Print

vliegerIs Defensie een non-issue in de Lage Landen?

Omringd als we zijn door 'bevriende NAVO-landen' hoeven we ons toch niet druk te maken over een eventuele buitenlandse agressie? De NAVO is onze garantie zoals enkele politici recent in een degelijke analyse schreven in Doorbraak. Maar ze hadden het over de oorspronkelijke NAVO die zich beperkte tot het Europese grondgebied. Nu Rusland, niet meer de afschrikwekkende vijand is, maar daarom nog niet de betrouwbare goede buur, nemen Nederlandse en Belgische militairen deel aan allerhande operationele opdrachten ver buiten de Europese grenzen.

In België hebben we het voorbije jaar nauwelijks nog iets gehoord en geschreven over Defensie. In 2018 koos België voor de – nog steeds niet operationele – Amerikaanse F-35A als vervanger van de F-16 gevechtsvliegtuigen en werd er ook ander materieel gekocht voor de Landcomponent en de Marine. De facturen zijn voor later. Gelukkig maar, want met een staatsschuld die boven de 100% BBP ligt en een ‘begrotingsgat’ van 11 miljard dat moet worden dichtgereden in 2020 (wat niet zal gebeuren) is er weinig enthousiasme bij de politieke partijen om Defensie meer financiële slagkracht te geven. Laat staan 2 % BBP te besteden aan Defensie zoals Donald Trump eist.

Maar ook in Nederland dat nochtans voor Defensie meer uitgeeft, blijft Defensie het kneusje van de zalm. De zwakheid zit ‘tussen de oren’ en is merkbaar in alle beleidsdomeinen, ook bij Defensie.

Onze Nederlandse Dwarsligger probeerde de situatie en cruciale operationele problemen samen te vatten in een bijdrage. Aanbevolen lectuur!

je maintiendrai

Je Ne Maintiendrai?

Onlangs moest Defensie met de billen bloot: er waren in 2015 onschuldige slachtoffers gevallen als gevolg van een bombardement door een Nederlandse F-16 op een wapenfabriek van IS en dat was al dan niet moedwillig verzwegen. Het was hoe dan ook een staatkundig faux pas en Kamerleden en pers buitelden over elkaar om de messen te slijpen.

De staatkundige implicaties boeien me niet zozeer in dit geval. Ik zal het ook niet hebben over de vragen die men kan stellen over de – voornamelijk Amerikaanse - inlichtingen, die wel vaker onbetrouwbaar bleken (en die desondanks nooit aanleiding hebben gegeven om zelf in een adequate inlichtingencapaciteit te investeren).

Waar het mij hier om gaat, is dat er iets verschrikkelijk scheef zit in de wijze waarop ons land met een vijand als IS omgaat.

Terwijl politiek, activisten en pers hier een graad van integriteit en zorgvuldigheid eisen, die in een oorlog – willekeurig welke – altijd ten koste gaat van de effectiviteit waarmee een vijand bestreden kan worden, maakt de vijand zich daar volstrekt geen zorgen om. Volkenrecht, mensenrechten en oorlogsrecht zijn aan een terreursoldaat van IS totaal niet besteed; alleen onze samenleving maakt daar een heikel punt van. Wij wensen niet dat onze militairen tot de graad van onmenselijkheid dalen, waartoe IS zich heeft verlaagd.

Dat is wat onze cultuur onderscheidt van talloze islamitische terreurgroepen als Al Qaeda, Al Shabaab, Taliban, Al Nusra, IS, enzovoorts. Want die malen niet om mensenrechten of een mensenleven.

Maar wie enige kennis heeft van de vele inzetregels (Rules of Engagement, kortweg ROE), nationale voorbehouden (caveats) en toetsingsmechanismen binnen multinationale oorlogsinspanningen tegen een vijand als IS, kan niet anders dan tot de slotsom komen dat onze militairen met twee handen op de rug moeten vechten en ten koste van bijna alles burgerslachtoffers moeten zien te vermijden.

Geen wonder dat bondgenoten in Afghanistan de term “Dutch” hadden omgedoopt tot de afkorting: “Don’t Understand The Concept Here.” Een oorlog winnen doe je in elk geval niet op de manier, waarop politieke gezagsdragers de Nederlandse militairen naar een oorlogsgebied zenden. Een verstandig leiderschap wil een oorlog snel en beslissend winnen, zodat leed en schade aan beide kanten worden beperkt en niet jaren voortslepen, met alle doden en gewonden van dien en zonder noemenswaardig succes.

Consequenties van Westers onbegrip

Wat men in Den Haag (en in de Westerse wereld in het algemeen) ook niet lijkt te begrijpen, is dat met de openlijke manier waarop over dit soort zaken verslag wordt gedaan, men terroristen een stok aanreikt om onze militairen publicitair en operationeel mee te slaan. Terroristen lezen de krant, ook de onze, met meer dan gewone belangstelling. Westerse militairen moeten koste wat het kost ‘’colateral damage’ en burgerslachtoffers voorkomen! Dan ligt het voor terroristen voor de hand om zo dicht mogelijk tegen burgerconcentraties te opereren en de kans op burgerslachtoffers juist te vergroten! De propagandistische effectiviteit daarvan is immens. De activisten en de pers hier geven doodleuk een kijkje in de keuken van onze bevelsketen en daar maken terroristen gretig gebruik van.

Het tweede gevolg waarvan men zich nauwelijks bewust is, is dat juist door alle publieke ophef onze militairen in een steeds strakker keurslijf worden gedwongen, steeds minder effectief kunnen optreden en dat dit soort gewapende conflicten derhalve onnodig langer duren. En daarmee speelt men de terroristen wederom in de kaart. Enerzijds omdat zij in toenemende mate ongrijpbaar en onverslaanbaar lijken en anderzijds, omdat zij op die manier meer tijd krijgen om hun positie te versterken, nieuwe rekruten te werven en hun verderfelijke invloed uit te breiden.

Terwijl iedere militair weet, dat men een oorlog tegen een ongrijpbare vijand als deze uitsluitend wint, door hem daar en dan beslissend te verslaan, zodra die gelegenheid zich voordoet. Het is niet voor niets dat alleen Rusland in de laatste drie decennia erin is geslaagd om een islamitisch-fundamentalistische opstand (in Tsjetsjenië) de kop in te drukken en burgerslachtoffers daarbij betreurde, maar niet van doorslaggevend belang liet zijn. Wat wel van doorslaggevend belang was, was dat Moskou geen terroristische organisaties – die nadrukkelijk uit waren op het stichten van een terroristisch kalifaat - in de Kaukasus kon toestaan. De ontwrichtende uitwerking daarvan op de hele regio en de belangen van Rusland zelf zouden daarmee in het gedrang komen. En daarom vochten Russische eenheden zonder voorbehouden en beperkingen. En zij wonnen.

Die oorlog was in elk opzicht afschuwelijk. Een stad als Grozny werd met de grond gelijk gemaakt, duizenden mensen waren ontheemd, gewond of dood, de hele infrastructuur was vernietigd en het land hield eigenlijk op te bestaan. In de Westerse media werden die gruwelen vooral aan de Russen toegeschreven, niet aan de rebellen onder leiding van Dasajev en latere nog extremistischer jihadisten.

Twee Westerse absurditeiten

Want in de Westerse cultuur hebben zich twee absurde overtuigingen genesteld. In de eerste plaats dar er zoiets als ‘een schone oorlog’ gevoerd kan worden door de inzet van (kostbare) precisiewapens. Maar precisiewapens kunnen veel, maar zijn geen wondermiddel tegen terroristen die zich opzettelijk onder burgers begeven, of zich als burgers voordoen. Dat is domweg onmogelijk. Toch heeft de misvatting postgevat, dat precisiewapens dat wel kunnen, zonder twijfel versterkt door beelden van de Eerste Golfoorlog (1990-1991) en een militaire industrie, die garen spinde bij die misvatting. Die misvatting moet dringend worden rechtgetrokken.

De tweede misvatting is, dat elke oorlog tegen een meedogenloze vijand, deels aan onze eigen verderfelijkheid te wijten is en dat de vijand daarom op enige toegeeflijkheid, misschien zelfs enige romantische bewondering moet kunnen rekenen. ‘De ‘schavuiten’ nemen het met hun messen en kalasjnikovs toch maar even op tegen de militaire oppermacht van het Westen.’ Onze liefdevolle bewondering voor underdogs die het tegen Goliath opnemen is echter niet alleen naïef en misplaatst, ze doet volstrekt geen recht aan de reden waarom onze militairen daar in de eerste plaats zijn. Namelijk, juist omdat wij daar normen verdedigen – uitgerekend die mensenrechten waar onze activisten en politici zeggen zo aan te hechten – tegen een vijand die daar géén obstakel in ziet en ze systematisch schendt.

In dat licht krijgen onze kernwaarden de eigenschappen van een potsierlijke pose, van een hypocrisie zonder weerga en van een ontbrekende wil, om juist die kernwaarden echt te verdedigen, zodra ze overduidelijk in het gedrang komen.

Als iets fnuikend is voor onze nationale geloofwaardigheid, dan is dat het wel. Men zet er de deuren voor elke terrorist wagenwijd mee open, om zijn verderfelijke gedachtegoed te verspreiden en zijn gruwelijke praktijken toe te passen. Want wij willen, mogen en kunnen niet doeltreffend optreden. Wij treden enkel op om de schijn van daadkracht op te houden voor het eigen publiek, maar de uitwerking ervan in de reële wereld buiten ons politieke theater interesseert ons kennelijk niet.

Het wordt hoog tijd, dat die snoeiharde realiteit met kracht doordringt in het retorische schimmenspel onder de Haagse kaasstolp. Zodat het credo dat op de mouwen van Nederlandse uniformen prijkt geen holle frase meer is.

Oorlogen zijn smerig, gruwelijk en veroorzaken onnoemelijk lijden. Daarom dienen wij ze ook alleen te voeren, als er iets van wezenlijke waarde in het gedrang komt, niet alleen het comfort van haard en huis. In dit geval is dat ook zo. IS en soortgelijke groeperingen zijn een aanklacht tegen elke vorm van recht, menselijkheid en rede en moeten daarom vernietigd worden. Ook als daarbij onbedoeld burgerslachtoffers te betreuren zijn, zodat hun nageslacht hopelijk wél in vrede en voorspoed kan opgroeien.

Dan pas kunnen wij zeggen, dat we voor iets substantieels staan en dat ons verdriet om burgerslachtoffers authentiek is. Dan pas zijn we geloofwaardig. De krokodillentranen die nu geplengd worden daarentegen zijn een gotspe.

Tenslotte, bekijk dit filmpje eens waarin een Nederlandse helikopterpiloot zijn ervaringen met VN-operaties uit de doeken doet.

 

Uw Dwarsligger