General Dynamics F 16 Fighting Falcon1 Dossier

medium Peter Paul de Waal 2 In een vorig artikel zochten we naar de redenen voor de Amerikaanse keuze voor één vliegtuigtype (herlees hier). In deze bijdrage vragen we de Nederlandse gewezen politiek analist en adviseur Peter Paul de Waal of dat wel een goed idee is.

Deel 2 Alle eieren in één mand

Inleiding

In de vorige bijdrage eindigden we met een dubbele vraag: (1) of de Belgische Luchtmacht voor dezelfde uitdagingen staat als de VS en dus best ook voor de JSF kiest en (2) of het toch beter is om verschillende vliegtuigtypes te kunnen inzetten in een internationaal (NAVO-) verband. In deze bijdrage zoeken we naar een antwoord op de laatste vraag: alleen maar de JSF of een gevarieerd ‘fighter’-arsenaal?

Hoewel we heel wat interessante informatie ontvingen uit het netwerk van  gevechtspiloten, willen we hier het woord geven aan iemand die niet ‘belast’ is door eigen ervaringen en de daaraan verbonden (voor)oordelen. Ten gronde is deze keuze een strategische politieke keuze die niet enkel berust op technische gegevens.   

  

Peter Paul de Waal

Interview

Meneer de Waal, blijkbaar bent u niet alleen specialist in de politieke besluitvorming maar tevens een zeer geïnteresseerd en actieve Nederlander als het gaat over de Nederlandse keuze voor de JSF gevechtsvliegtuig. Van waar die interesse?  

Vanaf kindsbeen af aan ben ik gefascineerd door de krijgsmacht en het fenomeen oorlog. Niet op een perverse manier. Oorlog lijkt mij iets afschuwelijks. Juist daarom moet hij in mijn ogen met alle mogelijke middelen en op alle wijzen voorkomen worden. Militaire afschrikking is daarbij maar één middel, maar tevens het meest complexe - ook in moreel opzicht - en daarom voor mij het meest interessante.

Ik heb het mijn zaak gemaakt, om het naadje van de kous te weten over militair materieel, organisatie, opleidingen, trainingen, doctrine en strategie. Omdat onze militairen het waard zijn, dat wij – burgers – zich voor hun veiligheid inspannen.

Tijdens mijn studie bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit heb ik mij verder gespecialiseerd in strategische studies, internationale betrekkingen en het Nederlandse defensiebeleid. Ik heb het knarsetandend aangezien hoe vanaf 1991 de Nederlandse krijgsmacht werd uitgekleed, en er keuzes werden gemaakt, ook op gebied van materieelbeleid, die onverstandig zijn.

Hoe verliep het politiek besluitvormingsproces over de opvolging van de F16 in Nederland?

Het strekt te ver om dat tot in detail te beschrijven. Feit is, dat de Koninklijke Luchtmacht (KLu) van meet af aan de JSF wilde hebben, gericht als de top is op de USAF, en aanvankelijk was ik ook overtuigd van het JSF programma. Maar naarmate de kosten steeds verder opliepen en steeds meer terechte kritiek op het ontwerp en het programma zelf ontstond, werd de besluitvorming ondoorzichtiger en speelde zij zich af in achterkamers. Vele belangen, met name die van de Nederlandse luchtvaartindustrie – of wat daar van resteert – speelden een belangrijke rol.

Uit niets bleek echter, dat er kritisch naar de doctrine werd gekeken, waaruit dit toestel voortkwam. Ook de snel veranderende strategische en geopolitieke omgeving speelde geen rol in de beraadslagingen. Men, d.w.z. de top van de KLu, het ministerie van Defensie, opeenvolgende kabinetten en het luchtvaartcluster voeren blind op de USAF en het Pentagon. Tot dusver was dat altijd goed gegaan. Maar vertrouwen in de Amerikaanse visie en wijsheid kan te ver doorschieten, zoals in dit geval. De besluitvorming werd door tunnelvisie gedomineerd.

Is er bij de bevolking interesse voor dit dossier of is het een dossier dat enkel de politieke wereld en defensie interesseert?

De bevolking vindt iedere cent die aan defensie gespendeerd wordt teveel, dus daar maak ik mij geen illusies over. En ik heb menig politicus zulke aperte nonsens over dit onderwerp horen uitkramen, dat ik mij afvraag of de politiek wel voldoende belangstelling heeft voor defensie. Ook zij kijken alleen naar de financiën.

Wat zijn uw voornaamste bezwaren tegen één enkel type vliegtuig voor de NAVO-bondgenoten?

Men moet nooit op één paard wedden, tenzij het een uitmuntend paard is dat zichzelf keer op keer heeft bewezen.

De F-35 is ontworpen rond aannames, die nog nooit in een oorlog tegen zogeheten “near peer” tegenstanders – dat wil zeggen, landen met een grote en moderne krijgsmacht – zijn beproefd of bewezen. Zelfs het testprogramma van de F-35 is nog lang niet zover, dat men het toestel in complexe scenario’s tegen de meest geavanceerde technologie van eigen bodem heeft getest. Maar inmiddels is het programma zo duur geworden, dat men niet meer wil omkeren. Dat betekent effectief, dat de VS en veel van hun bondgenoten zich nu al afhankelijk hebben gemaakt van één toestel, dat op geen enkele wijze heeft aangetoond dat het kan doen, wat het moet kunnen doen. Dat is niet alleen curieus, het is levensgevaarlijk.

Ten tweede bezit het toestel geen enkele aerodynamische eigenschap waarmee het zich uit precaire situaties zou kunnen redden, mochten de twee technologische pijlers waarop het ontwerp is gebaseerd – stealth en superieur situationeel overzicht – ontoereikend blijken te zijn of door storingen niet functioneren. Om een vergelijking te maken: als een autofabrikant zo op airbags vertrouwt, dat hij deze niet meer beproeft met crash test dummies, zou geen overheid toestaan dat het model op de markt kwam. Bij de F-35 neemt men voetstoots aan dat alles zal functioneren zoals de fabrikant op basis van onbewezen aannames belooft. Ik ben een gelovig mens, maar in militaire aangelegenheden zeg ik: vertrouwen is goed, controle is beter.

Over welke troeven beschikt de JFS?

De F-35 beschikt over een behoorlijke radar, de APG-81 en een heel vernieuwend en interessant systeem van Northrop Grumman, dat het AN/AAQ-37 Distributed Aperture System wordt genoemd.  Voorts is er geen enkel compromis gedaan aan de lage radar reflectie van het toestel. Men zou de F-35 het best kunnen omschrijven als een doorontwikkeling van de F-117 Nighthawk en een broekzak formaat verkennings- en doelopsporingstoestel tegelijk. De vlieger zal ook over ongekend hoog omgevingsbewustzijn kunnen beschikken. Dat maakt het een waardevolle “force mulitplier” – een systeem dat veel toevoegt aan de eigen slagorde.

Welke zijn de voornaamste zwaktes van dit revolutionair concept?

Het is geen jachttoestel. Daarvoor is het niet snel en wendbaar genoeg. De wendbaarheid is te vergelijken met dat van een vrachttoestel als de Hercules (link). En dat is zorgwekkend. Want de laatste generaties Russische en Chinese toestellen, die naar potentiële tegenstanders worden geëxporteerd, zijn dat wel. Bovendien beschikken die ook over zeer geavanceerde sensoren en uitstekende wapens. De kans is groot, dat de superieure eigenschappen van de F-35, stealth en situationeel bewustzijn? door technologie sneller worden achterhaal dan wordt verwacht.

Vergeet niet, dat het toestel al meer dan tien jaar in ontwikkeling is en dat stealth geen noviteit meer is. Als die eigenschappen niet meer doorslaggevende factoren zijn, hou je een slecht gevechtstoestel over.

Komt bij dat het toestel ontzettend duur is, zowel in aanschaf als onderhoud. Een woordvoerder van de USN, NAVAIR-Command stelde enige tijd geleden, dat de F-35C zo’n 40% duurder in onderhoud is, dan de F-18E/F Super Hornet. En dat is, met zijn twee motoren al een duurder toestel om te onderhouden dan de huidige F-16.

Als de technologie die de F-35 levensvatbaar maakt, eerder wordt achterhaald dan verwacht, heeft iedere F-35 gebruiker dus een heel duur toestel aangeschaft dat door zijn concept juist kwetsbaarder is in plaats van veiliger. Daar wil ik geen Nederlandse vliegers in laten vechten.

Tenslotte, Nederland koos voor de JSF F35 Lightning II. Zou u deze keuze ook aanbevelen voor België?

Nee, absoluut niet. De F-35 is in financieel opzicht een koekoeksjong. Voor landen als Nederland en België, die toch al geen riant defensiebudget hebben, zal dit kostbare toestel ten koste gaan van andere posten op de begroting. Denk aan materieel voor de landmacht, zeemacht en andere onderdelen van de luchtmacht. Maar denk ook en vooral aan training, opleiding, onderhoud en logistiek.

Als ik de Belgische regering zou mogen adviseren, dan zou ik ervoor pleiten om eerst maar eens te zien hoe de Nederlandse ervaringen zullen zijn over enkele jaren. In tussentijd zou het Belgische luchtwapen interim toestellen kunnen leasen van bijvoorbeeld de USAF. Door de bezuinigingen in de VS, staan momenteel enkele smaldelen F-16’s aan de grond. Zo kan de Belgische regering tijd kopen, om een gedegen keuze te maken.

Nu moet ik eerlijk zeggen, dat de alternatieven beperkt zijn. Gezien de potentiële toekomstige tegenpolen van Russische of Chinese makelij, superwendbare toestellen zijn, met steeds betere sensoren en wapens. Ook hun luchtverdedigingsraketten zijn bijzonder gevaarlijk. Als die geëxporteerd worden en wij tegen een land met zulke wapens moeten gaan vechten, is het de vraag of toestellen als de Rafale, Gripen NG, Typhoon of andere 4de generatie jachtvliegtuigen daar tegen opgewassen zijn. Maar er zit gelukkig nog veel groeipotentieel in deze toestellen. Iets dat de F-35 eigenlijk alleen op gebied van sensoren en software kan bieden, niet qua vliegprestaties.

Vanzelfsprekend is de vervanging van de gevechtsvliegtuigen slechts een van de vele uitdagingen inzake veiligheid (denk maar aan het terrorisme). In dat licht lijkt de keuze voor een gevechtsvliegtuig van ondergeschikt belang. Echter, als het erop of eronder is, kan juist dat ene besluit van doorslaggevend belang zijn. Ik wens de Belgische Luchtmacht en het Belgisch kabinet van Defensie alvast veel wijsheid toe.

Alle eieren in één mand

Zonder vooruit te lopen op de vraag of België ook moet kiezen voor hetzelfde vliegtuig, is er nog een belangrijke dubbelreden waarom we deze keuze moeten in vraag stellen: (1) één van de opdrachten waarvoor de JSF duidelijk niet ontworpen werd, en veel te duur voor is, is de steun aan grondtroepen, ‘Close Air Support’. Terwijl (2) de meest voor de hand liggende opdrachten voor onze luchtmacht zich zullen afspelen in conflictgebieden waar deze opdracht heel belangrijk zal blijven. Kosovo, Libië, Irak, Afghanistan, Syrië, … allemaal opdrachten waar naargelang de noodzaak, eerst de luchtverdediging werd opgerold door de VS en pas nadien beroep gedaan werd op versterking van NAVO-partners. Daar is zelfs een zeer goede reden voor: de JSF F35A voor de Amerikaanse Luchtmacht (USAF) is niet dezelfde als deze die te koop zijn voor andere landen waaronder België.

Voorts wijzen gewezen gevechtspiloten erop dat het voor een tegenstander moeilijker is om geconfronteerd te worden met verscheiden types, elk met hun verschillende mogelijkheden. Ook de ontwikkeling van verdedigingssystemen is gemakkelijker wanneer men slechts met één vliegtuigtype te maken heeft.

Over de besluitvorming

Luitenant-generaal Claude Van de Voorde, kabinetchef Defensie, liet mij weten dat de minister elk contact met vertegenwoordigers van de industrie weigert om de procedure zijn normale gang te laten gaan.

Dat belet niet dat er  tot en met december verschillende vergaderingen plaatsvonden met vertegenwoordigers van Defensie, van de aanbieders waaronder Lockheed Martin, van de vertegenwoordigers van de Belgische defensie-industrie en bedrijven, en het federaal Ministerie van Economie. Uit berichten van de FLAG (Flemish Aerospace Group vzw), Skywin (Waalse tegenhanger) en BSDI (Belgische defensie-industrie) kunnen we afleiden dat deze samenkomsten geleid hebben tot minstens één vergadering in december van een werkgroep die het juridisch kader voor de industriële en andere  economische return, moet vastleggen zonder dat de aankoop zelf in het gedrang komt. Deze bekommernis is ingegeven door de nieuwe Europese wetgeving terzake. Maar ook deze nieuwe wetgeving, laat wel degelijk ruimte toe, gezien het gaat om een contract “van regering tot regering”, in casu de Amerikaanse en Belgische regering, en niet de firma Lockheed Martin.

Hoewel de minister (en zijn kabinet?) hier niet direct bij betrokken zijn, mag men dergelijk discrete tussenstappen in de besluitvorming niet bagatelliseren. Het is via dit sluipend proces dat de Belgische bedrijven, net als de Nederlandse overigens, grote druk kunnen uitoefenen op officiële instanties en personen.

Wat het ook wordt, dit is een complex dossier vol wolfijzers en schietgeweren waar de regering wel eens haar tanden op kan stukbijten. Hopelijk heeft men geleerd van grote dossiers zoals het Oosterweel-debacle, dat transparantie op termijn veel meer voor- dan nadelen biedt en men de ‘ondergeschikte’ beleidsniveaus en drukkingsgroepen geen vrije hand mag laten. Laat staan dat - zoals in het Oosterweel-dossier waar men eerst koos voor een brug - de keuze voor de JSF al gemaakt is (door de Defensiestaf) en het volstaat om enkel nog ‘een politiek draagvlak’ te vinden. Het klopt zelfs niet dat alle luchtmachtgeneraals het hiermee eens zijn, maar criticasters worden vriendelijk verzocht zich gedeisd te houden.

Met ‘De Bron’ willen wij alvast dit dossier blijvend kritisch opvolgen.

In een volgende bijdrage zullen we ons buigen over die andere vraag, of de Belgische Luchtmacht voor dezelfde uitdagingen staat als de VS en of de keuze voor een andere kandidaat een gebrek is aan transatlantische solidariteit.

Pierre Therie, kolonel stafbrevethouder o.r., gewezen defensieattaché.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur.