedie wel eens erger zou kunnen uitpakken dan de kwaal flink wat grond onder de voeten.


Conclusie: een gapende wonde


Als Torfs dus wijst op het ontzettend grote belang van de oude dorpsgewoonten, inclusief het dorpscafé, dan drukt hij op een meer dan verantwoorde manier op een wel zeer pijnlijke, open wonde in onze moderne samenlevingen. De wonde gaapt nog meer als we wijzen op het totaal ontbreken van de sacraliteit in onze moderne wereld, die al te veel verworden is tot liberalistisch egoïstisch najagen van eigen voordeel en bijhorende macht. Zonder zo’n sacrale dimensie waarin de sociale aard van de mens vast zit ingebakken loopt alles mis. Dat geldt in het bijzonder voor Europa, waarvoor alleen nog een business as usual overblijft, terwijl naar mijn oordeel de Europeaan recht heeft op een meer originele aanpak[6].

Er ligt hier een fundamentele taak te wachten.

Niets ondernemen kan alleen naar de totale ondergang leiden.
 
-------------------------------------------------------------------------------
[1] Georges Duby. De Drie Orden. Het zelfbeeld van de feodale maatschappij 1025 – 1225. Elsevier,1985, blz.82.
[2] Hans-Joachim Störig. Geschiedenis van de filosofie. Deel I, Het Spectrum, 1985, blz.107.
[3] A.C. Bhaktivedanta Swami Pdrahupada. De Bhagavad-Gita, zoals ze is. The Bahtivedanta Book Trust, Amsterdam, s.d., blz XV en passim
[4] “Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa”. Publicatiebureau van de Europese gemeenschappen, Luxemburg, 2003, blz.5
[5] Stephen W.Porges. De polyvagaaltheorie. Uitgeverij Mens, 2019, blz. 187.
[6] Zoals de conclusie van mijn essay luidt: De valse belofte, Polemos, 2017.
 
 
 
 
             Pjotrs Dwarsliggers