Print

drie apenIn het artikel ‘Bourgeois en de islam’ stelden we de vraag: “Hoe is het mogelijk dat de islam ons land al voor een goed deel ingepalmd heeft zonder dat wij het echt merkten?”

Zelfs vandaag zullen er nog veel mensen zijn die denken dat die vraag onnodig dramatisch geformuleerd is; ze zien daarvan eigenlijk niet veel, en vast niet voldoende om ongerust te worden! Dat is natuurlijk nóg eens een indicator voor het probleem dat ik hier aanspreek.

Ik moet onwillekeurig aan die drie apen denken. Daar hangt overigens een heel interessante geschiedenis aan vast, die iets heel anders – en meer verheven – vertelt dan wat wij bij dat beeld intuïtief denken. Misschien voor een volgende keer

Ik meende altijd hier de aangewezen gedragscode te zien om een autoritair regime te kunnen overleven: niets horen, niets zien en vooral… mondje dicht. Dat is natuurlijk een gegarandeerde manier om niets te veranderen en het werkt dus regime stabiliserend. Dat zou perfect passen in de pose van ‘het eeuwig onderdrukte volk’, die wij Vlamingen heel graag aannemen om ons falen in allerlei simpele aangelegenheden verstandiger te doen overkomen dan het is.

Bij nader toezien, kan het dat echter niet zijn. Wij Vlamingen kijken tegenwoordig naar alles en iedereen, tot over de rand van het voyeurisme. We luisteren naar iedere nog zo dwaze uitleg, en verkondigen doorlopend onze mening over alles en nog wat.

Maar wat is het dan wel? Als vandaag 60% van de Antwerpse kinderen thuis iets anders dan Nederlands spreekt, is er toch geen buitengewoon wiskundig talent nodig om te zien waarheen dat op middellange termijn moet leiden. En toch merkt de Vlaming…niets. Hoe kan dat?

Ik ga hier iets beweren dat zo absurd klinkt dat U mogelijk onmiddellijk wilt stoppen met lezen. Ik moet U dus om een beetje geduld vragen: blijf nog eventjes bij me, dan wordt het wel duidelijk. Hier komt nu de totaal absurde bewering:

Wij zijn ons van problemen in verband met migratie niet bewust, omdat wij er ons niet voor interesseren. We houden ons daar gewoon niet mee bezig!

“Komaan zeg: we kunnen geen krant open slaan of geen TV inschakelen zonder dat het over migratie of migranten gaat! Toont dat geen duidelijke interesse?”… Zouden we kunnen denken, tot we die berichten eens een beetje zorgvuldiger onder de loep nemen. Als we nauwkeuriger kijken zien we namelijk dat al die bijdragen gaan over iets wat mijnheer A of mevrouw B over migranten gezegd of geschreven heeft, en meer bepaald over de vragen of die uitlating nu misschien ‘racistisch’ is, en of we daar al dan niet afgronddiep verontwaardigd over moeten zijn. Veel aandacht wordt ook besteed aan de vraag of onze instelling, die wij als volk, tegenover migranten aannemen niet ‘onrechtvaardig’, ‘exclusief’ of ‘stigmatiserend’ is. Maar verder of dieper gaan we niet.

Op de kern van de vragen rond migratie en migranten werkelijk ingaan wordt verregaand overgelaten aan de mensen die wij, per oncontroleerbare maatschappelijke consensus, als ‘extremisten’ declareren. Het ligt dan natuurlijk in de aard der dingen dat die standpunten al eens extreem kunnen uitvallen. Maar ze vinden geen rationeel antwoord, ook geen sluitende weerlegging; enkel verontwaardigde afkeuring.

Wij hebben inderdaad in Vlaanderen nooit een debat over migratie gehad, maar enkel een discussie over ‘het migrantendebat’ dat dus niet eens werkelijk bestond! We discussiëren bijna uitsluitend over onszelf, over onze en elkaars reacties en gevoelens bij het fenomeen migratie.

Tom Naegels, de ombudsman van ‘De Standaard’ en vrij representatief voor onze hedendaagse ‘intellectuele elite’ zegde nog in 2006: “het Belgisch migrantendebat heb ik nog steeds als het standaardwerk over antiracisme. Het is nochtans al meer dan tien jaar geleden geschreven”. Het is hier opmerkelijk dat ‘Het Belgisch Migrantendebat’ (1992 Blommaert en Verschueren) noch het fenomeen migratie, noch de migrant behandelt, maar – zoals de titel ook duidelijk zegt – dat wat wij Belgen daarover denken, zeggen en schrijven. Het boek gebruikt daarvoor tekstanalyse en komt tot vrij interessante conclusies, ook tot enkele nogal boude uitspraken over de Vlamingen, maar het zegt niets over migratie.

Nu moeten we eens proberen te begrijpen wat hier gebeurt. Een van de meest ingrijpende processen in de Europese geschiedenis van de laatste duizend jaar wordt bij ons gewoon systematisch geïgnoreerd. Dat gebeurt door het ontzettend complex fenomeen te reduceren tot één klein en eigenlijk vrij onbelangrijk aspect: onze mening daarover en onze reactie daarop. Al de rest verdwijnt achter een enorme blinde vlek.

Deze behandeling is niet exclusief voor het thema migratie gereserveerd. We doen datzelfde tegenwoordig met bijna alle belangrijke vraagstukken. Het mechanisme is – vandaag – even eenvoudig als universeel verspreid. Wij verschuiven de focus van onze aandacht van het object onder observatie naar het waarnemend subject. We doen dat zo radicaal dat het object daarbij praktisch verdwijnt. Het is dan ook allerminst verwonderlijk dat we voor bijna geen enkel probleem vandaag nog oplossingen vinden: dat is in ons waarnemen en denken gewoon naadloos ingebouwd. Teruggaand naar ons beeld bij het begin zouden we kunnen zeggen de wij kijken zonder te zien, horen zonder te verstaan en praten zonder iets te zeggen.

Het is allerminst verbazend dat ons denken in die richting geëvolueerd is. De postmoderne filosofie, waarvan de oorsprongen nu ongeveer een eeuw achter ons liggen, heeft intussen onze cultuur tot in het laatste hoekje doordrongen. Zeer verkort voorgesteld bestaat voor de postmoderne denker geen objectieve waarheid. Eén feit komt met vele waarheden. Objectieve realiteit wordt ofwel volledig ontkend, ofwel een secundair belang toegeschreven. Het enige substantiële dat over blijft is het ‘discours’ (term geïntroduceerd door Michel Foucault): dat wat wij over het probleem denken, zeggen en schrijven. Zo is het gemakkelijk te begrijpen dat ‘het migrantendebat’, en niet het verschijnsel migratie zelf, in de discussie centraal komt te staan.

Het postmodernisme reduceert de dingen tot hun betrekking met het menselijk denken en voelen, geprojecteerd op onze communicatie. Taal staat hier centraal. Dat is natuurlijk een totaal antropocentrisch model: de mens als maatstaf van alle dingen! Het lijkt mij nogal aanmatigend voor een biologische genus die, op een kosmologische tijdsschaal gezien, pas sinds kort bestaat en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook vrij spoedig – met of zonder eigen toedoen – weer zal verdwijnen. De Grieken zouden dat hybris genoemd hebben.

Moderne denkers beginnen meer en meer de ongerijmdheden en de onbruikbaarheid van het postmoderne model te zien. Jammer genoeg leert de ervaring dat het van daar uit nog zo’n dertig jaar zal duren, alvorens die bezinning de kwaliteit van het debat wezenlijk kan beïnvloeden. Ik geloof niet dat de realiteiten, die zich in de nasleep van het fenomeen migratie onafwendbaar ontwikkelen, ons die tijd zullen laten. Maar hoop kan ook bestaan zonder geloof.

Nu voel ik wel degelijk de verplichting om onze lezers voorstellen te doen over de manier waarop een effectief migratiedebat opgebouwd zou kunnen worden. Dat is verre van eenvoudig en zou ons hier te ver voeren. Ik beloof wel daar bij een volgende gelegenheid op in te gaan.

Uw dwarsligger.