Onder Dwarsliggers (5)

Filosofische mijmeringen over oude tegenstellingen
 
 
In Doorbraak interviewt Karl Drabbe journalist Rik Van Cauwelaert over zijn passie voor boeken. Op een gegeven moment hebben ze het over de maatschappelijke tegenstellingen.
Drabbe: “Ik werp op dat het toch apart is dat een sociaal-conservatieve auteur als Gray wordt opgepikt door het opinieblad van intellectueel links in Groot-Brittannië. Van Cauwelaert: ‘Daar heeft dat altijd gekund. Je moet maar eens kijken naar de geschiedenis van The Spectator en The New Statesman, om maar die twee te nemen, omdat die tegenover elkaar staan. Je hebt daar altijd de “andere” stemmen in gevonden. Beide bladen gingen er van uit dat als de inhoud interessant is, het artikel erin komt. De meest gezonde reflex die je als bladenmaker kunt hebben.'

Laat dit standpunt van Van Cauwelaert nu net het onderwerp zijn van een gedachtewisseling Onder Dwarsliggers, die we enkele weken geleden hadden naar aanleiding van een Zwitsers artikel.

Stefan Millius waagde zich als hoofdredacteur van de onlinekrant “Die Ostschweiz” aan een nieuw project: links én rechts aan het woord laten in zijn onlinekrant. Helaas mislukte zijn project, want zodra de linkse auteurs vaststelden dat er ook rechtse auteurs gepubliceerd werden, haakten ze af. Lees hier zijn ervaring: ‘Rechts tegen wil en dank'.
 
 
Onder Dwarsliggers
 
 
De vraag die zich hier opdringt, is natuurlijk: “Waarom wil links geen debat?”
Ik zie hier meerdere redenen. Ten eerste is socialisme, in tegenstelling tot het wijdverbreid misverstand, geen maatschappelijke theorie, maar een religie. Dat heeft Joseph Schumpetter al in 1941 vastgesteld. Het is duidelijk een streng monotheïstische religie: “Gij zult, naast mij, geen andere goden hebben!” Voor het grootste deel onbewust ‘weten' ze dat ze geen debat kunnen winnen en het dus ook beter niet aangaan.
Dat speelt zich allemaal hoofdzakelijk op emotioneel vlak af. Religie celebreert men het best onder gelijkgezinden, plechtig en zonder storende kritische vragen. Enkel zo kan het absoluut groot gelijk onbeschadigd op het altaar blijven glanzen.

Ze hebben dus nooit echt gewild wat ze beweerden: de religie uitroeien. Ze hebben enkel de andere God woest bestreden omdat ze er maar één konden aanbidden. Heel hun gedachtestructuur is joods christelijk!

Ik ben niet meer zeker, maar ik denk dat het Winston Churchill was die zegde: “Ik ken geen fatsoenlijke mens die nooit socialist geweest is. En ik ken geen intelligente mens die het gebleven is.”
Tja, en wat nu?

Een uitdagende aanzet die leidde tot filosofische mijmeringen ...

Marxisme
… Een paar zinnen uit de beoordeling van het marxisme - de sterke vorm van "ons" socialisme - door Peter Singer in zijn boekje "Marx", uit de reeks Kopstukken Filosofie ( Lemniscaat):"De menselijke natuur is niet zo flexibel als hij (= Marx) geloofde. Egoïsme, bijvoorbeeld, verdwijnt niet door economische reorganisatie of door materiële overvloed." (blz. 106) En of dat juist is!

Over de afschaffing van de heersende klasse - ook zo'n dogma uit de linkerzijde -: " ... dat hiërarchische structuren niet beperkt zijn tot de menselijke maatschappij. Er zijn duidelijke hiërarchieën bij de meest sociale vogels en zoogdieren, inclusief de soorten die het dichtst bij de mens staan." ( blz. 107) Ten tweeden male: en of dat waar is!
Links maakt mijns inziens de grote fout door de mens uit zijn natuurlijke habitus te lichten: los van de evolutie, los van de sociale verbanden, los van de intellectuele en morele wereld waarin hij geboren werd, los uit zijn cultuur en dan vervolgens over te leveren aan een illusoire perfecte wereld.( Dat is ook het standpunt van Herman de Dijn)

Martin Heidegger
De kerngedachte van iemand als Heidegger is dat de mens opgenomen is in een wereld van betekenissen, ook al zijn we ons dat niet altijd of niet helemaal bewust. Psychologen zeggen: we leven in een zinvolle wereld. Als we dus willen begrijpen wat ‘menselijkheid' echt is, moeten we naar die leefwereld terugkeren en tegelijk onze natuurlijke habitus aanvaarden, die er ook een is van biochemie en automatische reflexen, neuronenverbindingen en dito bogen, adrenaline, serotonine, dopamine en choline en een stuk of veertig andere '-ines'. We hebben nauwelijks greep op onze hormonen, maar het omgekeerde is onbetwistbaar een feit. En ook de Natuur als kosmisch gegeven is onze meester: één grote steenklomp uit de ruimte en alles is afgelopen.

De mens heeft echter een groot voorstellingsvermogen, zo groot dat hij in de mogelijkheid is zichzelf illusies voor te spiegelen, die hij vervolgens voor werkelijkheid gaat houden. Maar ook groot genoeg om zich los te maken van automatische reflexen, met het vermogen tot meditatie en een zekere mate van afstandelijkheid van zichzelf. Ook al zijn de momenten waarop we echt denken niet talrijk: ze zijn er wel. Ziedaar onze toegevoegde waarde aan de natuur. (Ik ben geen materialist: ik denk dat ideeën ook werkelijkheid zijn)

Heidegger neemt het niet op tegen de wetenschap of de techniek - in tegenstelling tot sommige linkse activisten tegenwoordig- maar pleit voor openheid precies voor die zinvolle wereld. Hij noemt dat Aletheia, waardoor waarheid verschijnt: het uit de verborgenheid treden door goed te kijken en na te denken. Ernest Suyven gaat daar in zijn "Waarheid in het cybernetisch tijdperk" uitvoerig op in. In "Sein und Zeit" geeft Heidegger het voorbeeld van een bord. Dat bord is puur wetenschappelijk-technisch gezien maar gewoon een plaat, ergens tegen de muur in een lokaal. Zoiets is echter geen bord in menselijke zin. Het wordt maar een bord doordat ik die plaat ervaar - een sleutelwoord!- als een plaat waarop ik kan schrijven. Dan "verschijnt" die plaat als een bord uit mijn leefwereld. Dat schrijven gebeurt in een leslokaal met leerlingen of toehoorders die al dan niet geïnteresseerd zijn. Enzovoorts.

Dat mensen altijd al getracht hebben om de wereld waarin ze leven te beheersen, is heel redelijk. Dit verlangen heeft te maken met overlevingsdrang en met de drang tot weten. Haedewych van Campen spreekt in dit verband over de mechanisering, dus niet letterlijk zoals Dijksterhuis. Volgens haar voltrekt die mechanisering zich historisch in twee fasen. "De eerste, zoals die zichtbaar wordt bij Descartes, is de mechanisering van de natuur. De mens blijft daar als subject nog buiten, maar wordt er in de tweede fase, het Darwinisme, in geïncorporeerd." ( In haar "Heideggers Dasein en de mechanica van de levende natuur", blz. 10) Als natuurwezens en biologische wezens hebben we niets te protocollen: we moeten ons schikken naar blinde wetmatigheden. Maar in de wereld van de voorstellingen kunnen we, zoals Bertrand Russel ergens schrijft, een beetje onze eigen meesters zijn.
 
Koloniseren van onze voorstellingswereld
Welnu: ik heb de neiging te stellen dat wij nu een derde fase van "mechanisering" meemaken, namelijk het opnemen van onze denkwereld en onze opvattingen in beheersbare (dus in principe meetbare en controleerbare) structuren, dus het koloniseren van onze ‘voorstellingenwereld'. Dat gebeurt met behulp van het politiek correct denken en met als achtergrond de postmoderniteit, waarin de waarheid nu helemaal afhankelijk is van het discours en dus van de beoordeling van de lieden die het discours beheersen.
Voor het postmodernisme bestaat er geen extern ultiem criterium meer om te bepalen of een uitspraak juist is of onjuist (Voor Heidegger wel!). Meer zelfs: zodra mensen worden opgenomen in een postmodernistisch verhaal waarin zij zelf objecten zijn geworden van de derde golf van mechanisering, mág de werkelijkheid zelfs geen criterium meer zijn, want die werkelijkheid zou wel eens kunnen werken als een regelkring die het discours in twijfel trekt en de kolonisering van onze voorstellingen doorbreekt.

Als er geen objectief criterium meer is, kan alleen nog een subjectief criterium overblijven. Dat is alleen werkzaam als anderen dat subjectief criterium niet in vraag stellen. Dan is er alleen nog door mensen geconstrueerde werkelijkheid. Het bord is alleen nog een nuttig object, geen aanwijzing meer voor een menselijke werkelijke leefwereld. En dat geldt voor onze gedachten en voorstellingen evenzeer: ze zijn geconstrueerd tot verhalen die door een macht worden opgelegd.

Als mijn idee over de derde mechaniseringsgolf enig hout snijdt, dan neemt de menselijke vrijheid tegenwoordig af, in plaats van toe te nemen. Dat vloekt niet alleen met Heidegger, het is ook vierkant tegen de dromerijen van sommige 68-ers. Immers: tot Descartes was de mens een schepsel van God, gemaakt om zich te vermenigvuldigen en de wereld die hem gegeven is te onderwerpen (Genesis I, 26). Descartes mechaniseert eerst de wereld, waar de mens dan als eenzame sukkelaar tegenover staat. Darwin neemt die arme sukkelaar op in een blinde genetische wetmatigheid. (Lamettrie was Darwin eigenlijk voor, maar dat is nu detail, en in het spoor van Darwin heb je ook mensen als Swaab). En nu maken we mee dat zelfs ons denken en onze moraliteit opgenomen worden in structuren, waar we als denkende mens geen greep meer op hebben of beter: mogen hebben. In dit laatste geval komen we in de greep van een intellectuele en morele macht, belichaamd door een Gedankenpolizei, met uitsluiting als straf voor wie niet gehoorzaam is. Het doet denken aan de film Zardoz. Die intellectuele en morele macht gedraagt zich zoals de wetten van natuur en biologie: ongenaakbaar en onverbiddelijk.. En maar kletsen over democratie!
 
Vrijheid is ook aanvaarden
Echte vrijheid is alleen mogelijk als we ons aansluiten bij de culturele gesteldheid waarin we ontstonden. Anders straffen we onszelf met een levenslange strijd tegen onze eigen omgeving. Maar precies door die omgeving te accepteren ontstaat er ruimte en tijd of tenminste de openheid om de relativiteit van onze eigen opvattingen te erkennen, ook omdat we andere opvattingen elders opmerken en daarvan zien dat ze nog werken ook. We kunnen ons afstandelijk opstellen, oog krijgen voor wat we niet zagen (uit verborgenheid laten treden, zou Heidegger zeggen) maar dat gaat niet als we de hele tijd strijd moeten leveren, dan hebben we daar geen tijd voor. Dat is Heideggers kritiek op onze moderne tijd: mensen zijn zo opgenomen in Das Rechnende Denken, in de techniek, de cybernetische denkwijze, de spelletjes, de games enz. dat ze geen oog meer hebben voor wat ons ontgaat, als we er niet bewust naar zoeken. Denk aan die situatie met dat schoolbord. Vrijheid vereist ons los te maken uit niet noodzakelijke verbanden (aan deze laatste kunnen we immers niet ontsnappen), doch kijken naar wat in onze werkelijke leefwereld zicht ontbloot als waarheid, die inzichten doet groeien waar we geen oog voor hebben als we alleen maar met opgelegde structuren bezig zijn.

Heidegger trekt dus niet ten strijde tegen wetenschap en techniek, integendeel, maar hij wil een stuk werkelijkheid reserveren voor de vrije, denkende mens. Ik denk niet dat Martin Heidegger opgezet zou zijn met ons politiek correct denken.

We zijn wezens uit de natuur en dragers/producten van een genetische structuur; daar kunnen we ons niet van losmaken. Dat zijn noodzakelijke en opgelegde verbanden. Maar we zouden alles moeten doen om de vrijheid te behouden te denken en te zeggen wat we willen. Denken is de plaats waar onze vrijheid zich voltrekt. Vrijheid moeten we dus praktiseren. Die praxis wordt in het postmodernisme bedreigd.
Zo maar wat gedachten.... filosofisch ook... Met excuses voor de excursie naar Heidegger, maar dat is de denker die mij het meest treft.

Elk zijn waarheid, of gecultiveerde onwetendheid

We schreven zopas nog maar een stukje over gecultiveerde onwetendheid in verband met ons onderwijs, maar daar houdt het niet mee op. Ook cultuur en literatuur lijden aan bloedarmoede door allerlei taboes.

In onze postmoderne wereld is er een monocultuur ontstaan waar zelfs verstandige mensen zich niet altijd van bewust zijn. Een voorbeeld:

De kandidatuur van Mia Doornaert, door N-VA voorgesteld als voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren, werd op kritiek onthaald bij links-progressief. Doornaert staat immers bekend als conservatief en ze is dus een doorn in het oog van al wie links denkt.

Marc Reynebeau – zowat het boegbeeld van de links-progressieve ideologie - vraagt zich af hoe die ongelukkige moslimauteurs zich zullen voelen nu er op de troon van ‘zijn' literaire wereld een conservatieve barones zit die daarenboven ook nog de islam kritisch benadert. Hij vreest vooral een grotere invloed van de politiek. Waarmee hij dus negeert dat ook zijn Kerk sterk politiek verankerd was, en hij het duidelijk moeilijk heeft met het gewijzigde democratisch draagvlak.
 
Zijn kritiek toont aan dat cultuur voor Reynebeau en Co geen nood heeft aan een maatschappelijke verbondenheid. Terwijl de grootste Vlaamse partij wél een veel groter draagvlak heeft en dus democratisch ook meer legitimiteit bezit dan zijn Kerk zonder voetvolk.

Dat zou niet zo belangrijk zijn, mocht de redactie van krant waarvoor hij schrijft niet dezelfde oogkleppen dragen. Ooit verleidde dat mij tot een nogal forse kritiek:
 
Om voor De Standaard te schrijven moet je niet veel wéten, wél diepgelovig zijn.
 
 
Nieuw in onze bibliotheek

Dat we onze filosofie indachtig soms veel later over een onderwerp berichten dan de reguliere media zal onze trouwe lezers niet verbazen. Over De KIM - TRUMP top in Singapore werd nogal wat geschreven, en toch werd niet alles gezegd. Daarom vroegen we onze China-correspondent Frans Vandenbosch hoe de Chinezen deze top beoordelen. Een interessante bijdrage voor wie gebeten is om te weten!
 
Uit het antwoord van Defensieminister Vandeput op parlementaire vragen van Veerle Wouters (Vuye & Wouters) blijkt dat hij geen problemen heeft met een Krijgsmacht die afhankelijk is van de Amerikaanse President, het Pentagon én de wapengigant Lockheed Martin. Bizar dat een nationalist autonomie niet belangrijk vindt.
 
11 juli en het Europa der volkeren, is een essay over de kracht van gemeenschappen. Misschien moeten we maar eens meer vertrouwen hebben in de krachten van een gemeenschap van bewuste burgers.
 
 
 
             Pjotr's Dwarsliggers