Print

erasmus griekenZijn de EU-top, Tsipras en de zijnen, niet allemaal zoals de dwazen uit 'Laus stultitiae' van Erasmus? Dwazen die hun lage begeertes voorrang geven op het erkennen van het licht van de zon?

 

 

Zeggen dat Erasmus een verstandig man was is zeker een levensgroot understatement. De wereld waarin hij leefde, en waarover hij in 1511 zijn ‘Laus Stultitiae’ (lof der zotheid) schreef, was verward en verwarrend, eigenlijk niet zo heel verschillend van onze tijd. Eeuwenoude waarden werden in vraag gesteld en zekerheden ondergraven. Instituties waren tot over de rand van het belachelijke gedegenereerd. Niets was nog wat het leek te zijn. Ontdekkingen allerhande openden een nog erg wazige blik op een nieuwe tijd.

Alleen al de titel ‘Lof der Zotheid’ is verwarrend tweeduidig. Natuurlijk zou men kunnen denken dat Erasmus hier de ‘Zotheid’, de dwaasheid die zich blijkbaar als dragend principe van de wereld doorgezet heeft, bewonderend wil loven. Als je het boek leest lijkt het er toch eerder op dat hij de ‘Zotheid’, die klaarblijkelijk de wereld regeert, zelf aan het woord laat. Geamuseerd monkelend bekijkt ze de maatschappij, waarin de dwaasheid alom tegenwoordig is.

Erasmus was een meester van de ambiguïteit. Dat moest je in die tijd wel zijn, als je echt iets wilde zeggen en desondanks toch in je bed sterven. Dat laatste heeft hij, in tegenstelling tot zijn vriend Thomas More, aan wie hij het boek opdroeg, dan ook klaar gespeeld.

erasmus grieken

 

Daaraan moest ik denken toen ik deze morgen (30 juni) naar de ‘krantencommentaren’ van de VRT luisterde. Het ging natuurlijk uitsluitend over de Griekse situatie. Het ‘Leitmotiv’ was – weer eens – de harteloosheid waarmee wij de arme onschuldige Grieken behandelen. Daar was het dan weer in zijn volle glorie: het geïnstitutionaliseerd medelijden! Erasmus zou er brandhout van gemaakt hebben! Ik denk dat hij dat, wat hij (in hoofdstuk 53) over theologen schreef, vandaag eenduidig op de progressieve sociologen, politicologen en, bij gevolg ook op de journalisten zou overdragen:

"Ze zijn omringd door een zo grote schare professorale definities, conclusies, consequenties, uitdrukkelijke en stilzwijgende stellingen, beschikken over zo’n massa uitwijkmogelijkheden dat, ook al zouden ze nog zo in Vulcanus’ netten verstrikt raken, ze toch zouden ontkomen door hun fijne nuances waarmee ze alle knopen zo gemakkelijk doorhakken, dat de scherpe bijl van Tenes het niet kan verbeteren; zozeer wemelen ze van pas bedachte woordjes en wonderbaarlijke uitdrukkingen."

De hier met naam vernoemde acteurs kennen wij niet meer allemaal. Daarom is misschien een kleine verklaring nuttig. Vulcanus (de smid) had die netten van brons gemaakt en hij gebruikte ze om zijn overspelige echtgenote Venus en haar minnaar Mars ‘in flagranti’ te vangen en aan de verzamelde goden te presenteren. Al goed dat er toen geen Facebook bestond… Tenes gebruikte een bijl om vlotjes de meertouwen van een schip door te hakken.

Het zou ons te ver voeren hier in detail op al die pers commentaren in te gaan, maar één kostelijk voorbeeld wil ik U toch niet onthouden. Bart Eeckhout, die zich in het laatste decennium van een kritische, objectieve, scherpzinnige jonge man tot ‘ster commentator’ van De Morgen ontwikkeld heeft schrijft:

Het is een duivelse keuze waarvoor de Grieken bij het referendum van zondag worden gesteld. Zeggen ze 'ja' tegen de voorstellen van hun crediteuren, dan kiezen ze voor de zekerheid van verarming en vernietiging van de eigen economie. Zeggen ze 'neen', dan kiezen ze voor de totale onzekerheid. Het is de keuze tussen trage economische verstikking en snelle economische chaos.

Klinkt goed, maar hij gaat hier aan een kleinigheidje voorbij. In 2014 begon de Griekse economie zich langzaam te herstellen. De structurele hervormingen, hoe onvoldoende en halfhartig doorgezet ook, begonnen resultaten te boeken. Er was duidelijk nog veel werk aan de winkel, maar de offers gingen zich lonen. Er was toen echt licht aan het einde van de tunnel! Maar de bevolking kon dat nog niet direct voelen. Daarvoor hadden ze nog een jaar geduld moeten hebben. Dat hadden ze niet, en dus kozen ze voor Syriza. Die pikten nog een ultrarechtse partner op – rockers onder zich, dat werkt – en vormden een regering die in de kortste keren het beetje vooruitgang dat er was aan diggelen sloeg. Daardoor waren alle offers inderdaad voor niets geweest. Mijnheer Eeckhout staat er geen moment bij stil dat de Grieken nu, weliswaar vanuit een oneindig veel slechtere positie, nog eens de kans hebben de wissel te trekken. Hij postuleert gewoon dat ‘ja’ zeggen tot verarming, zelfs verpaupering zal leiden. Hij doet alsof die verbetering in 2014 er nooit geweest is. Maar het is natuurlijk even goed mogelijk dat hij helemaal geen weet heeft van die hoopgevende cijfers. Eeckhout heeft het juist gezien als hij daaraan geen aandacht verspilt: feiten doen niets ter zake, het gaat hier om emoties. Bovendien is hij in goed gezelschap, zelfs van gereputeerde economen zoals de heer De Grauwe.

Een andere commentator bracht het op het punt. De Europese leiders staan nu voor een enorme opgave. Deze keer is dat geen reken opgave, maar een oefening in empathie. Voor mij zou het toch wel geruststellender zijn indien de mensen die ons lot in handen hebben al eens eerst heel zorgvuldig en emotieloos zouden rekenen om vast te stellen hoeveel ruimte er echt nog is voor empathie! Daardoor kan dan misschien zelfs dat medelijden iets meer worden dan hol en vals klinkend en totaal vrijblijvend theater.

Maar zo tikt de huidige wereld natuurlijk niet. Wat echt belangrijk is zijn emoties en schuldtoewijzing. Het gaat niet om rekenen, niet om het vinden van mogelijkheden en oplossingen. Het gaat over een epische strijd tussen goed en kwaad, waarin geen mens afzijdig kan blijven, een gevecht tussen ons (uiteraard de goeden) en hen dus.

Maar wat, beste mensen, als er nu eens geen goeden en evenmin slechten zijn? Wat als de strijd zich afspeelt tussen dwazen, die allemaal – ieder op zijn eigen manier – hun lage begeerten proberen te verwerkelijken?

Wat als het hier om echte mensen van vlees en bloed zou gaan; een beetje goed, een beetje slecht, een beetje laf, een beetje dapper? Wat als die stereotype diep slechte of engelachtig barmhartige halfgoden nu eens enkel in derde klasse films, en niet in de reële wereld, bestaan? Wat, met andere woorden, als de maatschappij die Erasmus met een zo vlijmscherpe precisie schilderde ook vandaag nog maar weinig veranderd zou zijn tegenover zijn tijd? In dat geval moeten we ook die Griekse tragedie een beetje anders gaan bekijken. Proberen we eens ijselijk objectief bij de feiten te blijven.

De opeenvolgende Griekse regeringen van de laatste decennia hebben een absoluut waardeloos beleid gevoerd. Ze hebben enkel cadeautjes uitgedeeld aan belangengroepen uit het complete brede spectrum van de Griekse maatschappij, maar natuurlijk in de eerste plaats aan zichzelf en hun naastbestaanden. Vooral de ‘upper class’, de daar welig bloeiende oligarchie werd royaal bedeeld. Ze hebben allen hete hangijzers, zoals bij voorbeeld de belasting van de nu onbelaste, maar wel steenrijke Grieks orthodoxe kerk, virtuoos vermeden. Ze hebben zich geen moment met een efficiënt en effectief beleid, dat hun economie had kunnen ondersteunen, bezig gehouden.

Daardoor is Griekenland gebleven wat het was: een arm land met een structureel zwakke economie, verschrikkelijke corruptie en – voor de kleine man – een ondraaglijk slechte gezondheidszorg. Naarmate ze in Europa geïntegreerd werden verergerde de situatie. Europa bood alles wat het hartje van de inferieure politicus verlangt: niet enkel bakken geld om te verkwisten (sommigen zullen vergoelijkend zeggen: te verdelen) maar ook overtuigende uitvluchten om het juiste niet te doen.

Nu kan men met recht beweren dat het beleid bij ons niet veel beter was. Dat is waar, en het is een groot probleem. Maar het is een ander probleem. Vooral de Euro gaf de Grieken de mogelijkheid schulden te maken in een mate die met de Drachme nooit denkbaar zou geweest zijn. Die schuldenberg is ondertussen opgelopen tot het hallucinant bedrag van meer dan driehonderd miljard Euro. Er is geen mogelijkheid in de wereld dat ze die schulden ooit terug kunnen betalen, ook al doen onze politieke leiders nog zo zeer alsof.

Is dat nu de schuld van de modale Griek? Niet helemaal, maar ook niet ‘helemaal niet’. De Griekse regeringen die deze hondsbrutale vertoning opgevoerd hebben waren even democratisch gelegitimeerd als de huidige, en overigens ook de onze.

Bovendien zijn politici, daar en hier, een tamelijk nauwkeurige spiegel van het volk.

We moeten niet zo doen alsof – daar zo wel als hier – een bende schurken een massa ethisch voelende en handelende mensen manipuleert. De modale Griek heeft naar krachten van de mogelijkheden die een absoluut incompetente administratie en een kreupele wetgeving boden gebruik (of liever misbruik) gemaakt. En ook dat was bij ons niet anders… .

geldindeoceaan

Copyright: Neue Zürcher Zeitung

Nu doen onze progressieven zo alsof Europa de Grieken het mes op de keel zet om de ze uit te persen. Het is typisch voor deze tijd dat niemand de ongelofelijke infantiliteit van die beschuldiging merkt. Het gaat er, op het moment, helemaal niet om van de Grieken ook maar iets te krijgen.

De vraag is of we de Grieken nóg enkele tientallen miljarden Euro gaan geven, boven op die 350 miljard die ze al nooit kunnen terugbetalen. En ook dat dan nog zonder definitief einde in zicht. En Europa is zelfs bereid dat te doen. Ze willen enkel daarvoor in ruil garanties dat het geld zal helpen Griekenland in richting van een effectieve, belastbare economie te sturen, en niet zonder meer in hetzelfde corrupt en bodemloos gat wegsijpelt waar al de rest in verdwenen is. Ze hadden dat al veel eerder moeten doen.

Natuurlijk is het woord van mensen als Tsipras en Varoufakis geen acceptabele garantie, en dat vinden die vernederend, zelfs beledigend. Maar het eerste wat die gedaan hebben toen ze aan de macht kwamen was wel de structurele hervormingen van de vorige regering – die tot de prille beterschap in 2014 geleid hadden – terugdraaien. Die maatregelen waren vastgelegd in akkoorden met de instituties die de Grieken toen geld, veel geld, gaven. Ze hoorden integraal bij de ‘deal.

Dat belette de regering Tsipras niet daar vierkant haar voeten aan te vagen en tegelijkertijd nog meer geld te eisen. Maar zelfs dat is niet zo uitzonderlijk. Ik wil hier geen discussie over de geschiedenis van de kapitaaltransfers binnen België beginnen, maar… Bovendien hebben Tsipras en Co voor een goed deel de huidige Europese tijdsgeest op hun hand: ‘pacta sunt servanda’ (afspraken moeten worden nagekomen), is niet meer ‘in’! Ze kunnen op heel veel sympathie rekenen. Ook hier bij ons las ik nog niet zo lang geleden “dat het terugbetalen van schulden toch niet de eerste prioriteit mag zijn”. Het is dus nog altijd niet helemaal duidelijk dat ze uiteindelijk niet toch hun zin – dat is: heel veel geld, zo maar – zullen krijgen.

Zijn nu Tsipras en Co de schurken uit het stuk? Dat is ook weer een te korte bocht. Koorknapen zijn het vast niet, maar ook de andere Europese leiders en de banken hebben tonnen boter op het hoofd. Iedereen wist dat de Grieken, zich in de Euro ‘gekonkelfoesd’ hebben met vervalste boeken. Iedereen, tot en met onze nationale ramp Verhofstadt, beweerde achteraf het niet te weten. Iedereen wist dat de Euro, een gemeenschappelijke munt zonder een gemeenschappelijke fiscale en sociale politiek als fundament, fatale constructiefouten had. Niemand heeft daar met voldoende nadruk op gewezen: het ‘enthousiasme’ was te sterk. Voor wie goed observeert: 'enthousiasme' is ook zo'n emotie die onze tijdsgeest kenmerkt. Zoals in: “het enthousiasme was zo groot, dat men vergat de cijfers ernaast te leggen”. Ook ons wonderkind Verhofstadt, deelt dit sentiment nog steeds, en zit daarmee gebeiteld.

De banken hebben Griekenland die waanzinnige leningen niet gegeven uit liefdadigheid, maar uit gierigheid. Ze hebben gedacht van de hoge interesten te profiteren en de duidelijke risico’s te kunnen afwentelen op de belastingbetaler. Dat is niet ongebruikelijk: ze hebben dat al vaker – met succes – gedaan.

De huidige Europese top politici hebben zich veel te lang in alle denkbare pirouettes gedraaid om toch maar niet met de werkelijkheid geconfronteerd te worden. Zelfs nu kunnen ze het nog altijd niet over hun hart krijgen om ons eerlijk te zeggen waar het op staat: dat vele geld dat de Grieken van ons geleend hebben is in ieder geval weg, a fond perdu. Daarom is de charade die ze nu opvoeren rond ‘schuld kwijtschelding’ ook zo zielig. Ze leren het nooit.

En we kunnen ze niet eens tot de orde roepen: daarvoor hebben we de democratische structuren binnen Europa niet. Bovendien spreken ook de Amerikanen een woordje mee. Griekenland is een belangrijke NATO partner en wint aan gewicht naarmate Turkije twijfelachtiger wordt. Daaruit volgen een hele hoop implicaties die onze speelruimte zwaar hypothekeren.

Hoe dan ook: heel die miserabele hoop onbegrijpelijke fouten vormt de realiteit waarmee wij – en de Grieken – te leven hebben: er is geen betere werkelijkheid. We zullen dus wel moeten proberen er het beste van te maken.

Er zal, noch voor de modale Griek, noch voor Europa, ook maar iets kunnen beteren zolang we niet onze zichtwijze veranderen. We moeten efficiëntie tot de kengrootte maken waaraan we alles meten, zowel Griekse wetgevende maatregelen als Europese steun. Alle andere overwegingen moeten we nu, zeker in deze noodsituatie, even achterwege laten. De Griekse economie moet zich zo ontwikkelen dat ze de mensen daar een waardig bestaan kan verschaffen. Dat kan enkel door efficiëntie verbetering.

Dat zal niet voor morgen zijn. Vandaag wordt onze maatschappelijke discussie gedomineerd door twee vijandig tegenover elkaar staande kampen. Het eerste kamp denkt dat geld het enige criterium is waarnaar we ons moeten richten en dat mensen enkel nuttig zijn om geld te verdienen. Het tweede kamp is blind voor alles behalve emoties en denkt dat het geld op de bomen groeit. Ze houden elkaar in een dodelijke wurggreep. Niets kan nog bewegen. Het woord ‘efficiëntie’ wordt daarbij niet eens gedacht, laat staan uitgesproken. Wij allemaal, inclusief de gewone Griek, zijn daarvan de slachtoffers.

Ik heb – zonder veel hoop – voor beide kampen een oude wijsheid van de Cree indianen te bieden, die ik - voor modern gebruik - met enkele woorden uitgebreid heb:

Pas als de laatste boom gestorven, de laatste rivier vergiftigd en de laatste vis gevangen is, zullen we merken dat we geld niet kunnen eten. En opgeklopte emoties evenmin…

Dwarsligger