
Generatieve AI neemt kritisch de artikels van Dwarsliggers omtrent de vervanging van de F-16 onder de loep door hun teksten te vergelijken met actuele artikels en bronnen.
Wat is het verdict?
Inleiding
De keuze om de verouderende F-16-gevechtsvliegtuigen van België te vervangen door de ultramoderne F-35 Lightning II was en is omstreden. Critici – zoals de auteurs op Dwarsliggers – hebben de voorbije jaren stevig uitgehaald naar dit toestel, zowel op technisch vlak als qua strategie. Nu we anno 2025 leven, rijst de vraag welke punten van die kritiek overeind gebleven zijn, welke nieuwe problemen zich hebben aangediend en hoe realistisch het is dat België met de F-35 een zinvolle bijdrage levert aan een defensieve NAVO-strategie. In deze diepgravende analyse bekijken we:
-
Technische kritiek op de F-35 – Een synthese van de aangehaalde tekortkomingen en mankementen, en in hoeverre die nog steeds gelden in 2025, aangevuld met nieuwe financiële, operationele, tactische en technologische problemen.
-
Voorgestelde alternatieven voor de F-35 – Welke alternatieven droegen critici aan, wat zijn de merites daarvan en onder welke omstandigheden zouden die beter passen?
-
Strategische reflectie voor België en de NAVO – Hoe haalbaar is het voor België om via de F-35 aan burden sharing te doen binnen een defensieve NAVO? We bekijken het geografische aspect (de afstand tot Rusland/Oekraïne) en het scenario waarin Belgische F-35’s vanuit NAVO-frontlijnstaten opereren.
We hanteren een analytische en strategisch-reflectieve benadering – in de geest van luchtmachtdenker John Boyd (Het OODA-model: van Koreaanse gevechtspiloot tot strategie in crisistijd) – en verweven inzichten uit Dwarsliggers-artikels met actuele bronnen uit 2025.
1. Kritiek op de F-35: technische tekortkomingen en de stand van zaken in 2025
Critici op Dwarsliggers schroomden niet om de zwakke plekken van de F-35 bloot te leggen. Hun voornaamste punten van kritiek waren (zie ook Waarom de F-35’s geen antwoord zijn op een toekomstige oorlogsdreiging):
-
Stealth maar toch zichtbaar: De F-35 is ontworpen voor stealth (radarontzichtbaarheid), maar blijft toch detecteerbaar via bepaalde radars en sensoren
-
Infrarood handtekening: Door een suboptimale aerodynamische vorm wordt de romp heet, wat resulteert in een unieke infrarood handtekening die makkelijk op te pikken is.
-
Beperkte wapenlast intern: Om stealth te behouden moet bewapening intern gedragen worden, wat de hoeveelheid bommen/raketten sterk beperkt.
-
Minder wendbaar: Het toestel is zwaarlijvig en aerodynamisch niet ideaal, wat ten koste gaat van wendbaarheid en dogfight-capaciteit.
-
Kinderziektes en softwareproblemen: Sinds de ontwikkeling kampte de F-35 met technische mankementen, van scheurende motorturbinebladen tot softwarebugs en onderhoudssystemen die faalden.
-
Hoge kosten: Zowel de aanschafprijs als de exploitatiekosten (onderhoud, vlieguren) rezen de pan uit. Dwarsliggers noemde het toestel een “geldslurper” en betwijfelde of het de forse investering waard is.
Laten we deze punten één voor één bekijken, en nagaan wat anno 2025 de status is en welke nieuwe bevindingen er zijn.
Stealth onder vuur: detectie door radar en infrarood
Het paradepaardje van de F-35 is zijn stealth-ontwerp – de belofte dat het toestel onzichtbaar is voor vijandelijke radar. Dwarsliggers erkende dat die onzichtbaarheid vooral frontaal effectief is, maar wees erop dat de F-35 op minstens twee andere manieren zichtbaar blijft:
-
VHF-radar: Lage-frequentie radars, zoals sommige Russische systemen, kunnen stealth-vliegtuigen toch waarnemen. Een over-de-horizon radar die van bovenaf kijkt, ziet ook een F-35 op het scherm verschijnen (zij het met beperkte resolutie). Dwarsliggers verwijst bijvoorbeeld naar het Russische NEBO-M radarsysteem, een combinatie van sensoren dat stealth-objecten op honderden kilometers kan detecteren. Dergelijke systemen ondermijnen het absolute verrassingseffect van stealth.
-
Infrarood (IRST): Een fundamenteel probleem is dat de F-35 erg heet wordt tijdens het vliegen, doordat de romp aerodynamisch niet optimaal is. Die warme romp straalt infrarood uit als een “kerstboom”. Tegenstanders kunnen met infraroodzoekende sensoren (Infrared Search and Track, IRST) de F-35 daarom toch spotten. Dat maakt het toestel kwetsbaar voor moderne hittezoekende raketten. In Dwarsliggers’ woorden: “De F-35 waarvan de hittesignatuur veel zichtbaarder is dan bijv. de Rafale of zelfs de F-16, is goed waarneembaar door infraroodsensoren... bijzonder kwetsbaar voor raketten met een infraroodzoeker.”. Een klassiek voorbeeld is dat een F-35 binnen visueel bereik een R-73 of vergelijkbare infraroodgeleide raket naar zich toe kan krijgen – net als elk ander toestel, want hier biedt stealth geen soelaas.

Deze punten blijven in 2025 relevant. Sterker nog, de technologische race tussen stealth-vliegtuigen en sensoren gaat onverminderd door. Zo claimde het Duitse bedrijf Hensoldt dat het al in 2018 met een passieve radar (TwInvis) twee F-35’s kon volgen tot op 150 km afstand, toen deze na een vliegshow in Berlijn vertrokken (c4isrnet.com). Dit soort passieve radars, die geen signalen uitzenden maar omgevingssignalen oppikken, zijn intussen verder ontwikkeld. Het illustreert dat elke stealth-technologie vroeg of laat een tegenantwoord krijgt. China en Rusland investeren in dergelijke systemen om het westerse stealth-voordeel te verkleinen.
Bovendien vergt de stealth-coating en -constructie van de F-35 veel onderhoud. Te snel supersonisch vliegen kan de hittebestendige coating beschadigen, waardoor piloten beperkingen opgelegd kregen in bepaalde vluchtprofielen (bij vroege F-35B/C’s leidde dit tot “verlies van stealth bij supersonische snelheid” in tests (businessinsider.com). Hoewel er verbeteringen zijn, blijft stealth een delicate en contextuele troef: geweldig tegen conventionele radars, maar geen “onzichtbaarheidsmantel” onder alle omstandigheden.
Wendbaarheid en close combat: lessen van John Boyd
Stealth jets zoals de F-35 zijn geoptimaliseerd voor BVR-gevechten (Beyond Visual Range): vijanden uitschakelen van op afstand, voordat je zelf gezien wordt. In dichtbijgevechten (dogfights) presteren ze doorgaans minder. Dwarsliggers benadrukte het structureel nadeel dat de F-35 door zijn vorm en gewicht heeft qua aerodynamica. Het toestel is “aërodynamisch zeer slecht” gevormd, aldus hun analyse, wat impliceert dat het minder wendbaar is dan lichtere, conventionele jagers.
Deze kritiek sluit aan bij de inzichten van kolonel John Boyd en zijn “Fighter Mafia”. Boyd geloofde in lichte, wendbare vliegtuigen die de vijand in de war brengen door sneller door de OODA-loop (Observe-Orient-Decide-Act) te gaan. Een toestel als de F-16 kwam voort uit die filosofie: klein, rap en met uitstekende dogfight-capaciteiten. De F-35 daarentegen is zwaarder, met één motor en relatief kleine vleugels voor zijn gewicht. Critici als wijlen Pierre Sprey (een Boyd-discipel) hebben de F-35 spottend een “dikke kalkoen” genoemd die niet kan klimmen, niet kan draaien en niet kan rennen – “het kan niks écht goed”, zo luidde de karikatuur.

Nu is 2025 en hoe staat het ermee? Ondanks verbeteringen in de vluchtsoftware blijft de F-35 geen kampioen in luchtgevechten op kort afstand. In een beruchte test in 2015 werd een F-35 in een dogfight-oefening ruim verslagen door een oude F-16, wat toen veel media-aandacht kreeg (arstechnica.com). Lockheed Martin heeft sindsdien de besturingssoftware en de pilotenhelm verder verfijnd, en de F-35 kan nu bijv. met moderne off-boresight wapens (AIM-9X Sidewinder-raketten die onder grote hoek kunnen worden afgevuurd via de helmvizier) enigszins zijn mindere wendbaarheid compenseren. Maar feit blijft: als een tegenstander tot dichtbij weet te komen, heeft de F-35 geen uitgesproken kinetisch voordeel. Een ervaren piloot in pakweg een Rafale of Eurofighter kan in een furieus man-tegen-man gevecht de bovenhand halen als de F-35 zijn energie kwijtspeelt.
Kortom, de energie-manoeuvreerbaarheid waar Boyd zo de nadruk op legde, is niet de sterke kant van de F-35. Deze zwakke plek is onveranderd in 2025. De hoop is natuurlijk dat echte dogfights vermeden worden door de vijand al op afstand uit te schakelen of door te opereren met ondersteuning van drones (waarover straks meer). Toch is het een aandachtspunt: geavanceerde tegenstanders ontwikkelen eveneens stealth-jagers (zoals de Russische Su-57 en Chinese J-20). Mocht een F-35 ooit in een visual range confrontatie komen met zo’n toestel, dan is het allesbehalve zeker dat hij superieur is.

Beperkte wapenlast en operationele consequenties
Een andere vaak gehoorde kritiek is dat de F-35 weinig wapens intern kan meenemen. In stealth-configuratie draagt de F-35A bijvoorbeeld maximaal vier interne wapenstations (meestal twee middellangeafstandsraketten en twee bommen). Dit is prima voor een chirurgische aanval of het uitschakelen van een handvol doelen, maar in een grootschalig conflict is het beperkt. Ter vergelijking: een F-16 kon aan zijn vleugelophangpunten veel meer bommen, raketten of brandstoftanks hangen – zij het ten koste van radarsignatuur. Een oudere F-15E Strike Eagle of de nieuwe F-15EX kan zelfs een waar arsenaal meezeulen. De F-35’s designkeuze is hier duidelijk: stealth vergt interne berging, en dat gaat ten koste van kwantiteit.
Dwarsliggers merkte op dat dit probleem nog nijpender wordt als de F-35 extra’s moet meenemen zoals “wingmen”-drones. Er wordt immers gedacht aan onbemande begeleidingsdrones die als schild kunnen dienen tegen inkomende raketten (door zelf die raket te onderscheppen). Klinkt goed, maar elke drone die je meevoert, vult de bommenruimtes op – wat betekent dat er nóg minder plek is voor aanvalswapens. Met andere woorden, elke nieuwe gadget om de overlevingskansen te vergroten, vermindert de vuurkracht per sortie.
In 2025 is de interne wapenlast van de F-35 iets toegenomen dankzij nieuwe, compactere wapens (bijvoorbeeld kunnen er nu zes kleinere diameter bommen in plaats van twee grote, voor bepaalde missies). Ook wordt gewerkt aan externe ophangpunten met stealth coating (waardoor je bijvoorbeeld extra brandstoftanks kunt dragen en die na gebruik afwerpen om stealth terug te winnen). Maar deze oplossingen zijn beperkt. Fysieke wetten dicteren dat een enkelmotorig gevechtsvliegtuig van ~13 ton leeg gewicht nu eenmaal niet onbeperkt wapens en brandstof kan meenemen. Je moet kiezen: ofwel onzichtbaar en licht bewapend, ofwel zichtbaar met een volle buitenlast.

Operationeel betekent dit dat België met zijn F-35’s waarschijnlijk heel gericht zal moeten inzetten. Een vlucht van vier F-35’s kan bijvoorbeeld 8 doelen aanvallen (ieder twee precisiebommen) in één run. Willen we meer doelwitten treffen, dan zijn meerdere sorties of hulp van bondgenoten nodig. In langdurige conflicten waarin een overvloed aan munitie op doelen gedropt wordt (denk aan de luchtoorlog in Syrië/Irak tegen ISIS, of wat we zien in Oekraïne met massaal gebruik van artillerie en raketten), is de vraag of zo’n kleine formatie dure vliegtuigen per saldo voldoende effect sorteert vergeleken met andere middelen.
Een pluspunt van de F-35 is wel dat die precisiebommen extreem nauwkeurig kan leveren, en dat één F-35 dankzij sensoren en datafusie misschien werk kan doen dat vroeger door meerdere toestellen samen gedaan werd. Netwerkcentrische oorlogvoering is de belofte: de F-35 fungeert als een vliegende sensorhub die doelen kan aanwijzen voor anderen en zelf selectief toeslaat. Dat verandert echter niet dat de pure throughput aan wapens per uur beperkt blijft door de kleine interne bays en de noodzakelijke herbevoorrading na elke missie.
Kinderziektes, complexiteit en betrouwbaarheid
De F-35 is een van de meest complexe wapensystemen ooit gebouwd. Dwarsliggers omschreef het in 2018 al als een toestel dat kampte met twijfelachtige kwaliteiten, en sindsdien zijn diverse problemen aan het licht gekomen. Enkele opmerkelijke deficiënties uit de afgelopen jaren:

-
Motor en hittemanagement: De krachtige Pratt & Whitney F135-motor gaf meermaals kopzorgen. Bij gebruik op volle naverbrander bleken vroeger haarscheurtjes in turbinebladen te ontstaan door hitte. Anno 2023 meldt de Amerikaanse rekenkamer GAO dat de huidige koelingssystemen overbelast zijn, waardoor de motor heter moet draaien dan ontworpen. Dit verslijt de motor sneller en kan levensduur bekorten – met potentieel $38 miljard extra onderhoudskosten tot gevolg (gao.gov). Er zijn plannen voor motorupgrades of zelfs een geheel nieuwe motor (bekend als het AETP-programma), maar die komen pas later. Met andere woorden: de F-35 zoals die nu rondvliegt, loopt tegen z’n thermische limieten aan zodra hij al zijn high-tech systemen voluit gebruikt.
-
Software en avionica: De kracht van de F-35 ligt in zijn geavanceerde software (sensorfusie, elektronische oorlogvoering, enz.). Maar dat was ook de achilleshiel in ontwikkeling. Het integreren van 8 miljoen lijnen code ging gepaard met talloze bugs. In 2020 had de F-35 volgens officiële rapporten nog 13 openstaande categorie 1 (kritieke) problemen (businessinsider.com)– zaken die potentieel de piloot in gevaar brengen of de missie laten falen. Voorbeelden waren spikes in cabinedruk (waardoor piloten oorpijn kregen), foutieve batterijwaarschuwingen bij koud weer, een “groene gloed” in het geïntegreerde helmet display tijdens nachtlandingen op een vliegdekschip businessinsider.com), en zelfs het risico dat bij een klapband op de landingsbaan een kettingreactie schade aanrichtte (businessinsider.com). Veel van deze problemen zijn inmiddels aangepakt of worden onder de mat geschoven met operationele beperkingen (bijv. bepaalde supersonische profielen vermijden om de stealth-coating te sparen). Toch illustreert het de complexiteit: geen enkel gevechtsvliegtuig is ooit zo afhankelijk geweest van software als de F-35, en dus leiden softwarefouten tot zeer uiteenlopende kwalen – van sensoren tot levensondersteuning.

-
Onderhoudssysteem (ALIS/ODIN): De F-35 zou oorspronkelijk een revolutionair logistiek systeem krijgen, ALIS, dat automatisch onderdelen zou bestellen en onderhoud voorspellen. In de praktijk was ALIS van meet af aan gebrekkig en frustrerend, met verkeerde foutmeldingen en lastige workflows. Dit systeem is inmiddels omgekat tot ODIN in een poging het te verbeteren, maar pas tegen 2025 worden er duidelijke verbeteringen verwacht. Tot die tijd bleven de beschikbaarheidscijfers van F-35’s lager dan gehoopt. In 2022 schommelde de mission-capable rate rond de 60% voor veel squadrons – ver onder het streefdoel van >80%.
Spares zijn ook een issue: onderdelenleveringen kwamen vaak traag of incompleet, mede omdat fabrikant Lockheed Martin een stevige greep houdt op de onderhoudsdata. Overheidsrapporten hekelen dat Defensie niet alle technische data in handen heeft, waardoor Lockheed een monopolie op onderhoud behoudt en prijzen kan dicteren (pogo.org, pogo.org). Dit drijft de kosten op en maakt gebruikerslanden afhankelijk van de goodwill en capaciteit van de producent.
Zie ook Verbindingsarchitectuur tussen Europa (België) en de VS voor ALIS.

-
Concurrerende ontwikkeling & retrofit: De F-35-productie startte al voordat testen en ontwikkeling afgerond waren – een bewuste keuze die achteraf “acquisition malpractice” werd genoemd (pogo.org). Het gevolg: honderden reeds gebouwde F-35’s moeten naderhand weer terug naar de fabriek voor retrofit-upgrades om designfouten te corrigeren en nieuwe functionaliteiten in te bouwen (pogo.org). GAO schatte in 2022 dat het upgraden van de vroege lichtingen minimaal $1,4 miljard extra kost (pogo.org). Dit betekent dat landen zoals België hun in 2023-2024 geleverde eerste toestellen later nog ingrijpend moeten laten bijwerken om gelijk te komen met de uiteindelijke standaard. Tijdens zo’n retrofitperiode zijn ze niet inzetbaar. Dit alles toont hoe excessieve complexiteit en te snelle opschaling van productie de uitrol hebben bemoeilijkt.
Samengevat is de F-35 anno 2025 werkend te krijgen, maar vergt het een niet aflatende inspanning van onderhoudstechnici en software-ingenieurs om het geheel up-to-date en operationeel te houden. Het is geen toeval dat de Amerikaanse luchtmacht intussen al vooruit kijkt naar een volgende generatie gevechtsvliegtuigen (NGAD) – men heeft lessen geleerd uit de F-35-perikelen, met name dat “te complex, te veel tegelijk” voor enorme vertragingen en kosten zorgt (pogo.org, pogo.org). Dwarsliggers’ scepsis over de F-35’s praktische inzetbaarheid was dus zeker niet ongegrond. Sommige kinderziektes zijn opgelost, maar de exploitatielast blijft hoger dan bij conventionele toestellen.
Financiële en nieuwe problemen
Het mag duidelijk zijn dat al die hi-tech snufjes een prijskaartje hebben. België schafte in eerste instantie 34 F-35A’s aan voor een pakketprijs van om en bij de €4 miljard, maar dat is slechts het begin. Uit Amerikaanse bronnen blijkt dat de moderniseringskosten van de F-35 blijven toenemen. Zo is de nieuwe Block 4-upgrade (een reeks hardware- en softwareverbeteringen) uitgelopen van een geschatte $10,6 miljard naar $16,5 miljard en verschoven van 2026 naar 2029 (gao.gov, gao.gov). Deze Block 4 omvat 80 nieuwe capaciteiten, variërend van betere sensoren tot nieuwe wapens, maar het kost dus jaren vertraging en miljarden extra om die te ontwikkelen. Dit betekent voor landen als België dat hun toestellen mogelijk pas tegen eind jaren ’20 alle beloofde functies volledig krijgen – en dat er tussentijds betaald moet worden om ze bij te werken.

Een ander voorbeeld: door de introductie van Block 4 moet ook de rekenkracht aan boord omhoog. Het zogenaamde Technology Refresh 3 (TR-3) is een nieuwe processormodule voor de F-35. Maar de ontwikkeling hiervan liep vertraging op, waardoor begin 2024 tientallen nieuw gebouwde F-35’s op de fabrieksterreinen geparkeerd stonden: de luchtmachten weigerden ze in ontvangst te nemen zónder TR-3, want anders zouden het verouderde toestellen zijn (gao.gov). Lockheed Martin zat zelfs verlegen om parkeerplaats voor al die jets in wachtrij (defensenews.com). Dit soort situaties onderstreept dat het programma nog steeds haperingen kent.
Daarnaast zijn de operationele kosten hoger dan initieel gehoopt. Het vlieguur van een F-35A kost nog steeds rond de $36k, ruim boven dat van oudere types. Inspanningen om dit te drukken lopen, maar elke upgrade (zoals de motorverbetering die op stapel staat) voegt weer kosten toe. Voor België dreigt het scenario dat een flink deel van het defensiebudget opgeslokt wordt door het draaiende houden van de F-35-vloot, mogelijk ten koste van investeringen in andere domeinen.
Nieuwe problemen anno 2025 zijn vaak voortzettingen van het voorgaande: geen totaal onverwachte gebreken, maar wel accumulatie van uitdagingen. Enkele die Dwarsliggers reeds voorzag of impliceerde en die nu scherper zijn:
-
Dreiging vanuit de ruimte: Dwarsliggers hamert erop dat de militarisering van de ruimte een gamechanger is. Satellieten zijn essentieel voor communicatie, navigatie (GPS), inlichtingen en coördinatie – allemaal dingen waar de F-35 sterk van afhankelijk is. China en Rusland ontwikkelen wapens om satellieten uit te schakelen, van antisatellietraketten tot orbitale lasers. Recent observeerden Amerikaanse autoriteiten zelfs een Chinese satelliet die een andere “vastgreep” en verplaatste, wat wijst op dogfighting in de ruimte. Als een conflict escaleert en belangrijke NAVO-satellieten uitgeschakeld worden, zullen hoogtechnologische systemen als de F-35 doof, stom en blind zijn, waarschuwt Dwarsliggers beeldend. In zo’n scenario heb je meer aan robuuste, autonome systemen (bijv. lokale radars, grondgebonden raketten) dan aan een vliegtuig dat zonder datalink zijn voordeel kwijt is. Deze zorg is alleen maar urgenter geworden naarmate de grote mogendheden hun ruimtewapens testen. Het is een strategisch risico dat ten tijde van de design van de F-35 (jaren ’90) minder in beeld was, maar nu reëel is.

-
Drones en goedkope tegenmaatregelen: In de oorlog in Oekraïne zagen we een massaal gebruik van drones – van eenvoudige quadcopters tot Iraanse Shahed-kamikazedrones. Hoewel de F-35 zelf geen direct doelwit was daar, toont het conflict dat kwantiteit en kostprijs een rol spelen. Je kunt een dure straaljager makkelijk dwingen op te stijgen telkens een goedkope drone opduikt, wat niet duurzaam is. Ook zie je dat luchtverdediging (SAM-systemen) het luchtruim kan sluiten voor bemande jets: zelfs Rusland durft zijn gevechtsvliegtuigen amper over Oekraïens verdedigd gebied te sturen, uit angst neergehaald te worden (usni.org). De les is dat moderne luchtverdediging primair kan zijn boven luchtmacht in bepaalde scenario’s (usni.org). Een F-35 is weliswaar beter uitgerust om geavanceerde SAM’s uit te schakelen dan pakweg een F-16 (dankzij stealth en elektronische oorlogvoering), maar ook hij is niet onkwetsbaar. Er is steeds een kat-en-muis-spel tussen aanval en verdediging. Nieuwe dreigingen zoals zwermen goedkope drones, hypermoderne SAM-netwerken en elektronische oorlogvoering vragen zich af of het verstandig is zoveel geld te steken in één type platform. Dwarsliggers’ retorische vraag “Binnen tien jaar zal er nog veel veranderen. Wat zullen we dan de resterende dertig jaar doen met de F-35?” blijft prikkelend.
Conclusie sectie 1
De voornaamste kritiekpunten op de F-35 die Dwarsliggers naar voren bracht – stealth beperkingen, infraroodkwetsbaarheid, beperkte wapencapaciteit, matige wendbaarheid, complexiteit en hoge kost – zijn grotendeels valide gebleven tot in 2025. Sommige initiële mankementen zijn opgelost, maar er kwamen nieuwe uitdagingen bij (zoals de noodzaak tot een motorupgrade en de voortdurende softwareproblemen). Het beeld is dus niet dat de F-35 alle sceptici de mond gesnoerd heeft. Integendeel, veel van hun waarschuwingen zijn bewaarheid: de F-35 vergt enorme investeringen om zich aan te passen aan nieuwe eisen en om te blijven functioneren in een veranderend dreigingslandschap. In de woorden van Dwarsliggers zelf: “De vraag is niet of de F-35 een goed toestel is... De echte vraag is: is dit de juiste investering in het licht van de veranderende geopolitieke en militair-strategische context? Het antwoord daarop is nee.”.
Toch kozen beleidsmakers voor dit toestel. Waarom? Een deel van het antwoord ligt in het volgende onderwerp: waren er überhaupt haalbare alternatieven, en wat voerden de tegenstanders van de F-35 aan als betere keuze?
2. Alternatieven voor de F-35: wat stellen ze voor en wanneer zijn ze beter?
Critici van de F-35 hebben niet enkel met modder gegooid, maar vaak ook alternatieven gesuggereerd. Dwarsliggers en gelijkgestemde experts wezen op andere mogelijkheden om de Belgische luchtstrijdkrachten te moderniseren of de luchtverdediging te verzekeren. We bespreken hier de voornaamste alternatieven en evalueren hun juistheid en bruikbaarheid in verschillende omstandigheden:
Alternatief 1: Europese gevechtsvliegtuigen (Rafale, Eurofighter, Gripen)
Een logische optie die op tafel lag was om in plaats van een Amerikaans toestel een Europees gevechtsvliegtuig te kiezen. Bij de Belgische aanbesteding (2017-2018) waren de kandidaten de Dassault Rafale (Frankrijk) en de Eurofighter Typhoon (een Brits/Duits/Italiaans consortiummodel), naast de F-35 en de inmiddels afgevallen F-18 Super Hornet. Daarnaast wordt soms de Saab Gripen E (Zweden) genoemd als alternatief, hoewel die niet officieel meedeed aan de finale selectie. Wat zijn de eigenschappen van deze toestellen en onder welke omstandigheden zouden zij een betere keuze kunnen zijn?

Foto Wikimedia
-
Dassault Rafale: Dit Frans toestel (4.5 generatie) is omnirole en heeft zich al bewezen in diverse operaties (Afghanistan, Libië, Syrië…). De Rafale blinkt uit in veelzijdigheid: het kan luchtgevechten aan met uitstekende wendbaarheid, heeft moderne sensoren (AESA-radar, IRST) en kan een breed palet aan wapens inzetten (lucht-lucht, lucht-grond, anti-scheepsraketten, nucleaire bommen van Franse makelij, enz.). Een voordeel is dat de Rafale twee motoren heeft (meer redundantie) en een relatief lage infrarood-signatuur, mede door verfijnde aerodynamica en koelingssystemen – in Dwarsliggers’ vergelijkingen kwam de Rafale er beter uit qua hittesignatuur dan de F-35【18†】. Ook de operationele kost van de Rafale ligt lager (circa €20k per uur, versus >€35k voor de F-35 volgens recente schattingen). President Macron heeft recent andere EU-landen opgeroepen om bij aankoop van F-35’s toch eens naar de Rafale te kijken, als een soort “Europees tegenbod” (politico.eu, politico.eu).
Wanneer beter? In scenario’s waar stealth niet cruciaal is, zou de Rafale een prima keuze zijn. Voor luchtverdediging van het eigen grondgebied – bv. het onderscheppen van onbekende vliegtuigen, patrouilleren boven bondgenootschappelijk grondgebied – levert de Rafale even goed de nodige capaciteiten als de F-35, zonder de enorme implementatiekosten. In expeditionaire missies zoals boven Mali of Syrië, waar luchtafweer van de vijand beperkt is, zou een Rafale even doeltreffend bommen op doelen kunnen afwerpen als een F-35, tegen lagere kosten. Bovendien steun je met de aankoop de Europese defensie-industrie en verminder je afhankelijkheid van de VS (een politiek argument dat Macron duidelijk maakte: “Stop met Amerikaans te kopen, koop Europees” (politico.eu). Nadeel: de Rafale mist de stealth-capaciteiten, dus tegen een zeer geavanceerde tegenstander met sterke radardekking zou hij sneller opgemerkt worden en mogelijk meer verliezen leiden bij diepe penetratiemissies. Ook was België gebonden aan de NAVO-nucleaire taak (B61 kernbommen), iets waar de Rafale niet gecertificeerd voor is (Frankrijk heeft eigen nucleair arsenaal, maar dat valt buiten NAVO-deelname). Voor België zou het kiezen van Rafale betekend hebben dat men ofwel de nucleaire rol zou opgeven of moest vertrouwen op Franse flexibiliteit om een NAVO-kernbom toe te laten – een onzeker punt.

Foto Wikimedia
-
Eurofighter Typhoon: De Typhoon is een samenwerking tussen UK, Duitsland, Italië en Spanje. Oorspronkelijk geconcipieerd als lucht superioriteitsjager (met fenomenale prestaties qua snelheid, klimsnelheid en wendbaarheid op hoogte), is de Typhoon later ook multi-role gemaakt met bommen en sensoren voor grondaanval. Dit toestel heeft ook twee motoren en is qua aerodynamica het meest “Boydiaans”: het kan zeer hoge g’s aan en energie behouden in dogfights. Het is uitgerust met nieuwe radar (CAPTOR-E AESA) en kan moderne wapens dragen (zoals de lange-afstands Meteor lucht-lucht raket, die qua bereik en slimheid de Amerikaanse AMRAAM evenaart of overtreft).
Wanneer beter? De Typhoon zou een uitstekende keus zijn voor landen die focussen op luchtverdediging en luchtgevechten. Als een hoofddoel is om bijvoorbeeld Russische vliegtuigen op afstand te houden of te onderscheppen, dan is de Typhoon zeer geschikt: het toestel kan snel naar grote hoogte klimmen en supersonisch patrouilleren, met een radar die op grote afstand doelen ziet en raketten (Meteor) die die doelen kunnen bestrijken. In een dogfight is de Typhoon een van de gevaarlijkste tegenstanders door zijn wendbaarheid en vermogen om snelheid te houden. België zou in samenwerking met nabije bondgenoten (bv. de Britse of Duitse Typhoons) een homogene Europese vloot kunnen vormen. Bovendien is de Typhoon deels ontwikkeld om kernwapens te dragen: de Duitse luchtmacht voorziet haar Typhoons te modificeren voor de B61-kernbommen (hoewel Duitsland uiteindelijk toch ook F-35’s bestelt specifiek voor die taak). In principe had dat dus ook voor België gekund met wat diplomatieke afspraken.
Nadeel: De Typhoon is minder doorgeschoten in grondaanval-capaciteit dan de Rafale of F-35. Hoewel het bommen kan gooien, mist het sommige geavanceerde sensoren voor terreinvolgen of geïntegreerde targeting dat de F-35 wel heeft. Ook de operationele kosten van de Typhoon liggen hoog (het is duur in onderhoud, vergelijkbaar of zelfs iets hoger dan F-35 per uur, afhankelijk van variant). En ook hier: geen stealth. Tegen moderne SAM-systemen zou een Typhoon meer afhankelijk zijn van escortejammers of anti-radarraketten, terwijl de F-35 op eigen kracht dichterbij kan komen.

Foto Wikimedia
-
Saab Gripen E: De Zweedse Gripen is een outsider, maar interessant omdat het toestel expliciet ontworpen is voor kleine landen die tegen een grote buur moeten kunnen vechten. Zweden ontwierp de Gripen om goedkoop te zijn in gebruik, gemakkelijk te onderhouden (zelfs op een autoweg door een klein team monteurs), en snel te herbewapenen tussen sorties. De Gripen E is de nieuwste versie met moderne radar en mogelijkheid tot Meteor-raketten. Het heeft een enkele motor (van General Electric, dezelfde basis als F/A-18), is licht en wendbaar, en kan ook grondaanval doen.
Wanneer beter? Als budget en zelfstandigheid de doorslag geven. De Gripen E is qua aanschaf soms niet eens zoveel goedkoper dan een F-35 (beide rond $80 miljoen per stuk in offertes), maar de levenscycluskosten zijn beduidend lager: het toestel heeft een eenvoudiger logistieke keten en minder exotische materialen (geen dure stealth-coating die steeds hersteld moet worden). Voor een land dat zijn defensie-uitgaven wil beperken maar toch een capabele multirole jet wil, is de Gripen ideaal. De situatie van Portugal is illustratief: dat land twijfelt anno 2025 of het wel F-35’s zal nemen om de F-16 te vervangen, en is in onderhandeling met Saab over een Gripen-optie (airdatanews.com, turdef.com). Ook Canada flirtte lang met de Gripen als alternatief voor de F-35 vanwege autonomie en kosten, al hebben ze uiteindelijk toch de F-35 gekozen eind 2022. De Gripen is ook aantrekkelijk indien men snel veel vliegtuigen paraat wil hebben: Zweden’s concept is om verspreid over noodlandingbanen te opereren, wat de overlevingskans vergroot bij aanvallen op bases. Een kleine vloot F-35’s, die gevoeliger is voor specialistische ondersteuning, zou je niet zo makkelijk overal kunt verspreiden. Gripens kunnen met minimalistische middelen draaiende blijven; die robuustheid is in een langdurige crisis goud waard.
Nadeel: De Gripen is geen “5e generatie”. Het mist stealth en sommige sensorfusie-mogelijkheden van de F-35. In een hoogwaardige oorlog zou een Gripen-vloot kwetsbaarder zijn voor vijandelijke radars en raketten. Daarnaast zou België met Gripen enigszins buiten de NAVO-standaard vallen, aangezien tot nu toe geen NAVO-land (op Hongarije en Tsjechië na, die oudere Gripens leasen) dit toestel heeft. Interoperabiliteit en gezamenlijke training zouden dus minder gestroomlijnd zijn dan met, pakweg, de F-35 waarvan vele NAVO-partners er hebben. Ten slotte kan de Gripen geen Amerikaanse kernwapens dragen – Zweden is neutraal en heeft daar niets voor voorzien – dus dat is wederom een breekpunt als men de nucleaire taak belangrijk acht.
Conclusie alternatieven Europese jets: Zowel Rafale, Typhoon als Gripen hadden in technische zin een deel van de behoefte kunnen invullen. In peacekeeping en lage intensiteit operaties hadden deze 4.5-gen jets vrijwel hetzelfde kunnen doen als de F-35, vaak tegen lagere kosten of met andere voordelen (zoals industriepolitiek). Pas in het specifiekste geval – een hoogintens conflict met een sterk gedekte tegenstander – komt de stealth van de F-35 en de allround elektronische oorlogvoering nadrukkelijk boven drijven als voordeel. Voor België, dat op zichzelf nooit een solo-aanval diep in vijandelijk gebied zou uitvoeren, was het dus verdedigbaar om te stellen dat een Rafale of Typhoon “voldoende” zou zijn geweest in 95% van de scenario’s waarvoor we jachtvliegtuigen inzetten. Dwarsliggers heeft regelmatig gesuggereerd dat het argument van absolute noodzaak voor stealth overroepen is, gezien onze belangrijkste inzet tot nu toe steeds in coalitieverband en in relatief permissieve omgevingen was. Daar zit zeker waarheid in. Toch koos men politiek voor de F-35, deels omdat veel bondgenoten dat deden en men “mee” wilde zijn met de volgende generatie – en natuurlijk de nucleaire verplichting.
Interessant detail: in 2025 zien we zelfs enige correctie in de trend, met Frankrijk dat actief EU-landen probeert te verleiden tot Rafale-kopen in plaats van F-35. Macron stelde dat wie een Patriot-luchtafweer koopt eigenlijk het Europees systeem SAMP/T zou moeten nemen, en wie een F-35 overweegt beter een Rafale kan kiezen (politico.eu). Dit geeft aan dat de discussie over alternatieven niet verstomd is. Sterker nog, Portugal bekijkt Saab Gripen als reëel alternatief en zet zo vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid van de F-35 in Europa (politico.eu). Als hun overweging financieel gedreven is – “de recente houding van de VS… in NAVO-context” wordt genoemd als factor (politico.eu) – toont dat kleinere landen worstelen met de kosten/baten-afweging.
Alternatief 2: Upgraden van bestaande of goedkopere systemen
Een andere benadering is dat België de levensduur van de F-16’s had kunnen verlengen of kiezen voor een minder geavanceerd maar betaalbaar toestel, en ondertussen investeren in andere domeinen. Bijvoorbeeld:

-
F-16V Viper: Lockheed Martin bood een uitgebreide upgrade aan van de F-16 (nieuwe radar, elektronica, structurele versterking). Landen als Taiwan, Griekenland en Slowakije kozen hiervoor. België had kunnen opteren om zijn F-16’s een MLU-2 te geven of nieuwe F-16 Blok 70 te kopen als tussentijdse oplossing. Dit zou de noodzaak voor direct een 5e-gen vervanger hebben uitgesteld. Voordeel: veel goedkoper en bekender qua onderhoud. Nadeel: het schuift de beslissing enkel vooruit en je eindigt alsnog met een verouderend type tegen 2035.

Foto Wikimedia : F-18 Super Hornet
-
Andere Amerikaanse jets (F-18 Super Hornet / F-15EX): Hoewel in 2018 weinig realistisch (de F/A-18E Super Hornet werd door Boeing niet eens ingediend in België en F-15EX bestond nog niet), worden deze soms genoemd. Duitsland overwoog even Super Hornets als interim voor de nucleaire taak, en de F-15EX is een ultra-klassiek concept (grote tweemotorige jager/bommenwerper) met alle moderniseringen. Voor België waren dit minder logische kandidaten: ze zijn groot, duur in gebruik en vooral geschikt voor grotere landen met specifieke behoeften (bv. F-15EX voor langeafstands-luchtafweer met 12 raketten per stuk – overkill voor Belgisch luchtruim). Deze alternatieven bevestigen eigenlijk de wet van de trade-offs: kies je geen F-35, dan heb je óf een oudere gen, óf iets dat op ander vlak compromissen heeft.

Foto Wikimedia: F-15EX Eagle II
Wanneer beter? Upgraden of goedkopere bestaande types is een kortetermijnoplossing of geschikt als je geen hoge eisen stelt aan technologische overmacht. Bijvoorbeeld, als België zou zeggen: “onze strategie is puur defensief, we hoeven niet het allernieuwste van het nieuwste in de lucht, als we maar basale bescherming en deterrent hebben”, dan had men prima kunnen leven met doorgevlogen F-16’s in combinatie met goede grondluchtafweer (hierover zo meer). Dit zou financiële ruimte hebben gelaten om elders te investeren, en op termijn had men misschien kunnen instappen in een volgend Europees project (zoals het Frans-Duitse FCAS of Brits-Zweedse Tempest 6e generatie programma) zodra die rijp zijn rond 2040. Dwarsliggers heeft laten uitschijnen dat het huidige tijdperk zo veranderlijk is, dat investeren in een concept van 20 jaar terug (de JSF begon in 1995) misschien minder verstandig is dan een decennium wachten op iets dat inspeelt op de post-2020 inzichten.
Nadeel: Het risico van deze aanpak is uiteraard dat je in de tussentijd een gat krijgt in capaciteiten of dat je toekomstige project verder de tijd schuift. België kon moeilijk tot 2040 met F-16’s blijven vliegen zonder grote risico’s qua veiligheid en betrouwbaarheid – de toestellen zijn dan ruim 60 jaar oud. Bovendien is politiek een beslissing vooruit schuiven moeilijk in het kader van NAVO-verplichtingen: men verwacht dat leden moderniseren en burden sharen. Een land dat zijn luchtcomponent halveert of veroudert, plaatst de last op anderen.
Toch is het conceptueel interessant: Dwarsliggers’ kritiek raakt ook aan de vraag of bemande gevechtsvliegtuigen op termijn niet gaan veranderen van rol of zelfs irrelevant worden door nieuwe technologieën. Als dat zo is, had men misschien nu minder moeten investeren in de laatste iteratie (F-35) en meer in de volgende sprongen (bv. drones, AI, ruimteverdediging).
Alternatief 3: Luchtverdediging en drones in plaats van jachtvliegtuigen
Wellicht de meest radicale optie: in plaats van een dure offensieve luchtvloot, zou België zich kunnen toeleggen op defensieve luchtverdediging en onbemande systemen. Dwarsliggers suggereerde dat burden sharing binnen NAVO ook betekende de verantwoordelijkheden nemen op de grond waar de meeste slachtoffers vallen, en het luchtruim beveiligen met afweer. Wat zou dit impliceren?
-
Geïntegreerde lucht- en raketverdediging: Denk aan het aankopen van systemen zoals de Patriot PAC-3, het Europese SAMP/T (met Aster-raketten), of moderne korteafstandssystemen (NASAMS, IRIS-T, SkySabre, enz.). Hiermee bescherm je vitale infrastructuur en troepen tegen vijandige vliegtuigen, kruisraketten en zelfs ballistische raketten. België heeft historisch weinig hierin geïnvesteerd (onze huidige capaciteiten zijn beperkt tot enkele SHORAD-systemen voor troepen). Maar stel dat we een paar miljard die kant op hadden gestuurd in plaats van naar de F-35: we hadden een dicht luchtschild kunnen opbouwen over een deel van de Benelux. Dit zou binnen NAVO zeer welkom zijn, gezien de verhoogde dreiging van Russische Iskander-raketten en drones.

-
Wanneer beter? Voor pure territoriaal defensieve doeleinden is een combinatie van grondgebonden luchtverdediging vaak effectiever dan een klein aantal gevechtsvliegtuigen. Een raketbatterij kan 24/7 paraat staan en een inkomend object neerschieten binnen seconden, terwijl een gevechtsvliegtuig eerst moet opstijgen en misschien niet op tijd is. Oekraïne heeft met slim gebruik van luchtverdediging de veel grotere Russische luchtmacht in toom kunnen houden (usni.org, rand.org). Dit toont het belang aan: een S-300 of Patriot op de grond is een venijnig obstakel voor vijandelijke jets. Als België zich had gespecialiseerd in zo’n niche, had het een ander soort burden sharing gedaan: anderen (bv. de VS, UK) leveren de offensieve luchtcapaciteit, wij zorgen dat hun bases en onze steden beschermd zijn. Dwarsliggers noemde “voldoende mensen aan de frontlijn met het beste materieel en een luchtafweersysteem dat het eigen luchtruim maximaal beveiligt” de ware invulling van burden sharing. Dit alternatief leunt precies daarop.
Nadeel: Luchtverdediging alleen kan geen lucht dominantie creëren, enkel ontzeggen. Je kunt met SAM’s de vijand uit je lucht houden, maar je kunt er niet zelf mee offensief optreden of bijvoorbeeld een no-fly zone boven vijandelijk gebied afdwingen. Het is per definitie reactief. Bovendien zijn moderne luchtverdedigingssystemen óók peperduur en moeten ze op veel punten tegelijk ingezet worden om volledig te dekken. Het vereist verder integratie met bondgenoten (radarsharing, identification friend-or-foe, enz.). In een NAVO met overwicht is een sterk schild nuttig, maar als iedereen enkel een schild bouwt en niemand een zwaard, kom je ook niet verder. Vandaar dat een mix nodig blijft. België had echter wel in plaats van 34 F-35’s bijvoorbeeld 12 duurdere jets kunnen kopen plus een paar Patriot-batterijen – een gemengde aanpak. Politiek vond men dat niet aantrekkelijk of uitvoerbaar wellicht.

-
Onbemande vliegtuigen en nieuwe technologie: De opkomst van drones opent alternatieve manieren om luchtoverwicht en aanvalsvermogen te realiseren. Gewapende drones (zoals MQ-9 Reaper, of Turkse Bayraktar TB2) kunnen veel van de verkennings- en lichte aanvalstaken uitvoeren die vroeger aan jachtbommenwerpers toekwamen. Ze zijn langzamer en kwetsbaarder, maar inzetbaar zonder pilotenrisico en vaak goedkoper. Voor een land als België had investeren in een vloot drones plus het behoud van een kleinere bemande capaciteit een optie kunnen zijn. Denk aan scenario’s waar Belgische drones boven het slagveld hangen om doelen uit te pikken, terwijl bondgenoten zorgen voor luchtdekking. Ook zogenoemde loyal wingman drones (zoals de komende Boeing MQ-28 Ghost Bat of projecten in de VS/Europa) kunnen in de toekomst de F-35 aanvullen of deels vervangen. Dwarsliggers verwees al naar het idee van wingman-drones, al was het in de context van F-35 die ze gebruikt om zichzelf te beschermen. Men zou het omgekeerde kunnen denken: laat drones het vuile en gevaarlijke werk doen, en beperk de investering in dure platformen.
Wanneer beter? In asymmetrische oorlogen, counter-insurgency of situaties waar permanente surveillance nodig is, zijn drones superieur. Ze kunnen tientallen uren boven een gebied cirkelen, iets wat een straaljager niet kan zonder tankersteun. Ze kunnen ook in groten getale worden ingezet; voor de prijs van één F-35 koop je misschien vier bewapende MALE-drones. Als je verwacht dat toekomstig conflict meer saturatie-aanvallen (zwermen goedkope objecten) inhoudt, is het nuttig zelf ook met aantallen te kunnen antwoorden.
Nadeel: Drones zijn (voorlopig) geen vervanging voor luchtgevechtscapaciteit tegen een volwaardige tegenstander. Ze zijn makkelijk prooi voor vijandelijke gevechtsvliegtuigen of geavanceerde luchtverdediging. Ze werken goed zolang je luchtoverwicht hebt of in grijs gebied onder de radar. België had destijds geen ervaring met eigen drones, en het is niet evident een geheel nieuwe doctrine daaromheen te bouwen als kern van je defensie.
In conclusie is Alternatief 3 een heel andere denkrichting: minder prestige, maar potentieel meer relevantere capaciteit voor territoriale verdediging. Dwarsliggers lijkt dit impliciet voor te staan, door te zeggen dat echte burden sharing betekent investeren waar de gaten zitten – en dat is vaak grondgebonden verdediging – en niet per se meedoen met de duurste high-tech speelgoedjes van de groten. Uiteraard is dit een visie die niet iedereen deelt; luchtmachtliefhebbers wijzen erop dat zonder offensieve luchtaanval capaciteit, een verdediging uiteindelijk onhoudbaar is. Toch zien we in de praktijk (Oekraïne) dat slimme verdedigers wel degelijk een grotere aanvaller kunnen afstoppen met een verdediging-gerichte aanpak.
Evaluatie van de alternatieven
Zijn de alternatieven correct en bruikbaar? Ja en nee – het hangt sterk af van welke dreiging je voor ogen hebt en welke rol België moet spelen. Enkele overwegingen:
-
NAVO-interoperabiliteit: Een belangrijk argument pro F-35 was dat veel bondgenoten (VS, UK, NL, IT, NO, DK, etc.) deze koos, en gezamenlijke operaties dus makkelijker worden. Dit argument is reëel: delen in een pool van reserve-onderdelen, samen trainen (Belgische piloten trainen in de VS, Nederlandse in de VS en nu ook in eigen land met gezamenlijke oefening), en de mogelijkheid om informatie direct uit te wisselen via datalinks tussen F-35’s van verschillende landen. Alternatieven als Rafale of Typhoon zouden België in een kleinere club plaatsen (buiten de kern van NAVO tech-sharing). Gripen nog meer, dat zou relatief geïsoleerd zijn. Luchtverdediging integreren is ook complex, maar dat gebeurt in NAVO-verband (zie de eFP in Oost-Europa waar diverse landen Patriots en IRIS-T systemen stationeren en die koppelen). Kortom, een niche-alternatief vergt extra coördinatie-inspanningen.
-
Kosten en baten: Financieel zouden de alternatieven op papier voordeliger kunnen zijn geweest. Rafale was destijds duurder per stuk dan F-35, maar de levensduurkosten mogelijk lager. Typhoon vergelijkbaar geprijsd. Gripen iets goedkoper per stuk, zeker operationeel goedkoper. Luchtafweersystemen hebben hoge aanschafkosten, maar je hebt er minder van nodig (en geen piloten). Het is moeilijk exact te becijferen, maar een mix van bvb. 16 Europese jets + 2 grote SAM-batterijen had wellicht in dezelfde orde van budget kunnen liggen als 34 F-35’s. Dit zou een meer gebalanceerde kracht hebben opgeleverd, tegen de prijs van minder high-end aanvalsmogelijkheden.
-
Tijd en risico: Alternatieven kennen ook ontwikkelingsrisico’s. De F-35 was een bewezen keuze in die zin dat het programma vergevorderd was en al door vele landen gevalideerd (ondanks gebreken). Een Rafale of Typhoon had direct geleverd kunnen worden rond 2020 en zou meteen nagenoeg volle capaciteit hebben (die designs zijn eind jaren ’90 al operationeel, zeer “volwassen” tegen 2020). De F-35 daarentegen was een sprong die gepaard ging met wachten op volledigheid tot 2025 of later (Block 4). Dus eigenlijk was het juist de F-35 die meer risico droeg qua tijd en kinderziektes, terwijl de alternatieven rijp waren. Dit argument gebruikten F-35-tegenstanders vaak: waarom een half-afgewerkt toestel kopen terwijl er beproefde alternatieven klaar staan? De pro-F-35 kant zei daarop: toekomstbestendigheid. Men wilde een toestel dat in 2040 nog mee kan, niet eentje dat in 2040 definitief verouderd is. Rafale/Typhoon zijn geweldige 4e generatie machines, maar door velen toch gezien als eindpunt van die generatie, terwijl F-35 de start is van een nieuwe (met groeipotentieel, software-upgrades etc.). Of dat klopt, moet blijken – de Block 4 perikelen tonen dat die groeipotentie niet zonder hindernissen is.
-
Specifieke niches (nucleair): We haalden al aan: België’s NAVO-nucleaire taak was een doorslaggevende factor. Feitelijk konden alleen de F-35A en de F/A-18 Super Hornet in aanmerking komen om B61 waterstofbommen te dragen (die laatste was in gebruik bij bv. de Duitse marine ooit, maar ook verouderd concept). Dit beperkte de alternatieven ernstig als men vond dat die taak moest blijven. Kritisch gesteld: had België kunnen beslissen om geen kernwapentaak meer op zich te nemen? Ja, dat had gekund – Nederland heeft die nog, Duitsland ook, Italië ook, maar bv. Canada stapte er lang geleden uit. Het is uiteindelijk een politieke keuze. Dwarsliggers bekritiseerde dat men dit als voldongen feit presenteerde en zo de keuze richting F-35 duwde. In 2025 is deze discussie nog steeds gevoelig; vooralsnog blijft België deel van de nucleaire deling. Alternatieven als Rafale/Typhoon zouden dus alleen realistisch geweest zijn als men bereid was die last van de schouders te schuiven of een workaround met Frankrijk te verzinnen.
Bottom line: De alternatieven die Dwarsliggers en anderen aanhaalden, waren zeker niet onrealistisch. In diverse omstandigheden zouden ze goed kunnen werken – vooral in defensieve scenario’s of regionale conflicten met beperkte dreiging. Pas voor de allermoeilijkste missie (diepe penetratie in S-400-gedekte gebieden, of high-end luchtgevecht met stealth-tegenstanders) is de F-35 duidelijk beter uitgerust. Men kan zich afvragen hoe vaak België zélf zo’n missie zou uitvoeren zonder overmachtige steun van de VS. Waarschijnlijk nooit. In die zin hadden alternatieven verdedigbaar geweest, mits een strategische herschikking van onze rol.
Dwarsliggers hield ons die spiegel voor: moet België per se meedoen met de hypermoderne straaljagers, of zijn onze middelen beter besteed aan dingen als drones, luchtverdediging en samenwerking met Europa? Dat brengt ons bij de laatste sectie: een reflectie op de strategische haalbaarheid en wenselijkheid van de Belgische F-35-inzet binnen NAVO.
3. Strategische reflectie: België, de F-35 en burden sharing in een defensieve NAVO
De beslissing voor de F-35 werd politiek vaak gerechtvaardigd met het argument van burden sharing binnen de NAVO. België moet “zijn deel” bijdragen aan de collectieve verdediging, en moderne gevechtsvliegtuigen – in het bijzonder voor de nucleaire taak – zijn daarvan een onderdeel. Maar hoe realistisch is het dat België met de F-35’s effectief bijdraagt aan een defensieve strategie? We onderzoeken dit vanuit strategisch oogpunt, rekening houdend met geografie en mogelijke scenario’s aan de oostflank van NAVO.
Burden sharing: mythe en realiteit
Dwarsliggers noemt burden sharing expliciet een “non-argument” in deze discussie (Waarom de F-35’s geen antwoord zijn op een toekomstige oorlogsdreiging). Waarom? Zij stellen dat echte gedeelde last betekent investeren waar de behoefte het hoogst is (frontlijncapaciteiten, bescherming burgers), en niet simpelweg dure speeltjes kopen om in de pas te lopen. Het is waar dat het begrip burden sharing vaak politiek wordt gebruikt: de VS dringen aan dat Europese landen een eerlijk deel van defensie-uitgaven op zich nemen en bepaalde capaciteiten ontwikkelen, zodat niet alles op Amerika rust. In het geval van de F-35 ging het niet alleen om geld, maar ook om strategische profilering: meedoen met het geavanceerde jachtvliegtuigprogramma was een manier om te tonen dat België een moderne, inzetbare bondgenoot is die zijn afspraken nakomt.

De keerzijde is dat iedereen die kant op bewoog – een soort groepsdruk in NAVO. Zoals Politico in 2025 opmerkte, zijn Europese NAVO-leden juist afhankelijker van Amerikaanse wapens dan ooit (politico.eu). België en Nederland bevestigden dat ze toch F-35’s blijven kopen, wat Macron ertoe aanzette hen te bekritiseren en Europese alternatieven te pushen (politico.eu). Burden sharing krijgt dan het cynische kantje van “Amerika tevreden houden”. België’s extra aankoop van F-35 (de regering-De Croo besloot in 2023 om bovenop de 34 mogelijk nog een handvol extra te nemen voor training/reserve) werd ook gezien als een knieval aan NAVO-eisen, wat Dwarsliggers typeerde als “zich verschuilen achter ondemocratische NAVO-eisen”. Met dat citaat doelen ze op het gevoel dat de beslissing al vaststond buiten het publieke debat om, en dat de verwijzing naar NAVO slechts een schaamlap was om kritiek te pareren.
Strategisch gezien moeten we erkennen: als ieder NAVO-land exact dezelfde niche kiest (bv. allemaal F-35 voor luchtaanval, of allemaal tanks, etc.), dan is dat geen optimale verdeling. Burden sharing zou ideally betekenen dat men elkaar aanvult. België had dus evengoed kunnen zeggen: wij investeren minder in luchtcapaciteit en meer in ontmijning, medische steun, landmacht, enz., terwijl anderen met grotere luchtmachten de luchtaanval leveren. Dit gebeurt tot op zekere hoogte al (Baltische staten hebben bijv. geen eigen jachtvliegtuigen en vertrouwen op NAVO’s QRA rotaties), maar voor een land als België, dat traditioneel wél een luchtcomponent heeft, was opgeven van die rol een brug te ver. Er is ook nationale eigenwaarde mee gemoeid: de luchtmacht is een van de weinige middelen waarmee België zelfstandige militaire actie kan ondernemen (zij het beperkt).
Vanuit Boyd’s strategische denken zou je kunnen zeggen: focus op je sterktes en asymmetrische voordelen. België heeft in het verleden naam gemaakt met bijvoorbeeld ontmijningscapaciteit (ZEUS-eenheden), speciale eenheden, enz. Gevechtsvliegtuigen zijn niet meteen een asymmetrisch voordeel van België – vrijwel alle NAVO-landen hebben er, en veel in grotere aantallen. Onze 34 (of 38) F-35’s gaan het verschil niet maken tegen pakweg Rusland als puntje bij paaltje komt, want Amerika levert er honderden. Maar onze ontbrekende sterke luchtverdediging kan wel een gat laten in de paraplu. Dus in zekere zin snijdt Dwarsliggers’ stelling hout: burden sharing had creatiever ingevuld kunnen worden.
Toch is het niet onzinnig dat België een moderne luchtmacht heeft: het draagt bij aan collectieve capaciteit. In bijvoorbeeld een Libië-achtige operatie kan België dan een paar stealth-jets leveren om samen met andere landen de eerste klappen uit te delen aan een luchtverdediging. Of in NAVO-verband kunnen Belgische F-35’s meedraaien in Air Policing boven Oost-Europa, waarbij ze superieur zijn in het stiekem vergaren van inlichtingen (de F-35 is ook een vliegende sensor/luisterpost). Zelfs al zijn we klein, elke extra sensor-knoop in het netwerk is nuttig. Dus het is niet zwart-wit: de F-35 geeft ons wel degelijk capaciteiten die we anders niet zouden hebben, alleen moet men zich afvragen of die capaciteiten door ons geleverd moeten worden of dat een andere invulling logischer was.
Geografie: afstand tot de dreiging
België’s ligging in West-Europa betekent dat we ver van het potentiële front met Rusland verwijderd zijn (ruim 1500 km van Oekraïne of de Baltische regio). Dit brengt zowel voordelen als beperkingen voor onze F-35 inzet:
Thuisbasis scenario: Als Belgische F-35’s vanuit België opereren in een crisis, moeten ze lange afstanden overbruggen om in het oosten te komen. Dit vereist luchtvultanking en logistieke planning. Onze luchtmacht heeft zelf geen grote tanker (we participeren in een gezamenlijk NATO-tankerprogramma met een paar Airbus A330 MRTT’s). Dus we zijn afhankelijk van bondgenoten of het gezamenlijke poolen om onze jets ver te krijgen. Eenmaal ter plekke, kunnen ze beperkte tijd in het missiegebied blijven voor ze terug moeten of moeten tanken. Dit is niet ideaal voor snelle reactie. In de Koude Oorlog was dit minder een probleem omdat Duitsland vol geallieerde squadrons stond; nu echter is de NAVO-oostflank relatief dun bezaaid (Polen bouwt nu fors aan luchtmacht, Baltics hebben niets eigen).
Voorwaartse inzet scenario: Veel realistischer is dat bij een dreigende oorlog Belgische F-35’s vooraf naar het oosten verplaatst zouden worden, bijvoorbeeld naar Polen, Roemenië of de Baltische staten. Dit vergt politieke wil (het is een escalatiestap, maar in kader van afschrikking wel waarschijnlijk). Voordeel: onze jets zitten dan dichter bij waar ze nodig zijn, minder afhankelijk van tankers. Nadeel: ze bevinden zich dan ook in de vuurlinie van vijandelijke raketaanvallen. Rusland beschikt over precisiewapens (Iskander ballistische raketten, Kalibr kruisvluchtwapens) die bases tot in Polen of verder kunnen treffen. Een cluster F-35’s op een NAVO-basis dichtbij kan een verleidelijk doelwit zijn in de openingsuren van een conflict. Zeker omdat uitschakelen van geavanceerde vliegtuigen op de grond eenvoudiger is dan in de lucht. Dit stelt hoge eisen aan bescherming en dispersie: zouden Belgische F-35’s dan verspreid moeten worden over meerdere velden, en zo ja, hoe onderhouden we dat? De F-35 heeft nood aan speciale faciliteiten (klimaatgecontroleerde hangars voor stealth-coating, etc.). Dit is een praktisch vraagstuk: stealth-jets kun je niet zomaar op een open grasveld baseren zonder infrastructuur. Die kwetsbaarheid is iets dat planners natuurlijk onderkennen; men zou bijvoorbeeld bunkers moeten voorzien. Maar dit kost allemaal geld en vergt host nation support.
Actief front scenario: Stel dat Belgische F-35’s effectief betrokken raken bij gevechten nabij Russisch luchtruim (bv. het onderscheppen van Russische toestellen, of de aanval op een doelwit in Kaliningrad of Wit-Rusland als onderdeel van NAVO-tegenactie). Hier komen hun eigenschappen tot recht: hun stealth maakt dat ze mogelijk eerste strikes op vijandelijke radars of SAM-sites kunnen uitvoeren om een corridor te openen. Ze kunnen ook als “quarterback” fungeren door doelen aan te wijzen voor gezamenlijke vuurwapens – er was een recente oefening waarbij Nederlandse F-35’s live gegevens doorstuurden om een raketartillerie-aanval te leiden. Belgische F-35’s zouden dezelfde rol kunnen spelen, bv. coördineren met grondtroepen of luchtverdedigers. Dit vergt echter dat we volledig geïntegreerd zijn in de NAVO-commandostructuur, iets waar onze kleine luchtmacht uiteraard toe bereid is.
Een defensieve NAVO-houding betekent dat wij niet de agressor zullen zijn; F-35’s zouden dus pas geweld inzetten nadat Russische agressie is vastgesteld (tenzij bij een preëmptieve actie in een escalatiescenario, maar dat is politiek zeer beladen). België’s jets zouden dus vechten als onderdeel van het grotere NAVO-team, nooit alleen. In dat team zijn ze waardevol, maar niet onmisbaar – de VS heeft zo veel overwicht dat 4 of 6 Belgische F-35’s meer symbool dan gamechanger zijn. Geografisch zijn landen als Polen, Roemenië, Finland nu de speerpunten die direct aan de dreiging grenzen en waar de grote aantallen F-35’s naartoe gaan (Polen heeft 32 besteld, plus andere jets; Finland 64 stuks). Je zou cynisch kunnen stellen: zelfs zonder België’s bijdrage zijn er voldoende F-35’s in Europa om de klus te klaren, mocht het ooit zover komen.
Belgische F-35’s in NAVO-operaties dichtbij Rusland
Laten we dit concretiseren met het scenario dat de vraagstelling noemt: Belgische F-35’s opereren vanuit NAVO-landen dicht bij Rusland (bv. Polen of de Baltische staten) in een defensief conflict. Enkele strategische bedenkingen:
-
Afschrikking en escalatie: De aanwezigheid van Belgische (en andere West-Europese) F-35’s aan de frontlijn heeft een afschrikkende waarde. Het laat zien dat heel NAVO solidair is en geavanceerde middelen forward positioneert. Dit kan een tegenstander twee keer doen nadenken. Echter, voor Rusland zijn al die F-35’s onderdeel van “het NAVO-plaatje” en vormen zij potentiële dragers van nucleaire wapens. Hoewel Belgische toestellen normaal geen kernwapens zouden meenemen naar Polen (die liggen doorgaans op thuisbases in vredestijd), zal Rusland strategisch wel rekening houden met F-35’s als nucleair delivery platform. Dit kan de spanning opvoeren. België zou zich in zo’n situatie wellicht beperken tot conventionele taken en dat ook communiceren om niet onbedoeld de drempel te verhogen.
-
Uitdaging van basisondersteuning: Belgische detachementen in het buitenland vereisen logistiek. Een squadron F-35 op Poolse bodem zou moeten kunnen rekenen op bijvoorbeeld Amerikaanse of Poolse tankersteun, gedeelde munitievoorraden, etc. Ook cyberbeveiliging van de communicatie (F-35’s zijn data-spuwers en -ontvangers, dus kwetsbaar voor hacking als verbindingen niet veilig zijn) is cruciaal. In een frontlijnland zijn netwerken vatbaarder voor verstoring.
-
Samenwerking en training: Om effectief te kunnen opereren van elders, moeten onze piloten de omgeving kennen en geoefend hebben met lokale eenheden. NAVO doet veel oefeningen (bv. Air Defender 2025 waarbij grootschalige luchtoefeningen in Europa gehouden worden). Belgische F-35’s zullen hieraan meedoen en zo scenario’s oefenen waarin ze van vreemde bases vliegen. Dit verhoogt de haalbaarheid dat ze in crisis ook echt snel ingepast kunnen worden.
-
Risico op verlies: Men moet reëel zijn: in een hot war met Rusland, hoe goed de F-35 ook is, er zullen vliegtuigen sneuvelen. De vijand heeft geavanceerde systemen, en de chaos van oorlog leidt tot onvoorziene situaties (er kan altijd iemand neergeschoten worden of verongelukken). België heeft met de F-16 gelukkig weinig verliezen gekend (enkel enkele ongevallen in training, geen gevechtsverliezen aangezien we nooit tegen een geavanceerde vijand vochten). Met de F-35 zou een verlies niet alleen menselijk en materieel zwaar wegen, maar ook een technologiebezorgdheid: een neergehaalde F-35 in vijandelijk gebied is een inlichtingenschat voor de tegenpartij (stealth-coating monsters, elektronische modules…). Dit betekent dat als wij aan hoge-intensiteit operaties meedoen, er waarschijnlijk afspraken zijn dat in geval van crash, speciale eenheden proberen het toestel te vernietigen. Het is een macaber detail, maar wel strategisch relevant. Een klein land als België verliest procentueel meteen veel van zijn luchtmacht als er een paar neergaan. Dat is een argument dat sommigen maken: weinig dure platforms vs. veel goedkopere – de F-35 kiest duidelijk voor weinig dure. Boyd zou hier opmerken dat flexibiliteit en redundantie gebaat zijn bij kwantiteit: verlies je er één, heb je er nog tien klaarstaan. Bij ons zou verlies van één F-35 ~3% van de vloot zijn, wat significant is.
-
Nucleaire dimensie: Ten slotte, Belgische F-35’s zijn bedoeld om de verouderde F-16’s ook op te volgen in de nucleaire strike rol met de B61-12 kernbom (als politiek die rol bevestigd wordt). In een oorlogsscenario is het denkbaar dat Belgische F-35’s vanuit een vooruitgeschoven locatie een nucleaire afschrikkingspatrouille uitvoeren of in het allerlaatste geval zo’n wapen inzetten. Hopelijk blijft dit hypothetisch. Maar strategisch zorgt het wel voor een diepe NAVO-integratie: deze missie zou alleen op NAVO-bevel en onder Amerikaans toezicht gebeuren. Het geeft België een zitje (zij het klein) aan de tafel waar nucleaire planning besproken wordt. Sommigen argumenteren dat dit “gewicht in de schaal” legt diplomatiek. Dwarsliggers ziet het eerder als België die zich inschakelt in een politiek falen: “Kroniek van een aangekondigd politiek falen” was niet toevallig de titel van een Dwarsliggers-stuk over de F-35. In hun ogen is vasthouden aan die nucleaire illusie een manier waarop de politiek echte verantwoordelijkheid uit de weg gaat en zich schikt naar hogere NAVO-wil.
Defensieve NAVO: de rol van de F-35
Is de F-35 nu eigenlijk een defensief wapen of een offensief wapen? Dit is een semantische maar belangrijke vraag. Een defensieve NAVO wil geen oorlog starten, maar als er een komt, moet die afgehouden en gewonnen worden. De F-35 kan beide: het kan defensief patrouilleren en afschrikken, maar in oorlog zal het ongetwijfeld gebruikt worden om offensieve stoten toe te dienen (vijandelijke luchtverdediging uitschakelen, hoogwaardigde doelen diep in vijandelijk gebied treffen om de oorlogskracht te breken). Belgische F-35’s zouden dus in een defensief concept nog steeds offensieve taken uitvoeren ter verdediging (denk aan SEAD – Suppression of Enemy Air Defenses – missies boven vijandelijk terrein om onze grondtroepen te beschermen).
Vanuit een strategisch standpunt is het cruciaal dat politiek en leger helder hebben wat de doctrines zijn. Dwarsliggers hint dat dit debat onvoldoende transparant gevoerd is: men koopt een superwapen zonder publiek te bespreken hoe het gebruikt zou worden, en doet het af als pure noodzaak. Een John Boyd-achtige reflectie zou vereisen: wat is ons doel en is dit wapen het juiste middel? Als het doel puur verdediging is, zijn er goedkopere en effectievere manieren om een aanvaller te beletten (bijv. mijnenvelden, raketafweer, etc.). Als het doel is om ook te kunnen terugslaan, dan is de F-35 bruikbaar, maar had men ook kunnen meeliften op bondgenoten die die capaciteit al hebben.
In NAVO-verband heeft België uiteraard niet de luxe om zich volledig te specialiseren; politieke druk brengt mee dat elk land een beetje van alles moet hebben (zeker de grotere kleintjes zoals wij). Haalbaarheid technisch is geen probleem – we krijgen de toestellen, we hebben de piloten en kunnen ze opereren – de vraag is of de opportunity cost (gemiste kans elders) verdedigbaar is. Dwarsliggers zou zeggen van niet: we hadden beter dat geld in bijvoorbeeld meer infanterie en pantserafweer kunnen stoppen, gezien de lessen uit Oekraïne dat “massa en slagkracht op de grond” beslissend zijn.
Een positieve noot: nu de keuze toch gemaakt is, hoe kunnen we de Belgische F-35’s het best inpassen om de NAVO defensie echt ten goede te komen? Waarschijnlijk door ze te gebruiken in coalitieverband waar hun specifieke capabilities uitblinken, in combinatie met anderen. Bijvoorbeeld, laat onze F-35’s samenwerken met Nederlandse en Noorse om een stealth-squadron te vormen dat tegenstander verwart – zo heb je een kritische massa. Of integreer ze met Duitse Eurofighters waarbij de F-35 stilletjes opklimt en doelen aanwijst, terwijl de Eurofighters hun Meteors afschieten zonder zelf hun radar aan te zetten (dit is een denkbaar concept van combined operations). Dergelijke synergieën zijn in ontwikkeling en kunnen burden sharing op een nieuw niveau tillen: landen brengen elk hun forte in, en samen is het sterker dan individueel.
Concluderende beschouwingen
Bij het uittekenen van deze strategische verkenning blijkt dat de vervanging van de F-16 door de F-35 veel meer omvat dan louter een aankoop van een nieuw vliegtuig. Het is een keuze die raakt aan technologie, financiën, geopolitiek, bondgenootschappen en zelfs aan de visie op toekomstige oorlogvoering.
De Dwarsliggers-analyses hebben vanaf het begin gewezen op reële tekortkomingen van de F-35 op technisch vlak – tekortkomingen die anno 2025 grotendeels bevestigd zijn of nog steeds spelen, variërend van stealth-paradoxen tot hoge kosten en nieuwe softwareproblemen. Hun scepsis of dit toestel het juiste antwoord is op de huidige dreigingen, is niet ongegrond gebleken. Er zijn nieuwe uitdagingen bijgekomen (ruimte-oorlogsvoering, drones) waarop een bemand jachtvliegtuig zoals de F-35 geen afdoende antwoord biedt. De vraag “hebben we hiermee de juiste investering gedaan voor de komende decennia?” blijft dus prangen.
De alternatieven die zij en anderen naar voren schoven – Europese jets, een mix van andere capaciteiten, of een focus op defensie i.p.v. aanval – hadden elk hun merites. In bepaalde scenario’s zouden ze beter uitpakken dan de F-35, in andere minder. Er was geen perfecte keuze; de F-35 biedt zeker wel unieke voordelen, maar tegen een hoge prijs en met de veronderstelling dat we die specifieke voordelen ook zullen moeten inzetten.
Strategisch gezien zal België’s bijdrage via de F-35 binnen NAVO vooral symbolisch en nichegericht zijn. We krijgen een state-of-the-art toestel dat in de West-Europese context een van de beste is, maar we moeten er verstandig mee omgaan. Een defensieve NAVO-strategie kan de F-35’s benutten als onderdeel van afschrikking en gezamenlijke slagkracht, maar mag niet blind vertrouwen op technologie alleen. De oorlog in Oekraïne toont dat luchtmachten niet automatisch de doorslag geven als er sterke verdediging ligt (usni.org). Misschien is de belangrijkste les wel dat we flexibel moeten blijven: de F-35 is een feit, maar niets belet ons om alsnog te investeren in de tekortkomingen die Dwarsliggers aanstipte (zoals betere luchtverdediging, elektronische oorlogsvoering, enz.) om het geheel in balans te brengen.
In de geest van John Boyd moeten we bereid zijn onze aannames voortdurend te toetsen en onze strategie aan te passen. Boyd zou stellen dat winnen niet afhangt van één wonderwapen, maar van adapteren sneller dan de vijand. Als België en NAVO slim zijn, zullen we de F-35 inzetten als onderdeel van een breder adaptief systeem – en niet als gouden hamer voor alle problemen. Het debat dat Dwarsliggers stimuleerde, hoe kritisch ook, draagt bij tot die bewustwording: dat we ons niet rijk rekenen met een nieuwe straaljager, maar kritisch blijven kijken naar wat echt nodig is voor onze veiligheid, nu en over dertig jaar. Zoals een Dwarsliggers-auteur cynisch opmerkte over de toekomst van de F-35: “Binnen hooguit tien jaar zal er nog veel veranderen. Wat zullen we dan de resterende dertig jaar doen met de F-35?”. Het antwoord daarop zullen we zelf moeten schrijven, hopelijk door proactief in te spelen op de veranderende krijgsvoering en alle instrumenten – bemand, onbemand, offensief, defensief – wijs te combineren in onze defensiepolitiek.

Vervanging F16