Print
Hits: 238
 
 
 
 

In de greep van een vernieuwde magie
 
 
 Waarde lezers,
 
U zal zich wellicht zoals wij afvragen hoe het komt dat sommige ideeën zo gemakkelijk worden aanvaard en kennis daarbij ogenschijnlijk geen rol meer speelt. Onze psycholoog zag niets nieuws, hooguit een opgepoetste versie van de magische wereld die altijd heeft bestaan.
 
Veel leesplezier,.
 
 
Magie

 Van bij het ontstaan van de mens plengt hij offers om rampen af te wenden.
Bij de aanvang van het neolithicum, zo’n 13.000 jaar geleden, waren deze offers, voor zover we weten, vooral bedoeld om de goden gunstig te stemmen. De mensen waren ervan overtuigd dat de wereld beheerst wordt door goddelijke krachten die hen te boven gaan. Omdat onze voorouders geen andere middelen ter beschikking hadden, konden zij weinig anders dan bidden en magie beoefenen om de werkelijkheid zoals zij die ervaarden te beïnvloeden. Ze gebruikten daarbij heilige voorwerpen, fetisjen, waaraan ze bovennatuurlijke krachten toeschreven. Door het stellen van heel minutieus uitgevoerde rituele handelingen hoopten zij in hun van vader op zoon overgeleverde, strikt omschreven wereld de lotsgang van de mens veilig te stellen. Het moest alleen krek gebeuren zoals van in illo tempore was voorgeschreven, anders werkte het niet.

Dat lukte nogal eens niet en dan ging men over tot een soort zuivering. Een bok werd ritueel beladen met de zonden van de stam en vervolgens de woestijn ingejaagd.

Bij het grasduinen in de literatuur naar een definitie van het magisch handelen vallen twee elementen op:
de aanwezigheid van een door priesters-magiërs op een strikte en onbetwistbare manier beschreven werkelijkheid;
en, ten tweede, de overtuiging dat rituele handelingen die werkelijkheid ten gunste kunnen beïnvloeden.

Moderne magie
 
De vraag luidt nu of we die twee kenmerken in de moderne tijd terugvinden.
Ik vrees dat dit tot op grote hoogte het geval is.

Neem nu de klimaatverandering. Natuurlijk verandert het klimaat. Dat heeft het altijd al gedaan en die veranderingen komen ons, mensen, niet altijd even goed uit. Tegenwoordig is die klimaatverandering in de greep van een nieuwe religie. Wie zich kritisch toont tegenover de stellingen van die religie mag rekenen op een resem reprimandes van de klimaatkerkpriesters. De doemscenario’s die daarbij de ronde doen kunnen hier onbesproken blijven.

De eenentwintigste-eeuwers van vandaag hebben zichzelf wijsgemaakt dat ze de meesters van de kosmos zijn. Ze geloven zelfs dat ze in staat zijn om de loop van de natuur te wijzigen en de klimaatverandering een halt toe te roepen. Bovendien dringt het handelen zich volgens hen op, want anders wordt de ondergang onvermijdelijk.
Vanzelfsprekend gaat zoiets niet zomaar vanzelf: net als bij de Ouden moeten we daar, als individu en als collectiviteit, flink wat voor doen: de EU komt met haar dure Green Deal, in Nederland moeten ze van het gas af en moeten windmolens aan de energiebehoeften voldoen en in België moeten de kerncentrales dicht. Talloze berekeningen hebben laten zien dat het allemaal niet zal helpen. Desondanks…
Het lijkt echt wel op een hocus-pocusoefening.

En niemand wordt geacht af te wijken van de uitgezette koers. Anders lukt het nooit, wordt ons op het hart gedrukt. Dat het allemaal economisch destructief is wordt voor het gemak onder de mat geveegd. Dat is toch merkwaardig?

We offeren dan niet langer kostbare schapen of stieren, maar we geloven wel dat de hemel als bij wonder zal opklaren als we exact doen wat de nieuwe magiemeesters ons voorschrijven. Wee diegene die van het ritueel afwijkt of het aandurft de Nieuwe Waarheid in twijfel te trekken! Hem zal donder en bliksem ten deel vallen. De vlammende ogen van Greta zullen hem doodbliksemen.

Critici kunnen we niet zo goed hebben. Oh neen: we verjagen geen bokken meer. We sluiten andersdenkenden uit. Zo zuiveren we de groep, want als we allemaal hetzelfde denken, kunnen we de twijfel in ons hart het zwijgen opleggen toch?

We doen er zeer zeker wijs aan om onze levenswijze af te stemmen op de mogelijkheden van de planeet. Dat beseft ieder mens. Onze voorouders hadden dat probleem niet, want ze waren niet talrijk. Nu we met bijna 8 miljard zijn hebben we geen speelruimte meer.

Maar dat het verloop van het klimaat ons niet altijd zint en dat we bang zijn door de zee te worden verzwolgen, ontslaat ons nog niet van de plicht om de feitelijke werkelijkheid op correcte manier te beschrijven en de voorgestelde maatregelen kritisch te beoordelen. Maar dat is nu precies wat de klimaatreligieuzen ons willen verbieden: ze eisen kritiekloze volgzaamheid.

Er steekt dus in ieder geval een flink stuk van het magisch denken in deze gedachtegang.

 
Nog enkele illustraties
 
Wie kritiek uit op het extreem strenge coronabeleid is volgens sommige Australische beleidsmakers “egoïstisch” en sommigen onder hen willen critici zelfs opsluiten. Weg burgerlijke vrijheden!
Sommige auteurs zeggen dat we compleet aan het doorslaan zijn. Het lijkt allemaal het gedrag van een groep die volkomen in de greep van een panische angst is en in plaats van rationeel na te denken, grijpt naar de oeroude middelen om de maatschappij van alle parasieten te zuiveren.
Wee diegene die durft te twijfelen - laat staan het aandurft te manifesteren. Hij zal botsen met een politiemacht, die steeds meer ‘gedachtenpolitie’ wordt. Want de leer moet zuiver blijven. Is dat geen kenmerk van magisch denken?

Heel opmerkelijk is ook de manier waarop een aantal activisten omgaan met de kerntechnologie. Zoals bekend bestaan daar tegenwoordig veilige versies van. Maar desalniettemin wordt kernenergie verketterd. Aan de ene kant omdat kernenergie met kernbommen wordt geassocieerd en aan de andere kant omdat kernenergie een grote massa moeilijk verwerkbaar afval met zich brengt. Dat laatste klopt alvast niet voor de thoriumtechnologie. Op Vlaamse schaal zou die ‘afvalberg’ jaarlijks ongeveer de inhoud van een paar anderhalveliterflessen omvatten, zo’n veertig kilo. Met wat informatie kan een middelbare scholier dat uitrekenen. En militaire splijtstof maken met deze technologie valt ook al niet mee.
Toch vindt men bij de zgn. Groene Partij beide bezwaren nog uitvoerig terug. Het feit dat deze argumentatie nog steeds wordt volgehouden, roept de gedachte op dat feitelijke juistheid niet echt van tel is. Ook bij Groen weten ze immers wel beter. Het lijkt wel ritueel zuiverheidsdenken: de wereld kan alleen maar zijn zoals zij zich hem voorstellen en van afwijking van hun beeldvorming en dito remedies kan geen sprake zijn. Ook hier vinden we duidelijke kenmerken terug van het magische denken.

Of denk even aan die acties die sprekers beletten hun mening te uiten. Daarmee trekken we de zaak wat open. Soms wordt zelfs een staatssecretaris die in een universitair auditorium zijn beleid komt toelichten het spreken verhinderd. In de vrijhaven van het vrije spreken! Mijn eigen ervaring leert dat kranten lezersbrieven met een eurokritische inhoud niet opnemen: het werd met zoveel woorden door een redacteur meegedeeld.
Neen: we jagen geen bokken weg. We sluiten mensen en hun meningen uit.

Aan de ene kant schijnen de werkelijke feiten dus niet van tel. Aan de andere kant mogen sommige dingen niet gezegd worden of worden onderwerpen tot taboe verklaard. Denk maar aan Zwarte Piet en de ‘witte mens’. En op andere momenten moeten we dit of dat denken: denk aan Black Lives Matter, waarbij voor dat laatste geldt dat het grootste aantal gewelddaden in de V.S. op het conto komt van zwarten. Maar weer eens: ook hier tellen de feiten niet. Wat BLM betreft is het bekend dat deze activisten écht een andere wereld op het oog hebben. Geen journalist die er over valt – of durft te vallen.

Wat we vandaag meemaken is in mijn ogen slechts een uiting van een basistrek in de menselijke natuur: een poging om de onrust over het menselijk lot in deze onzekere wereld te onderdrukken. Omdat de wetenschappelijke aanpak te traag, te moeilijk of te onzeker is, kiezen we voor de magische aanpak van onze voorouders. Alleen: we hebben dat zelf niet in de gaten. We doorzien niet dat we in werkelijkheid de oude methoden overnemen om onszelf ervan te overtuigen dat de gebeurtenissen die ons angstig maken niet zullen plaats vinden.

Sinds mensenheugenis willen mensen een betere wereld. Die zal er echter niet komen via een primitief magisch denken, waarvan Keith Thomas ooit schreef dat die verleden tijd is.

Dat dit alles gebeurt na de woelige twintigste eeuw die ons wijzer zou moeten maken, bewijst dat de mens in de diepten van zijn ziel nog altijd even primitief is. We moeten dus niet vrolijk doen over wat we rondom ons zien. We zijn er allemaal vatbaar voor. Dat de media om commerciële redenen angstpsychosen nog opkoteren of dat er deugnieten rondlopen die op een gemakkelijke manier geld willen verdienen, maakt de zaak alleen nog lastiger. Hoe komt dat toch allemaal?

Laat ons hier nog even op doorgaan.
 

Over evenwicht, bewust en onbewust gedrag
 
Het zal sommigen doen opkijken, maar ik geloof niet in het bestaan van rationele mensen. Er zijn mensen die, wat meer dan anderen, hun ratio kunnen aanspreken. Maar ook hun natuur blijft die van een uit de evolutie voortgekomen soort en ook zij blijven de speelbal van affecten.

Nu heeft ieder levend wezen behoefte aan minimale evenwichten. Dat is op fysisch gebied zo. Als we het te warm krijgen beginnen we te zweten om af te koelen.

Maar ook op sociaal gebied zoeken levende wezens evenwichten. Het is bekend dat eenvoudige organismen zowel aantrekkend als afstotend gedrag vertonen. Ze zoeken dus een ‘sociale’ toestand op waarin ze zich goed voelen.

Voor de mens liggen de kaarten jammer genoeg veel ingewikkelder. Omdat hij een hoogontwikkeld hersensysteem bezit heeft hij een intens geestelijk leven. Daarmee is niet bedoeld: een bewust geestelijk leven, want het overgrote deel van wat zich onder ons schedeldak afspeelt is onbewust. Meer zelfs: dat onbewuste deel van ons systeem is het belangrijkste, het stuurt en leidt ons. Ad Dijksterhuis schreef daarover een mooi boek onder de titel Het slimme onbewuste.
Hiermee stoten we al op één belangrijk element dat we absoluut moeten beklemtonen: we moeten onszelf niet wijsmaken dat we baas zijn over de wereld. We zijn dat zelfs niet eens over onze eigen mentale voorstellingen! We zijn in het beste geval geïnformeerde toeschouwers. Dat maakt ons tot een makkelijk slachtoffer van onbewuste affecten: het gebeurt aan ons, veelal vooraleer we ons ervan bewust zijn.
 

Sociaal gedrag
 
Op die sociale natuur van de mens moeten we toch nog even doorgaan.
Ondanks al de tegenwoordige sociale agitatie in onder meer de media, blijft de Westerse mens zichzelf veel te veel beschouwen als een op zichzelf staand individu..

Geen enkel mens leeft echter op zichzelf. We leven onder soortgenoten, onder socii.
Bij alles wat we in het leven meemaken zijn er op de een of andere manier altijd andere mensen betrokken. Nog voor we geboren worden, wordt onze gesteldheid beïnvloed door wat onze moeder deed of niet deed. In onze dromen komen bijna altijd andere mensen voor. Bij alles wat we ons voorstellen zijn andere mensen in het geding. Bijna alles wat we ooit geleerd hebben vindt zijn oorsprong bij andere mensen. Kortom: al die mentale inhouden in onze hersenen zijn grondig doorspekt van elementen die afkomstig zijn van andere mensen.

Echter: ook op dit sociaal gebied streven we naar een evenwicht.
Als het te druk wordt rondom ons zoeken we de rust op en als we van de overheid mogen gaan we zelfs met vakantie. Als we tegenstrijdige standpunten horen en dus last hebben van cognitieve dissonantie, zoeken we een uitweg uit de psychologische spanning. Als het politiek beleid ons niet zint, kiezen we voor andere beleidsmensen.

Aan de ene kant hebben we een mimetische behoefte. We passen ons aan de mensen rondom ons door hun gedrag na te bootsen. Wat van gelijksoortigen komt nemen we immers gemakkelijker aan. Dat volgt uit ons diepe evolutionaire verlangen om in een zekere mate van harmonie met ‘de onzen’ samen te leven.

Aan de andere kant lukt mimetisch gedrag niet altijd. Soms ontstaat er wrijving met de mensen uit onze omgeving. In normale omstandigheden zoeken we ook dan een uitweg om het leefbaar te houden.

Alles wat hier vermeld staat gaat evenwel niet zonder soms diepgaande en felle emotionele ervaringen en die worden, samen met al onze andere ervaringen, diep in onze hersenen opgeslagen.
Onze hele sociale levensgeschiedenis is daardoor doortrokken van emotionele betrokkenheid.
 

Nieuwsgierigheid
 
Maar er is nog een tweede zaak. Die heeft te maken met nieuwsgierigheid. Vreemd genoeg is dat een aparte bron van onrust. We geven er niet genoeg aandacht aan.

Veel van onze affecten, zoals angst en agressie, hebben de soort geholpen te overleven in de gevaarlijke omstandigheden waarin ze leefde toen de mens nog niet aan de top van de voedselpiramide stond. Ze waren in die tijden dus nuttig.
Vele affecten hebben ook zowel een positieve als een negatieve zijde: argwaan ten aanzien van het vreemde was nodig om te overleven en is nog steeds van groot nut. Het vreemde roept echter tegelijk de keerzijde van argwaan op: nieuwsgierigheid.
Nieuwsgierigheid komt voor bij alle levende wezens die een zenuwstelsel bezitten, maar we mogen aannemen dat nieuwsgierigheid bij de mens het felst werkzaam is. Nieuwsgierigheid is de zucht tot weten, tot het verwerven van kennis over alles wat zich aan ons aandient - inclusief onszelf. Biologen zeggen dat nieuwsgierigheid behoort bij de vermogens die noodzakelijk zijn om te overleven. Maar toch is er - alvast bij de mens - nog een dimensie méér in het spel. Mensen willen weten omdat het lekker voelt iets te weten. Het is zoiets als Funktionslust.

Nieuwsgierigheid als zuivere zucht naar kennis heeft zich bij de mens ontwikkeld tot een behoefte op zich. Ook voor deze behoefte is bijgevolg het homeostatische verlangen van kracht: kennis verwerven schept nieuwe voorstellingen en vergroot de leefwereld. Maar daardoor wordt het ook ingewikkelder om een leefbare levenssituatie op te bouwen. Hoe meer we weten, hoe lastiger het is om het juiste te blijven doen. Voor onze verre voorouders waren bomen bezield en ze keken met grote ogen naar de sterrenhemel vol, toen de luchten nog zuiver waren, flonkerende lichtjes. Het moet sommigen onder hen met diepe vreugde hebben vervuld en anderen met ontzag en soms zelfs ontzetting. Dat was hun methode om met kennis om te gaan.
Maar dat volstaan voor ons, in de 21e eeuw, niet meer.

Bovendien, en dat is belangrijk, schept kennis op zich ook nieuwe affecten, bijvoorbeeld als de menselijke geest bij zijn zoektocht het gevoel krijgt dat hij stoot op de grenzen van zijn eigen bevattingsvermogen. Dan ontstaat een onrust die verwijst naar structureel menselijk onvermogen en naar mogelijke bedreigingen die aan de menselijke greep ontsnappen.

Dat nu schept een basissituatie vergelijkbaar met die van de Ouden.

Ik licht verder toe.
Die nieuwsgierigheid, de zucht naar kennis, vereenzaamt de mens in een als vijandig ervaren kosmos. De vijandigheid van die kosmos neemt toe naarmate de mens er meer over leert. Sinds mensen weten dat één flinke steenklomp uit de ruimte aan al onze dromen een einde kan maken, moeten we leven met het besef van een dreiging die onze voorouders in de Maundertijd niet eens kenden. Nu wij, moderne mensen, weten dat het klimaat periodiek verandert beseffen we dat het luie leventje van de mens ooit zal eindigen.

Dat vooruitzicht maakt ons terecht bang. En omdat we een groot voorstellingsvermogen bezitten, kunnen we ideeënconstructies opzetten die ons de illusie verschaffen dat we het lot te slim af kunnen zijn. Omdat we te zeer in de greep van onbewuste affecten zijn, verkiezen we dergelijke constructies boven droge wetenschap. Deze laatste levert namelijk niet het fraaie beeld op dat we zouden willen.
Een van die ideeënconstructies is het idee dat we de verandering van het klimaat kunnen tegenhouden. We verzinnen daartoe allerlei methoden en wegen. Die wegen moeten we nodig op, omdat de angst ons anders om het hart slaat. Maar wat we ook ondernemen: ergens weten we ook wel dat het boter aan de galg is en knaagt de twijfel. Dat maakt ons nog hardnekkiger en de reactie tegenover afwijkingen furieuzer. Zo verandert het klimaatgedoe in een heuse religie die een geheel van rituelen bevat om de klimaatverandering tegen te houden. En het werkt dwingend: wie niet met ons is, is tegen ons. Hij gaat eruit of wordt doodgezwegen.
Dat is wat we zien gebeuren.
En zo zitten we helemaal in dezelfde houdgreep als waar de Ouden in zaten. Omdat we meer weten is die greep zelfs nog steviger én tegelijk geraffineerder. En ons onmachtgevoel is nog groter.

Freud sprak in de tweede helft van zijn leven over doodsdrift. Vaak denkt men daarbij aan agressiviteit en dat is niet helemaal ten onrechte. Maar Freud dacht nog aan iets anders: geheel in overeenstemming met de tweede hoofdwet van de thermodynamica (waardoor Freud diepgaand werd beïnvloed) streeft een mens ook naar psychische rust, naar het ontbreken van spanning, naar psychische entropie. Freud heeft deze ideeën nooit helemaal uitgewerkt, maar het is duidelijk dat ook voor hem het menselijk bestaan een tweesnijdend zwaard is: op zoek naar rust maar gekweld door niet-onderdrukbare spanningen, alles aangezwengeld door zijn eigen fantasieën.

Menselijke geschiedenis is een drama waarvan de ontknoping almaar dreigender wordt naarmate we onze plaats in de kosmos nauwkeuriger definiëren.
 

Welke uitweg?
 
Het zal duidelijk geworden zijn hoezeer de mens de speelbal is van onrust, angst en gevoelens van onmacht.
Manipuleren van de wetenschappelijke feiten of het indoctrineren van de massa leidt tot nog meer achterdocht en zelfs tot maatschappelijke desintegratie. De moderne psychologie leert dat wat met geweld onderdrukt wordt, heel vaak met nog meer kracht weer naar boven komt, veelal onder een andere vorm. Dat zien we aan de opgang van het zogeheten populisme. Freud zou er niet van hebben opgekeken.

Vanzelfsprekend moet de mens alles doen wat in zijn vermogen ligt om calamiteiten te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken.
Maar succes zullen we alleen hebben als we gebruik maken van wetenschappelijk en technisch inzicht. We kunnen de Ouden niet ten kwade duiden dat ze naar het middel van de occulte magie grepen om zich te handhaven: er stond hen niets anders ter beschikking. Maar die verontschuldiging geldt niet langer voor de mens van het atoomtijdperk.

Daarom is het van groot belang dat opvoeding en onderwijs alle aandacht krijgen. Even belangrijk is dat alle onderwerpen openlijk ter discussie worden gelegd, al was het maar omdat we de kosten zullen moeten dragen.

We onderschatten, vrees ik, schromelijk het belang van de open en vrije toegang tot kennis en wetenschap. Als dr. Dick Bijl, zelf een oud-huisarts en epidemioloog de NOS er openlijk én geargumenteerd van verdenkt bewust gekleurde informatie te verspreiden, dan vraagt men zich af waar de NOS mee in haar hoofd loopt. Voeg daarbij het feit dat het uitbrengen van informatie in het algemeen voorwerp van censuur is geworden, ook op de zogeheten sociale media en dat bv. de resultaten van sommige sociologische onderzoeken niet worden gepubliceerd, omdat ze niet sporen met de opvattingen van de onderzoekers.

Natuurlijk biedt dit verhaal geen alomvattende verklaring voor alles wat we om ons heen zien – als zo’n verklaring al zou bestaan. En natuurlijk doet dit niets af van het ernstige wetenschappelijk werk dat uiteraard ook plaats vindt.
Maar als we even geen rekening houden met de leugenaars of met de onnozele brave zielen met het mondkapje op middenin een bos als een heuse bezwerende fetisj, dan zien we hoe een deel van de elite ten prooi is aan een terugval in de magische denkpatronen van de Ouden.

Dat dit gebeurt mag ons niet verbazen. We zijn meer tot magie geneigd dan velen lief is. We zijn er voor gemaakt. Magie is dus van alle tijden: Thomas heeft zich vergist. Magie is aantrekkelijker dan harde wetenschap, want appelleert directer aan onze primitieve affecten. En ze sluit aan bij wat we sinds het gloren van ons bestaan gewoon zijn te doen.
 
 
 
             Pjotrs Dwarsliggers