Print

NederlandBelgiëNa de Deense vaudeville naar aanleiding van het Deens herexamen van de kandidaten-opvolgers voor de F-16 gevechtsvliegtuigen, lijkt nu ook in België een vaudeville in de maak. En hoe belangrijk is een militaire samenwerking met Nederland? Een analyse.

 

 

Enkele feiten

  1. Deze regering heeft weliswaar in de eerste twee jaar nog veel bespaard op Defensie maar met de visienota van minister Vandeput zal Defensie in de toekomst meer financiële middelen krijgen en wordt er geld voorzien voor nieuwe investeringen. Dat is een heel belangrijke wending, want door de verhoging van de financiële ruimte bengelt België niet langer achteraan het NAVO-peloton, en kunnen we nu op basis van gelijkwaardigheid onderhandelen over samenwerking met andere landen. Dat we bedenkingen hadden bij sommige investeringen kon u al lezen (hier). Nu is het ook niet zeker of dat plan als dusdanig, ook uitgevoerd zal worden. Op de webstek van de defensieminister werd de visietekst gepubliceerd en daar staat bovenaan te lezen dat de regering (1) de preambule had goedgekeurd en (2) nota had genomen van de uitgewerkte visienota. Dit document was vooral belangrijk in het vooruitzicht van de NAVO-top in Warschau.
  2. De Belgisch-Nederlandse defensiesamenwerking verliep tot nog toe voorbeeldig. Al kan het geen kwaad om te beseffen dat vooral Nederland economisch heel veel voordeel haalde uit die samenwerking, o.a. door de aankoop én ombouw van twee tweedehandsfregatten van Nederlandse makelij. Wie het meest zal profiteren van de voorgestelde aankoop van twee nieuwe fregatten kan best ook eens onderzocht worden. Het ‘fregattendossier’ is trouwens een schabouwelijk voorbeeld van hoe het niet mag. Te lang om hier in detail te behandelen maar toch dit: het gevolg van een verkeerde timing en foute argumenten die leidden tot verkeerde beslissingen, waar vooral de Nederlandse industrie aan ‘verdiende’ en waarmee een paar hogere Belgische Marineofficieren een hoge borst konden opzetten.
  3. N-VA lanceerde de idee van een ‘Leger van de Lage Landen’ en de defensieminister heeft bij verschillende gelegenheden (terecht) gewezen op de voordelen van een samenwerking met Nederland, ook al gaf hij aan dat er nog andere samenwerkingsmogelijkheden waren.
  4. Dat een samenwerking belangrijk is, was ook het mantra van de commandant van de Luchtmacht, generaal-majoor vlieger Frederik Vansina. Naar aanleiding van de Belgische inzet van F-16 boven Syrië ter aflossing van de Nederlandse F-16 (maar die voor zover bekend nauwelijks vluchten uitvoerden boven Syrië) wees hij ook op de voordelen van een samenwerking met de Nederlandse Luchtmacht. Uiterst belangrijk was zijn uitspraak, dat de samenwerkingsmogelijkheid zeer belangrijk is bij de keuze van de opvolger van de F16. Hiermee zegt Vansina (de autoriteit die mede verantwoordelijk is voor het lastenkohier) dat er veel ‘punten’ zullen toegekend worden aan dit belangrijk criterium.

Gezocht: zelfbewuste Vlamingen

Dat N-VA pleit voor een ‘Leger van de Lage landen’ is verdedigbaar en ook de dwarsliggers zijn voorstander van een samenwerking. Alleen vinden wij niet dat dit er ‘ten koste van goed bestuur’ moet doorgedrukt worden.

Wij begrijpen trouwens niet dat een partij die pleit voor Vlaamse zelfstandigheid om verlost te zijn van een Franstalige dominantie en grondwettelijke grendels, er nog maar aan zou denken om ons te laten ringeloren door Hollandse oekazes. Zelf heb ik uit ervaring geleerd dat een calimerocomplex tijdens onderhandelingen met Nederlanders contraproductief is. Daarentegen, met zelfbewuste Vlamingen die hun dossier kennen willen ze wel zaken doen en er zelfs vrienden mee worden. Meer, wie denkt ooit steun te krijgen van Nederland voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen door hen in concrete dossiers ter wille te zijn, is wereldvreemd.

Parlementaire vaudeville

Dat het N-VA menens is met de samenwerking met Nederland, mag blijken uit het uitzonderlijk feit dat de stafchef van het Nederlands Leger in de Kamer van Volksvertegenwoordigers mocht komen spreken over onze samenwerking en daarbij duidelijke maakte dat we best kiezen voor fregatten en dat een samenwerking met de Luchtmacht enkel kan indien we kiezen voor de F-35A. Het vliegtuig waarvoor Nederland koos in 2002 en waarvoor wij toen niet kozen. Dat belet de NAVO niet om tot op de dag van vandaag en zonder problemen gezamenlijke operaties uit te voeren met verschillende types gevechtsvliegtuigen.

Overigens is het opmerkelijk dat de Nederlandse Stafchef nauwelijks sprak over een samenwerking van de (Landmacht) gevechtseenheden. Begrijpelijk voor wie weet dat twee derde van de Nederlandse gevechtseenheden praktisch volledig geïntegreerd is in het Duitse leger en ze ons daarvoor niet nodig hebben, en dan ook de facto niet geïnteresseerd zijn in een ‘Leger van de Lage Landen’. Als zelfbewuste Nederlanders kiezen zij zelf hun partners; moeten wij ook doen.

Dat een buitenlandse generaal komt pleiten voor militaire samenwerking, is op zich geen probleem. Het wordt wel problematisch wanneer men selectief is en de parlementsleden niet alle mogelijke partners kunnen horen.

Nu ook luchtmachtgeneraal Vansina duidelijk maakte dat de samenwerking een element is dat zwaar moet doorwegen in de keuze van de opvolger, krijgt deze eenzijdige voorlichting van het parlement een heel dubieuze betekenis. Tenzij al die bezoeken nog zouden gepland zijn, wordt de indruk gewekt dat niet elke kandidaat op dezelfde manier zal behandeld worden. Een heuse ‘Belgische vaudeville’ is dan niet ver af.

Een volwaardige samenwerking met Nederland

Wie werkelijk een volwaardige defensiesamenwerking met Nederland wil gestalte geven moet eerst zelf weten wat men (maatschappelijk) wil en (financieel) kan. Dan moeten beide landen bereid zijn om een deel van hun defensietaken te laten uitvoeren onder de leiding van het partnerland. Wanneer we plannen maken voor de toekomst moet dat gezamenlijk gebeuren en niet opgedrongen worden door één land. En dat kan! Twee voorbeelden enkel ter illustratie van out of the box en toekomstgericht denken. Iets wat ontbreekt in de visienota van Defensie.

  1. Marine samenwerking voor de toekomst

    Uitgaande van twee opdrachten: De bescherming van onze kustwateren en de toegang tot onze havens enerzijds en de bescherming van onze burgervloot en de zeevaartroutes (cfr Somalische kapers) anderzijds, zou men kunnen opteren voor een combinatie van een mijnenbestrijdingsvloot, een bescherming tegen duikboten en voor de beveiliging van onze burgervloot en zeevaartroutes kan een combinatie van moderne hoogzee begeleidingsschepen en een dronesdekschip/dronesmoederschip.

    De combinatie van maritieme capaciteit met als bewapening zowel verkenningsdrones als gewapende drones is zonder meer een keuze voor de toekomst. Fregatten (waarvan de NAVO er voldoende heeft) zijn een keuze van het verleden. Dat bewezen onder meer de Somalische kapers. Een dergelijk dronesmoederschip zou honderden mijlen zeevaartroutes kunnen bewaken en beveiligen waarvoor anders tientallen schepen nodig zijn. Een prachtig initiatief dat ook heel veel technologische spin-off kan realiseren voor beide landen en voor onze hoog-technologische industrie een mooie uitdaging is. Met het geld van de voorziene aankoop van twee fregatten als Belgisch aandeel zou men al ver komen. Voor de ontwikkeling van de drones kan men desgevallend een cluster vormen met nog andere kleinere landen – liefst EU-lidstaten. Echter géén internationaal consortium dat politiek gestuurd wordt en alleen maar verlammend werkt en op het einde altijd duurder blijkt te zijn (JSF/F-35, Eurofighter, Airbus 400M, …).

  2. Luchtmacht samenwerking voor de toekomst

    De onderscheiden beslissingen van Nederland om deel te nemen aan het ontwikkelingsprogramma van de F-35 en van België om dat niet te doen, kan niet teruggedraaid worden. De situatie is voor beide landen problematisch. Nederland had niet voldoende geld om de noodzakelijke aantallen (85) F-35A te kopen en zelfs de stafchef van de Nederlandse Luchtmacht gaf toe dat het huidig voorziene aantal (37) F-35A totaal onvoldoende is. Volgens hem zullen er slechts VIER toestellen beschikbaar zijn voor internationale opdrachten. Dat is een zeer belangrijk gegeven want België met hooguit geld voor dertig F-35A zou er dan hoogstens drie beschikbaar hebben. Dat betekent concreet dat beide landen bij internationale opdrachten niet meer in staat zijn om mekaar af te lossen (met een minimum van zes vliegtuigen) zoals nu wel het geval is. Afhangen van derden voor de aflossing is in het verleden al dikwijls een probleem geweest en dus te vermijden. Het gedwongen worden om samen op te treden is al evenmin evident omwille van soms verschillende belangen en omdat onze nationale (partij)politieke constellaties niet altijd overeenstemmen.

    Een ander zeer punt is dat de F-35A zeer duur is inzake werkingskosten en overgekwalificeerd (volgens de door Lockheed Martin aangekondigde capaciteiten) voor onder meer de bescherming van het territoriale luchtruim (essentieel deel van de corebusiness) en voor internationale operaties met een lagere intensiteit (ook in steun van grondtroepen eenmaal het luchtoverwicht gerealiseerd werd). Vergeten we niet dat voor die opdrachten in de nabije toekomst drones eveneens zullen geschikt zijn en veel goedkoper!

    Het zou in beider belang zijn mochten we in supplement aan de dure Nederlandse F-35A, via een gemeenschappelijke Belgisch-Nederlandse aankoop kunnen beschikken over een voldoende aantal vliegtuigen die veel goedkoper zijn in gebruik én complementair aan de F-35A.

    Zou het ongepast zijn mochten wij eens aan de Nederlanders voorstellen doen die voor ons haalbaar zijn en volstaan? Pas dan zal blijken of een samenwerking voor Nederland meer is dan eigenbelang.

In het vooruitzicht van het politieke zomerreces

Lezers die niet vertrouwd zijn met onze publicaties over defensie kunnen alle bijdragen vinden in onze bibliotheek.

In het vooruitzicht van het zomerreces hebben de dwarsliggers een oproep aan alle politici en in het bijzonder de regeringspartijen:

Aan N-VA willen we vragen om na te denken over volgende wijsheid: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister

Voor een partij die nauwelijks voeling heeft met Defensie, slechts twee jaar verantwoordelijk is voor dit complex departement en zelfs geen specialisten in zijn studiedienst heeft, is het al een heel succes dat men erin slaagde om terug meer middelen te programmeren voor Defensie. Waarom nog meer willen? Waarom die haast om ook nog eens te willen beslissen over zeer dure maar omstreden aankopen?

En ja, ik heb schrik wanneer iemand spreekt over ‘Mijn Troepen’. Ik hoop van ganser harte dat het nooit nodig zal zijn om het te hebben over ‘Mijn Doden’.

Aan alle regeringspartijen vragen we om na te denken over de juiste plaats van defensie (die meer verdient dan het nu krijgt) in het globale beleid. De argumenten die onder meer Rik Van Cauwelaert aanhaalde toen hij pleitte voor een uitstel van beslissing inzake de vervanging van de F-16, zijn niet min. Deze zomer is een uitgelezen moment om alles op een rijtje te zetten. In het besef dat het ‘onze’ mannen en vrouwen zijn die ten dienste staan van het land.

Aan de oppositie zouden we willen vragen om in zo’n belangrijk dossier geen oppositie te voeren omwille van de oppositie. Om uw maatschappelijk denken over defensie kenbaar te maken en vooral ook stelling te nemen over de cruciale basisvraag, of defensie al dan niet meer financiële middelen nodig heeft.

Wij roepen alle Vlamingen op om assertiever te zijn in onze relaties met de buitenwereld. Zelfbewust én met kennis van zaken, in het besef dat we geen respect verdienen wanneer we ons blijven gedragen als calimero’s.

Speciaal voor onze Nederlandse lezers: Veel Vlamingen, waaronder de Dwarsliggers, willen graag samen met Nederland in zee gaan. Maar we verwachten dat dit gebeurt op een correcte basis. Ons vragen om nu al een beslissing uit het verleden (over het F-35 programma) om te keren, terwijl er nog heel veel onzekerheid bestaat over de capaciteiten en het militair nut van dit vliegtuig, is geen goede basis voor een welbegrepen samenwerking. Herinnert u De Nederlanden, 1815 – 1830: We mogen de fouten uit het verleden niet herhalen.

De Dwarsliggers wensen alle lezers een aangenaam zomerverlof